Marcel Proust en Martha Nussbaum in tijden van corona
Beeld: Ontwerpkantoor

Marcel Proust en Martha Nussbaum in tijden van corona

Voor Charlotte Hille zijn Marcel Proust en Martha Nussbaum helden. De observaties van Proust als buitenstaander in een veranderende wereld zijn universeel, maar meer nog relevant in tijden van onzekerheid. Het is geen toeval dat het werk van Martha Nussbaum, maatschappelijk geëngageerd filosofe, geïnspireerd wordt door de literatuur van  Marcel Proust.

Marcel Proust schreef ‘A la recherche du temps perdu’ bijna volledig in vrijwillige afzondering. Hij werd geplaagd door astma-aanvallen, en verbleef tijdens het schrijven van zijn meesterwerk in een geïsoleerde slaapkamer.  Zijn veroordeling tot thuis zitten vertoont enige gelijkenis met ons zelfisolement om het longvirus Covid-19 te voorkomen. Zo, vanuit zijn slaapkamer, analyseerde Proust de buitenwereld, zijn vrienden en hun onderlinge relaties. De liaison tussen hem en de buitenwereld liep via Céleste Albaret, zijn huishoudster, die ook zijn manuscripten beoordeelde in de laatste jaren van zijn leven. Zij ontsmette alles wat zijn slaapkamer in ging en er weer uitkwam, een mondkapje voor. Die mondkapjes kreeg Marcel Proust van zijn broer, die arts was. De vader van Marcel was – hoe ironisch voor deze tijd – epidemioloog, gespecialiseerd in hygiëne in het publieke domein.

Reis van de geest
Dat die zelfisolatie niet altijd makkelijk was, schrijft Proust wanneer hij terugdenkt aan het dorpje Combray uit zijn jeugd, waar hij logeerde bij tante Léonie, en de beroemde ‘Madeleine’ at bij een kopje lindebloesemthee:

Oh, Combray, wanneer zal ik je terugzien, armzalig land! Wanneer zal ik de hele goddelijke dag weer kunnen doorbrengen onder de bloeiende meidoorn en onze arme seringen, terwijl ik luister naar de  vinken en de Vivonne murmelt als een zachte fluistering. (La Côté de Guermantes) (vert. CH) 

Proust zag lezen als een reis van de geest, waarbij je reist naar oorden waar je nooit zult komen: Men houdt er altijd wel van een beetje bij zichzelf weg te gaan, te reizen, als men leest. (Sur la lecture) (vert. CH)

Honderd jaar nadat hij de prestigieuze Prix Goncourt ontving, is Proust nog steeds populair, juist in deze tijd, waarin sommigen eindelijk de ruimte hebben om zijn drieduizend pagina’s tellende meesterwerk te lezen. Voor velen is Proust de observator, met zijn uitgebreide beschrijvingen, en een keerpunt in hun leven.

Angst, verlies en liefde blijven thema’s
Enkele maanden geleden was Martha Nussbaum, filosofe en mensenrechtenvoorvechtster, in Nederland. De Volkskrant (23 maart 2020, interview door Alex Burghoorn) publiceerde een interview met haar waarin zij naar aanleiding van de coronacrisis stelde dat ondanks alle technologische ontwikkelingen sinds de oudheid, de vraagstukken van het leven niet zijn veranderd. We worstelen nog steeds met angst, verlies en liefde. Deze thema’s, die ook centraal staan in ‘A la Recherche du Temps Perdu’, werkt ze uit in haar werk. Angst voor het verliezen van een geliefde of geliefden, verdriet om dat verlies, maar ook het verlies van een leven dat niet meer terug komt in de vorm waarin we dat tot nu toe kenden.

Alles verandert
En altijd weer de liefde. Bij Proust lezen we over een wereld die na de eeuwwisseling, en zeker tijdens en na de Eerste Wereldoorlog, veranderde. Hij beschrijft het verlies van de orde zoals die bestaan had, de vrienden die overleden, de liefdes die voor altijd onbereikbaar werden. Nu gooit het coronavirus ons leven overhoop. Ook wij kunnen niet altijd familie en vrienden zien door de beperkingen die de staat ons oplegt. Ook wij zien onder ogen dat de wereld na Covid-19 anders zal zijn dan de wereld zoals we die tot nu toe kenden. En het is zeker voorstelbaar dat de onzekerheid rond de verspreiding van het virus en de consequenties die dit heeft voor onze gezondheid en ons dagelijks leven in de tijd die voor ons ligt, menigeen beangstigt. De verbondenheid, initiatieven om elkaar te helpen, de liefde voor elkaar, voor onze medemens, stemmen echter positief.

De helden van nu zijn de artsen, verpleegkundigen en verpleeghulpen die dagelijks kans lopen op besmetting, ervoor kiezen om mensenlevens te redden, wetend dat zij daardoor zelf risico lopen. De mantelzorgers en ouders die kinderen thuis opvangen en zorgtaken overnemen. Zij, die weken verdraagzaam met elkaar werkten en studeerden aan één tafel. Maar ook de mensen die door ouderdom of ziekte in afzondering van de buitenwereld vertoeven om zelf gezond te blijven en anderen niet aan te steken. Net als Marcel Proust inspireert het dan even stil te staan, en te zien hoe de vogels zingen, de bomen en bloemen uitbotten, en de zon elke dag in vrijheid opgaat, alsof er niets is wat ons hart bezwaart.

 

Wil je verder lezen?

Marcel Proust, ‘A La Recherche du Temps Perdu’, Gallimard, Paris, 1999.

Martha Nussbaum, ‘Love’s Knowledge, Essays on Philosophy and Literature’, Oxford University Press, Oxford, 1990

Martha Nussbaum, ‘Upheavals of Thought, The Intelligence of Emotions’, Cambridge University Press, Cambridge, 2001

 

Zie ook