God kiert ons leven binnen
Foto: lalesh-a- Iderwish via Pexels

God kiert ons leven binnen

De kans dat we het eind december uit volle borst kunnen zingen is klein, maar anders zouden we het zeker doen en zou ‘Er is een kindeke geboren op aard’ in veel kerken voluit klinken op kerstavond of op kerstochtend. Inclusief de zin die aansluit bij het thema van deze AdRem: ‘‘t Kwam op de aarde en ’t had er geen huis.’ Jezus die vanaf zijn geboorte tot zijn kruis geen plek vindt in deze wereld, omdat wij mensen zo leven dat hij – het gelaat van God immers – zich wel ontheemd moet voelen.

Is dat wat het evangelie ons leert? Zoals gezegd, in onze liederen lijkt het wel zo. Denk ook maar aan het adventslied ‘Verwacht de komst des Heren’, waarin staat: ‘Bereid dan voor zijn voeten de weg die hij zal gaan; wilt gij uw Heer ontmoeten, zo maakt voor hem ruim baan. Hij komt, bekeer u nu, verhoog de dalen, effen de hoogten die zich heffen, tussen uw Heer en u.’

Deur open zetten voor God

Eenzelfde gedachte, dat wij de plek moeten creëren waar God vervolgens thuis kan zijn, zit in het volgende bekende Joodse verhaaltje. Positiever geformuleerd dan het ‘Bekeer u’ uit onze protestantse lied, maar in essentie klinkt hier hetzelfde idee:

‘Waar woont God?’ Met deze vraag verraste de rabbi van Kotzk enkele geleerde mannen, die bij hem te gast waren. ‘Wat zegt ge nu? De wereld is immers vol van zijn heerlijkheid!’ Maar hij beantwoordde zijn eigen vraag: ‘God woont waar men hem binnenlaat.’

Ik heb dat altijd een prachtig verhaal gevonden, maar nu ik er meer over na denk merk ik dat het ook schuurt. Is Gods aanwezigheid werkelijk van ons afhankelijk? Of breekt zij ook (of juist) daar in mensen en in de wereld door waar we er niet in slagen de ruimte te scheppen die bij de Eeuwige past? Heeft God een warm welkom nodig in onze herbergen, in onze straten en – vooruit – in onze harten, om zijn plek te vinden? Of gebeurt juist vaak het omgekeerde en worden we verrast, getroost, beschaamd door die glimp van God die ondanks onszelf deze wereld en ons leven binnen kiert en die maakt dat we het anders willen gaan doen?

Proefnummer AdRem, remonstrants magazine

Vraag nu een proefnummer aan van AdRem, het remonstrantse magazine!

Ontvankelijkheid oefenen

Zeker, ik geloof dat het goed is onze ontvankelijkheid te oefenen. Ik geloof in het werken in de wijngaard, in het bouwen aan een wereld waarin het goed leven is voor alle mensen, waarin een ieder met liefde tegemoet wordt getreden en we delen van wat we ontvangen hebben. Maar godzijdank blijft de Eeuwige niet buiten onze wereld wanneer wij er niet in slagen dat Rijk van God werkelijkheid te laten worden. Wij hoeven onszelf niet groter te maken dan we zijn en God niet kleiner dan hij is. En dat uitgangspunt geeft ook ontspanning. En vervolgens de moed steeds toch maar weer aan de slag te gaan.

Ik las in dit kader een mooie gedachte in het onlangs in vertaling verschenen boekje ‘Jezus volgen’ (met als ondertitel: Thuiskomen in tijden van angst) van Henri Nouwen. Bij hem draait het niet om de vraag of God een thuis vindt in onze wereld, maar veel meer om de vraag hoe wij hier, in ons leven op aarde, onze plek vinden. En Nouwen stelt dan: ‘Wij zijn uitgenodigd bij God thuis te zijn middenin deze angstige en onherbergzame wereld.’

Daarmee bedoelt hij ongeveer het volgende. In deze wereld, met alle schoonheid en alle verdriet, met alle lijden en alle geluk, hebben we een geestelijke plek nodig waarin we ons bevestigd weten, getroost, uitgedaagd, waar we ons veilig voelen en gewenst. En Nouwen schrijft dan: ‘God wil ons huis zijn. Hij wil alles zijn dat ons een thuisgevoel geeft. Hij is als een vogel die ons onder zijn vleugels hoedt. Hij is als een vrouw die ons in haar schoot bergt. Hij is de Oneindige Moeder, Liefhebbende Gastvrouw, Zorgzame Vader, de Goede Verzorger die ons uitnodigt naar hem toe te komen.’

Zowel het wereldgebeuren als ons persoonlijk leven kunnen maken dat we ons ontheemd voelen. Daarnaast is er de ontheemdheid die ontstaat vanuit onze solidariteit: zolang er op deze wereld nog mensen zijn aan wie geen recht wordt gedaan, die niet tot bloei kunnen komen, kunnen wij niet blijven waar we zijn, niet blijven doen zoals we doen.

En beide aspecten van dat ontheemd zijn maken dat we dat spirituele thuis waar Henri Nouwen over spreekt zo nodig hebben. Dat thuis ontstaat daar waar God zich, onverwachts of langverwacht, laat zien.

Veerkracht en weerbaarheid van mensen

Zelf vind ik mijn spirituele thuiservaring wanneer ik in het verzorgingshuis diep geraakt word door de veerkracht en kwetsbaarheid van de bewoners die zich niet langer hoeven te bewijzen, maar zich in hun verdriet, dankbaarheid en schoonheid ten volle laten zien. Hier is God even, zo kan ik het daar soms heel sterk voelen. Of wanneer er in de zondagse liturgie een lied klinkt en er opeens door de kerk een gedeelde, diepgevoelde verbinding ontstaat. De Geest zelf misschien, met Wie we even mee-ademen. Of wanneer in een gesprek over de zwaarte van het leven de lach bevrijdend klinkt, na een relativerende en opwekkende grap. Momenten van licht en diepte tegelijk. Het gevoel van gedragen-zijn, de ervaring dat het leven meer is dan dit ene moment terwijl het zich tegelijk juist in het hier en nu samenbalt.

In de verhalen over Jezus horen we vaak dat terug: hoe mensen zich geraakt weten door de niet veroordelende liefde die hen in Jezus tegemoet komt en waardoor ze weer thuis raken bij God en bij zichzelf. Van Zacheus tot de vrouw bij de bron, van de man bij de graven tot Maria van Magdala. Het leven valt op zijn plek, gaat verder en begint tegelijk weer opnieuw en als nieuw.

God blijft bij ons

En misschien is dat wat we straks met kerst in het bijzonder weer mogen horen en ontdekken: dat God steeds weer present wil zijn in deze wereld, onafhankelijk van onze welwillendheid of ons verzet. Niet gebonden aan vaste plaatsen of vaste vormen. God is er. Geboren in een kind, zichtbaar in hoe Jezus op aarde rondging, voelbaar op zoveel kostbare momenten tussen mensen. Als herberg voor de ziel, als thuisbasis van al ons pogen het goede te doen en als troost voor die momenten waarop het leven pijn doet of de dingen ons bij de handen afbreken. In ons geluk en ons verdriet, ons huilen en ons lachen.

En als het dan toch zover komt dat we op kerstavond weer volop mogen zingen, dan kunnen we wellicht een kleine variant aanbrengen in dat oude lied: ’t kwam op de aarde en bracht ons een thuis…

Of wanneer dat niet kan (en misschien is dat wel zo passend) gewoon thuis eens verder te mediteren over de volgende gedachte uit de traditie van de mystici: God vind je op vele plaatsen. Eén woonplaats is je eigen hart, een andere woonplaats is de kosmos die je omgeeft, weer een andere woonplaats is de nabijheid van de arme en geknechte mens. De vraag is niet of hij thuis is, maar of wij hem willen en kunnen vinden, in ons leven , op deze aarde, in duister en in licht.

Kim Magnee – de Berg
redactie AdRem, predikant in de Do, Re, VVP – samenwerkingsgemeente in Gouda

Zie ook