God houdt wél van mij
Foto: Max Berends

God houdt wél van mij

Raymond Pichon is op 9 juni gedoopt in de remonstrantse kerk Oosterbeek. Precies een jaar geleden verbond hij zich aan de Remonstranten nadat hij ‘geroepen’ werd. Hij kwam thuis.

‘De openbaring –  of, ja, openbaring is ook weer zo’n wóórd –  gebeurde op een middag toen ik met mijn vader en mijn toenmalige partner langs een kerk wandelde. Ik wilde graag naar binnen om een kaarsje te branden. Toen we weer buiten kwamen zag ik hoe de zon boven de kerk uitkwam en het was alsof iemand een arm om me heen sloeg en ik geroepen werd: ga je met ons mee? Ik was geraakt. Het is moeilijk om het in woorden uit te drukken, ook omdat het zo vreemd klinkt. Mensen die ik ken kunnen me aankijken van… ben je wel helemaal lekker? Feit is wel dat ik mijn smartphone greep en me meteen aanmeldde bij de Remonstranten. De week erna zat ik voor het eerst in de kerk in Oosterbeek bij een dienst van woord en tafel en daar kwam dat gevoel weer terug. Alles klopte. De hartelijkheid, het niet-oordelen, het samen vieren, de verbondenheid…’

Ik geloof niet dat er niks is

Raymond Pichon, 36 jaar, is atheïstisch opgevoed door zijn Nederlandse moeder en zijn van oorsprong Franse vader. Op zijn 25e trouwde hij met zijn vriend. ‘Ergens in de familie zit wat katholiek bloed, maar dat mag geen naam hebben. Zelf heb ik altijd geloofd dat er meer was dan het aardse. Maar de kerk was voor mij een club mannen in zwarte pakken, oordelen, uitsluiting. Als ik met mensen over het geloof praatte, kreeg ik altijd een hele waslijst over me heen van dingen die niet deugden aan mij. Natuurlijk accepteerden ze mij, maar homoseksualiteit was niet de bedoeling. Het huwelijk was exclusief voor man en vrouw. Maar mijn liefde voor mannen is voor mij wezenlijk. Ik voelde me niet bepaald welkom.’

Proefnummer AdRem, remonstrants magazine

Vraag nu een proefnummer aan van AdRem, het remonstrantse magazine!

Als ik in de kerk kom, kom ik thuis

Toch zocht hij naar spiritualiteit. ‘Ik geloof gewoon niet dat er niks is. Daarvoor is het leven en de mens te logisch in elkaar gezet. Hoe kan het dat verdriet en schoonheid elkaar zo snel opvolgen? Hoe kan het dat mensen rouwen bij een graf van een geliefde en dan plotseling diens lievelingsvogel zien? Hoe kan het dat wij met zoveel compassie met elkaar kunnen omgaan? Het is voor mij allemaal te mooi en te passend.’ Het inzicht bij de kerk en de wekelijkse kerkdiensten daarna zijn voor hem een bevestiging van wat hij ergens al wist: ‘Als ik in de kerk kom, kom ik thuis. Er is geen plek op aarde waar ik zo mezelf kan zijn en waar ik zo snel zulke diepe gesprekken met mensen heb gevoerd. God houdt wél van mij, heb ik ontdekt. God is liefde, de rest is apekool.’

Een lief gebaar, een kaartje, gesprek, bloemen

Het afgelopen jaar is ook zwaar geweest: Raymond is na een relatie van zeventien jaar gescheiden, zijn oma, met wie hij een sterke band had, is overleden. Hij deelde het met de gemeente. ‘Ik vond het ongelooflijk hoeveel steun en warmte ik kreeg van de mensen. Wat kennen ze dat broekie nou na een jaar? Maar er was altijd wel een lief gebaar, een kaartje, gesprek, bloemen van de kerk… Waar heb je nou zulk persoonlijk contact met mensen als in de kerk?’

Relativeren

Het geloof helpt hem om afstand te nemen van zijn eigen verdriet en er relativerend naar te kijken. Minder oordelend. ‘Ik was ongelooflijk driftig en had altijd meteen mijn mening klaar. Nu leer ik meer vertrouwen te hebben en dat maakt me rustiger.’ De doopdienst was op twee weken na precies een jaar na die eerste wonderlijke ervaring. ‘Met de doop wil ik mijn verbondenheid met de kerk bezegelen. Ik wil benadrukken dat ik de lessen van het geloof wil leren. Tussen de mensen die ik liefheb.’

Martine Hemstede
Gemeentelid in Oosterbeek

Dit nummer is verschenen in de AdRem van november 2019

 

Zie ook