Wat is geloven: Tragikomedie
Afbeelding: Marjorie Specht

Wat is geloven: Tragikomedie

Het vorige artikel eindigde met het geschenk van ruimte en licht dat in alle puurheid vooropgaat: het besef dat jij, precies jij, er zijn mag. Maar met dat ik het zo opschreef, voelde ik de weerstand groeien. De tegenwerpingen die te maken zijn dringen zich immers op. Hoe zou het geloof in een goddelijk geschenk een eind kunnen maken aan de tragiek van ons bestaan? Rutger Kopland werd eraan herinnerd door de kreten van hoog overvliegende ganzen:

godvergeten hoog hun dunne geschreeuw
wat is het dat alleen zijn samen
dat blinde lot

In dat woordje ‘lot’ komt alles samen wat mensen vanouds bang en machteloos heeft gemaakt. De eindigheid van de aarde en al wat leeft; de wanhopig makende bewondering van velen voor domheid en machtsvertoon; de onvermijdelijkheid van schuld en vuile handen; de ondergang van ambities en goede bedoelingen; de leegheid van veel dat ons in beslag neemt. Dat alles en nog meer vormt het ‘lot’. Ons tragisch besef is in de laatste eeuw zo oppermachtig geworden, dat in het licht daarvan iedere vorm van geloof belachelijk lijkt. Het toneelstuk ‘Wachten op Godot’ (1954) van Samuel Beckett maakte dat glashelder. Twee mannen wachten dag na dag op God(ot) die niet komt. Tegen het eind zegt één van hen: morgen hangen we ons op. Maar ook dat doen ze niet. Zullen we gaan?, vraagt de één. Ja, laten we gaan, zegt de ander. Maar ze blijven bewegingloos staan.

Tragikomedie

Een tragikomedie noemde Beckett dit drama. En inderdaad heb ik uitvoeringen meegemaakt die in doodse stilte verliepen, maar ook één die met hilarische lachsalvo’s gepaard ging. Want op de keper beschouwd is het zowel triest als belachelijk, dat eindeloze hopen van mensen. Triestheid overheerst in de Passionen die in de lijdenstijd door iedereen, gelovig en ongelovig, worden bezocht.  Ze gaan immers over de ondergang van een man vol van genade en waarheid, om Johannes’ typering van Jezus aan te halen. De tragiek van dat verhaal, culminerend in Bachs aria ‘Ich will meinen Jesum selbst begraben’, past bij de illusieloze geest van 21ste-eeuwers. Want begraven is het enige dat nog rest.

Tegelijkertijd ligt in de piëtistische tekst van die aria een wending besloten die typisch is voor het christelijk geloof. Een wending in de richting van wat ‘opstanding’ wordt genoemd. Jezus wordt, zo horen we, in het hart van de rouwende begraven. Precies daar zal hij opnieuw tot leven kunnen komen. ‘Maak je zuiver, mijn hart. Wereld, verdwijn; Jezus, treed binnen.’ Dat klinkt nogal simpel. Voor het zover is, moet een lange weg worden bewandeld. En hoe ziet die weg eruit? De komische factor in het begrip tragikomedie helpt me om daarover iets te zeggen. Ik gebruik de term ‘komedie’ dan wel in de geest van Dante’s Goddelijke komedie: als aanduiding van een verhaal dat niet op een noodlottige ondergang uitloopt, maar dat van de hel via de louteringsberg naar een gedroomde hemel gaat. Drie richtingwijzers op die lange weg.

Drie richtingwijzers

De eerste is de humor die de zwaarte van de dingen zwevend maakt en ze in onverwachte verbanden plaatst. In de geschiedenis van het christendom hebben de ironie en de spot van godsdienstcritici (gelovige als Erasmus, ongelovige zoals Freud, niet meer gelovige zoals Baldwin) vaak louterend gewerkt. Ze hielpen om scherper oog te krijgen voor de hyperkritische kant van het geloof, voor Christus die als een goddelijke harlekijn de uitzichtloze spelletjes van onze cynische wereld verstoort. Of anders gezegd: voor de dwaasheid van het geloof in een gekruisigde, dat wijzer is dan de wijsheid van de wereld (I Cor.1:18-25).

De tweede richtingwijzer is het cruciale inzicht dat ons vallen in zoiets als vliegen kan worden veranderd, eventueel ‘zo langzaam en oud en onhandig als de vlucht van een schildpad’. Het is de over de zelfmoord van zijn zoon tobbende Dostojewski die daarover peinst, in de roman die J.M.Coetzee aan hem wijdde. In ons eigen land schreef Manon Uphoff haar boek over een wrede, incestueuze vader en de val die hij zijn kinderen aandeed, met eenzelfde intentie: het vallen tot vliegen om te schrijven. In deze lijn precies lees ik de goddelijke komedie van het evangelie. Het nodigt de lezer uit zich te identificeren met een gekruisigde, om vervolgens met hem op te staan (Rom.6:3-10).

De derde richtingwijzer brengt ons terug bij het begin van dit artikel en de aanvaarding van ons leven als een geschenk. Tragiek is een eenzaam avontuur van de held – of de antiheld, zoals in Becketts drama – die zich met zichzelf meet en daarbij het onderspit delft. Maar Dante wordt bij zijn tocht naar het paradijs door anderen begeleid: zijn vereerde voorbeeld Vergilius en Beatrice ‘die mijn hart al vroeg met liefde had verwarmd’. Het is de liefde die zijn val in een oneindige vlucht verandert. Zijn leven is van nu af een geschenk.

Leessuggesties: J.M.Coetzee, De meester van Petersburg, Amsterdam 2018;  David Grossman, Komt een paard de kroeg binnen, Amsterdam 2015; Manon Uphoff, Vallen is als vliegen, Amsterdam 2019.

Johan Goud
remonstrants emeritus-predikant

Zie ook