Het gezicht van Ard Verkerke

Het gezicht van Ard Verkerke

Ze vielen op in de sollicitatiecommissie voor de nieuwe algemeen secretaris. De CoZa had behoefte aan nieuwe leden. Zo was een en een twee. Ard Verkerke (1966) en Mieke van Elk (die hier al eens in beeld is geweest) zijn op de AV van juni als CoZa-lid gekozen.

Levensloop
‘Ik was het eerste kind van synodaal gereformeerde ouders afkomstig van Goeree Overflakkee. Geboren in Steenbergen in West-Brabant. Mijn vader heeft zijn hele leven bij de politie gewerkt. Mijn moeder heeft op latere leeftijd de moedermavo en het MBO gehaald en is toen leidinggevende in de gezinszorg geworden. In het hardcore-zwartekousen-Krabbendijke, waar we een tijd woonden, heb ik gezien wat zwart-witdenken met mensen kan doen, hoe ze schuw en chagrijnig door het leven gingen. Op mijn 17e ging ik in Rotterdam wonen en studeren. Ik haalde er in zes jaar mijn doctoraal rechten.’

Gemeente als draaischijf
‘Daarna heb ik altijd bij burgerlijke gemeenten gewerkt. Eerst een tijd in Tholen. Vervolgens heb ik de overstap gemaakt naar Rotterdam, waar ik twintig jaar heb gewerkt bij deelgemeente IJsselmonde, de dienst Stadsontwikkeling en de directie Veiligheid. Sinds 2016 werk ik bij de gemeente Utrecht. Tot voor kort als strategisch adviseur bij de afdeling veiligheid, waarbij ik heel intensief betrokken ben geweest bij het recente schietincident in een tram in die stad. Nu ben ik bestuursadviseur van wethouder Diepeveen die onder andere Wonen en Openbare Ruimte in zijn portefeuille heeft. Werken bij de gemeente is boeiend, besluitvorming is complex met veel belangen en meningen. Met alle niveaus van abstractie: ik heb contact met de Utrechter op straat en met bedrijven en andere overheidsorganen. Ik probeer in mijn werk dicht bij de mensen te staan. ‘Hoe zou ik zelf behandeld willen worden?’, vraag ik mee geregeld af.’

Passie
‘Tijdens mijn studententijd ben ik veel gaan zingen. Een periode heb ik minder gewerkt en meer tijd ingeruimd om te zingen. Maar een leven als zanger vond ik toch te eendimensionaal, het gaf me te weinig bevrediging. Ik zing nog steeds zeer regelmatig met veel plezier: zowel in koren als solo bijvoorbeeld in cantates en passies van Bach.’

Terug naar de kerk, maar wel een andere
‘In mijn studententijd was ik betrokken bij de Oecumenische Studentengemeente Rotterdam. Na die tijd ging ik minder naar de kerk. In de zomer van 2005 maakte ik met mijn vrouw een grote rondreis door Ethiopië. Daar maakten we geheel toevallig kennis met Martijn Junte en zijn vriendin. In december van datzelfde jaar zijn we terug geweest om onze adoptiezoon op te halen.  Hij is nu een puber van 14 en doet het uitstekend. Na die vakantie ben ik eens naar de kerk in Waddinxveen gegaan, waar Martijn pastoraal werker was. Nooit meer weggegaan. Op de kop af vijfentwintig jaar na mijn eerste belijdenis, nu zo’n tien jaar geleden, deed ik in Waddinxveen voor de tweede keer belijdenis. Ik kwam in de kerkenraad en was lange tijd voorzitter, afgelopen oktober liep die termijn af.

Ik voel mij uitstekend in deze gemeenschap van mensen die het allemaal niet zo precies weten, maar willen nadenken over zaken die je niet kunt zien en toch belangrijk zijn in het leven. Aan zo’n gemeenschap is behoefte, dat weet ik zeker. We zitten in een cruciale fase van ons voortbestaan, lijkt het, daar wil ik heel graag als CoZa – lid mijn bijdrage aan leveren.  De oude vormen zijn waardevol, maar misschien hebben nieuwe vormen meer aantrekkingskracht voor jonge generaties. Beiden mogen bestaan. De huidige organisatie en structuur van onze kerk mogen die ontwikkeling naar de toekomst niet in de weg staan. Daarvoor is ons gedachtengoed te belangrijk voor de wereld.’

 

Michel Peters

Zie ook