De gemeente als herberg

De gemeente als herberg

Eten doen we in de eerste plaats om de nodige voedingsstoffen tot ons te nemen. Tegelijk kennen we er een grote sociale betekenis aan toe. Het aan tafel gaan betekent voor veel mensen een rustpunt in de hectiek van ons dagelijks leven. Het liefst niet met een bord op schoot voor de televisie of met een boterham in de hand op de fiets of achter het stuur, maar samen. In veel gezinnen en gemeenschappen zijn de maaltijden de momenten waarop je elkaar nog eens in de ogen kunt zien en verhalen kunt delen.

De eerste christenen kwamen niet bijeen in kerkgebouwen en tijdens kerkdiensten, maar aten samen, bij één van hen, en deelden dan zowel het brood, de wijn als de geloofsverhalen.  Het waren ‘tafelgemeenschappen’ of ‘huiskamergemeentes’.  We lezen daarover: ‘Elke dag kwamen ze trouw en eensgezind samen in de tempel, braken het brood bij elkaar thuis en gebruikten hun maaltijden in een geest van eenvoud en vol vreugde.’ (Hand. 2:46).

Zo was het. Inmiddels weten we in de geloofsgemeenschap niet anders dan dat je eerst thuis eet voordat je in de kerk meedoet aan het avondmaal. Aan tafel gaan we daar meestal niet. We staan in de kring. En: dat avondmaal wordt meestal in de ochtend gehouden. Waar bij katholieken het delen van het brood het vanzelfsprekende middelpunt van elke misviering is, daar is het bij protestanten iets uitzonderlijks. Eén keer per jaar, op Witte Donderdag, en dan is het met recht een herinnering aan het Laatste Avondmaal. Mogelijk nog één, twee of drie keer elders in het jaar gevierd, bijvoorbeeld met de startzondag en het begin van de veertigdagentijd of de advent.

Avondmaalsmijding

Populair is het avondmaal niet. In vrijzinnige gemeentes is er onder met name oudere leden een zekere scepsis of zelfs afkeer merkbaar. Ze hebben niet altijd positieve herinneringen aan de avondmaaldiensten in de kerk van hun jeugd. Hoe komt dat? Het breken en delen van brood en het laten rondgaan van wijn verwijst naar de laatste maaltijd die Jezus hield met zijn leerlingen voor zijn lijden en sterven. Het Avondmaal werd meestal gevierd op Goede Vrijdag, de sterfdag van Christus, en vaak ook op de laatste zondag van het kerkelijk jaar als de overledenen herdacht worden. Dat gaf als vanzelf een ernstig en weinig vreugdevol karakter aan de plechtigheid.

Daarbij kwam de overtuiging dat Jezus zijn lichaam en bloed, zijn leven, offerde, zodat onze zonden vergeven konden worden. Dat ging terug op de woorden van Jezus ‘dit is mijn bloed, voor velen vergoten,’ waaraan de evangelist Mattheüs nog heeft toegevoegd: ‘tot vergeving van zonden’. Vrijzinnigen hebben met de gedachte dat één persoon zich liet doodmartelen om daarmee te boeten voor de schuld van alle andere mensen, nooit veel op gehad. Ook het benoemen van het ritueel als een sacrament, een gewijde handeling, waardoor God tot de mens komt, maakt velen huiverig.

Ook als de nadruk is komen te liggen op de onderlinge gemeenschap en de verbondenheid met Jezus van Nazareth, dan blijft een zekere ongemakkelijkheid overheersen. Van een sacrament, een heilige handeling, willen zij niet spreken; eerder van een plechtigheid.  Van een ‘vreugdemaal’ is nooit werkelijk sprake.

Over het algemeen hebben vrijzinnigen met hun ‘denkend geloven’ en ‘gelovend denken’ meer op met een goede preek dan met rituelen. De benadering van het geloof is eerder rationeel dan gericht op liturgie, rituelen of sacramenten. Er zou zelfs sprake zijn van een sacramentele zwakte, zo stelt de Britse theoloog Theo Hobson, die betoogt dat het christendom van oudsher een godsdienst is die per definitie geworteld is in rituelen.

De maaltijd verbindt

Opmerkelijk genoeg wordt er steeds vaker met elkaar gegeten in de geloofsgemeenschap. De behoefte om samen te eten is overal groeiende. Er is een adventslunch, een paasontbijt, leden vormen een eetgroep, er wordt een buurtmaaltijd gehouden, voorafgaand aan een gesprekskring is er een gemeenschappelijke maaltijd, met asielzoekers wordt een etentje georganiseerd. Het is de maaltijd die voor verbinding zorgt. Is daar een reden voor?

In het kader van mijn studieverlof deed ik een onderzoek naar maaltijdvieringen en schreef er een boekje over: De Maaltijd die verbindt. De meesten van mijn collega’s bleken zich te bewegen tussen een modernisering van de traditie en het zoeken naar radicaal nieuwe wegen. Van een werkelijke theologische doordenking op de betekenis van deze rituele maaltijd is het echter tot nu toe weinig gekomen. In de nabije toekomst verwachten we echter twee dissertaties over dit onderwerp. De eerste is van Yvonne Hiemstra, werkzaam als geestelijk verzorger en voorheen predikant van de Remonstrants-Doopsgezinde Gemeente in Dokkum. In haar proefschrift komt zij tot een nieuwe opbouw en inkadering voor het opnieuw en op vrijzinnige wijze omarmen van rituelen zoals het avondmaal. Daarnaast werkt Iris Speckmann, wetenschappelijk medewerker aan het Doopsgezind Seminarium, aan een promotieonderzoek, waarbij zij een vergelijking maakt tussen het avondmaalsritueel en de meer hedendaagse vormen van samen-eten in Nederland.

Zoeken naar een nieuw wij

Enkele opmerkingen bij de opleving van het samen eten in de (geloofs)gemeenschap. Er is in onze cultuur vraag naar een nieuwe verbinding. Na alle secularisatie en individualisering zoeken veel mensen naar een ‘nieuw wij’, naar een samenzijn waar mensen met elkaar verbonden worden en onderlinge verschillen vruchtbaar worden gemaakt. Ook is er vraag naar nieuwe rituelen en symbolen. Voorbij alle kale woorden en rationalisaties is men gevoeliger geworden voor verbeelding in kleuren, handelingen en symbolen.

Aan het begin van deze eeuw werkte Jan Hendriks, hoofddocent gemeenteopbouw aan de Theologische Faculteit van de VU, dit alles uit in het model van de gemeente als herberg. Zij staat langs de weg die mensen gaan, is open en gastvrij, biedt een tafel waar met elkaar gegeten, gesproken en gebeden kan worden, geeft ruimte om je verhaal te vertellen. Ze geeft verhalen voor onderweg, die gaan over God en mens, en ze is er niet op uit om mensen binnen te houden, maar wil hen voorzien van het nodige om gesterkt hun reis te kunnen vervolgen. In verschillende gemeenschappen zijn ‘herbergdiensten’ gehouden. In de herberg is men niet gebonden aan kerkelijke regels. Er zijn geen vaste tafelgebeden en standaardgebeden. Er is alle ruimte om te experimenteren met nieuwe woorden en nieuwe rituelen. Zo kan er een heel diverse praktijk ontstaan.

Laten we samen aan tafel gaan

Ik wil een pleidooi houden voor regelmatige maaltijdvieringen in verschillende vormen. De ene keer met het accent op Christus. Noem het avondmaal, of Maaltijd van de Heer, of Viering van Brood en Wijn. Een andere keer dient een maaltijd vooral de verbinding met elkaar. We zijn er voor elkaar en delen dan aandacht en voedsel met elkaar. Noem het een Agapè-viering (‘liefdesmaal’) of gemeenschapsmaaltijd. Bijzondere aandacht kan krijgen de maaltijd die wij houden met mensen van buiten onze kring, samen met bewoners van de buurt waar ons kerkgebouw staat, of met mensen met wie wij een veelkleurige samenleving vormen, mensen van uiteenlopende culturele en levensbeschouwelijke achtergrond. Aan tafel met asielzoekers bijvoorbeeld en dan een zogeheten ‘wereldmaaltijd’ houden. Die laat zien dat er meer dan genoeg voedsel is voor iedereen als wij onze gewoontes aanpassen en eerlijk delen van wat er is. In de Wereldmaaltijd is geen vlees opgenomen. Dat is niet zonder reden. De productie van vlees zorgt namelijk voor een enorme verspilling van voedsel.

En zo: laten we meer samen aan tafel gaan, in een geest van eenvoud en vol vreugde!

Peter Korver
Predikant in de Kapel Hilversum, redactielid AdRem

Zie ook