Het blijft tobben 
Foto: Allard Willemse

Het blijft tobben 

Ruard Ganzevoort weet van leed. Op zijn elfde werd hij misbruikt. Als predikant binnen de Nederlandse Gereformeerde Kerken beleefde hij zijn ‘coming out’. Hij was getrouwd en is vader van zes kinderen, van wie er een is overleden door wiegendood. Hij ging scheiden en leefde verder met een man. Reden voor zijn kerk om hem uit het ambt te zetten. Enkele jaren geleden besloot zijn partner uit het leven te stappen. Bij al dit ongeluk: hoe leef je verder? Hoe kun je geloven wanneer het noodlot je treft? En waar geloof je dan in?

Mooier wordt het niet 

‘In ieder leven zitten butsen en deuken. De gedachte dat je dat oplost met geloof en theologie werkt voor mij niet. Veel van zulke geloofssteun is als een trapleuning die niet goed vastzit. Zodra je struikelt dondert die trapleuning met jou naar beneden. Ondanks die geloofszekerheden val je toch. Theologie is niets meer dan het articuleren van de vragen die we dan stellen. Antwoorden zijn er niet. Er is geen verklaring, er zijn dan alleen maar butsen en deuken. Mooier wordt het niet. Verklaringen zijn te gemakkelijk en ze helpen ook niet. Over mijn echtscheiding, bijvoorbeeld, voel ik me nog steeds schuldig. Het kon niet anders, maar toch is er schuld die blijft bestaan. Alle butsen hebben mij gemaakt tot wie ik nu ben. Ieder litteken op je huid en op je ziel maakt je leven meer karakteristiek. De mooiste en de lelijkste dingen in je leven kies je niet. En wat het meest bepalend is voor wie je bent, overkomt je.’

We voeren dit gesprek in een van de flexkamers van de Vrije Universiteit. Een wat donkere kamer, waarin grote TL-buizen zorgen voor veel licht. Richting de gang kijken we op een hele rij boekenkasten en naar buiten zien we vooral het sombere beton van het grote universiteitsgebouw. Niet direct een plek voor een diepgaand gesprek over de zin van het leven. Ook de inrichting is nogal kantoorachtig. Toch zit dat het goede gesprek niet in de weg. Ganzevoort neemt ons in vertrouwen. Er is ruimte voor een lach en een traan.

Proefnummer AdRem, remonstrants magazine

Vraag nu een proefnummer aan van AdRem, het remonstrantse magazine!

Je mag er zijn 

‘Jarenlang voelde ik me scharminkelig, en niet alleen fysiek. Door hard te werken probeerde ik daaraan te ontkomen. Als ik nou maar dit presteer, dan zullen ze me wel accepteren, dan mag ik er zijn. Als ik nu eenmaal gepromoveerd ben, dan ben ik iemand. Maar na mijn promotie in de theologie stortte ik in. Dat was mijn rock bottom-ervaring. Ik was succesvol als predikant, gepromoveerd en wel, en kwam erachter dat het geen antwoord was op mijn echte vraag: Mag ik wel bestaan hier? Wat moet ik doen om mijn bestaan te rechtvaardigen? Mijn succes hielp niet – want ik accepteerde mezelf niet. Alsof je probeert een rond gat te vullen met een kubus. Ik ontdekte dat ik eerder liefde zocht dan waardering. Die liefde was er wel, maar ik kon hem niet ontvangen. Pas na die crisis, en na mijn coming out, kon ik verder. Ik begreep: of je succesvol bent of niet, je mag er zijn. Doen, door te presteren, is voorwaardelijk. Zijn is onvoorwaardelijk. Dat is genade: ik mag er zijn. Maar willen presteren blijft wel een valkuil: toch iets willen bereiken. (Lachend, over zijn mislukte poging in 2019 om senaatsvoorzitter te worden) Je moet wel blijven dromen hè?! Het gaat om de volgorde. Vroeger dacht ik: ik mag er zijn als ik eerst doe. Wat ik nu probeer: omdat ik er mag zijn heb ik de vrije ruimte om te doen. Als je vanuit het doen leeft is het falen wanneer iets niet lukt. Terwijl, als je vanuit het zijn leeft, iets wat niet lukt iets is wat gebeurt – en dan gebeurt er wel weer iets anders. Maar het blijft een worsteling, een voortdurende verleiding om terug te vallen in het doen. (Lachend) Ja, het doen-scenario is een doem-scenario!’

God is heftig 

‘Ik denk dat God pas interessant wordt wanneer hij het recht heeft om ons te laten doodvallen. Wat heb je aan een God die alleen maar gezellige theekransjes houdt? Een realistische god symboliseert de ambivalentie van het leven zelf. ‘De Vreeze des HEEREN’ heeft met die ambivalentie te maken: het leven is heftig, en God dus ook. Een onheftige god is niet betekenisvol in een heftig leven. Het risico is wel dat je bang wordt voor zo’n god.’ 

De pijn omarmen  

‘Het helpt mij om de heftigheid van het leven te omarmen. De liefde komt altijd met pijn. Zoals in het liedje waarmee Duncan Lawrence het Eurovisie Songfestival won: ‘Loving you is a losing game’. In de basis is liefde gedoemd om te mislukken. Een ander kan nooit jouw ‘alles’ zijn: niet alles vervullen, niet altijd blijven. En kun je je dan toch overgeven aan iemand? Het leven omarmen, terwijl je weet dat het pijn gaat doen? En nee, het is te mooi om dan te zeggen dat die pijn ook rijkdom kan zijn. Ja, je kan er rijker door worden, maar het is het niet waard. (Volschietend) Ik zou veel liever mijn zoontje en mijn partner gehouden hebben, en mijn onschuld als kind. Ik ben ondenkbaar zonder die littekens, maar ik ben niet zo fatalistisch dat ik denk: maar goed dat ze er zijn. Nee, ook al kan ik de pijn van een ander nu beter begrijpen, het is het nog steeds niet waard. Mijn partner had hier nog moeten zijn. Tegelijk, als mijn partner er nog was, had ik nu niet een nieuwe relatie gehad. Ja, vertel het maar! Wanneer je als basishouding ontwikkelt dat je omarmt wat er op je weg komt, dan is de pijn niet minder, maar de verwarring wel. Dan heb je een keuze tussen de warme tranen van de weemoed en de koude tranen van de bitterheid. Het leven omarmen, niet omdat het er mooier van wordt, of omdat je er wat van leert (dat is allemaal weer voorwaardelijk), maar omdat dit is wat er is’.

Ruimte voor opstanding 

‘Kun je geloven dat de zinloosheid van het leven oké is? Dat het leven geen zin heeft? Dat het toevallig is dat we hier bestaan en dat het goed is? Dat het misschien wel bevrijdend is dat we zo meteen na ons leven in vergetelheid verdwijnen? Dat ik niet persé herinnerd hoef te worden? Dat geeft heel veel rust. In de grote wijsheidstradities zitten dit soort inzichten, bij Prediker, de Boeddha. In de manier waarop Jezus leefde zie ik dit onvoorwaardelijke denken heel sterk terug. Hij ging niet de weg van het kruis omdat dat de oplossing van de problemen zou zijn – hij kon niet anders dan dat. Hij hield vast aan zijn idee van wat een koninkrijk is, waarin het onvoorwaardelijke bestaan telt. Dat had tot gevolg dat hij gekruisigd werd. Dat was wat hij presteerde. Die hele kruisiging is het omarmen van een noodlottige route.

Zinloosheid en het goddelijke  

‘Het is gewoon tobben in het leven. En dat vind ik ook niet erg. De basis die ik zoek, en die er soms even is, zit voor mij in: er is wat er is. Dat kunnen ervaren is religie – dat is genade, ontvankelijkheid. Het omarmen van de chaos, van de zinloosheid, is voor mij hetzelfde als het omarmen van het goddelijke. Het omarmen van de zinloosheid is evenzeer het omarmen van het transcendente, het ongrijpbare, het onkenbare. Zinloosheid is dat wij de patronen niet meer zien. We zien niet de structuur, de grond onder onze voeten. Nee, we snappen er geen reet van. En ook dat verwijst naar die transcendentie. (Lachend) Nou snap je het? Ik niet meer!’

Tekst: Tjaard Barnard en Andre Meiresonne, m.m.v. Leon van Heel
Foto’s: Allard Willemse

 

Wie is Ruard Ganzevoort?
Prof. dr. Ruard Ganzevoort (1965) is decaan van de Faculteit Religie en Theologie van de Vrije Universiteit en lid van de Eerste Kamer voor GroenLinks. Hij is een gewaardeerd praktisch theoloog met een indrukwekkende lijst publicaties, onder andere over de effecten van seksueel misbruik. Met Jan Visser schreef hij een standaardwerk over geestelijke verzorging ‘Zorg voor het verhaal’ (2007). In 2013 verscheen ‘Spelen met heilig vuur: waarom de theologie haar claim op de waarheid moet opgeven’. 

Zie ook