Het gezicht van  Marianne Smits
Foto: Harry Slegh

Het gezicht van Marianne Smits

Marianne Smits (1951) uit Utrecht gaf pas laat ruimte aan de religieuze gevoelens die bij haar van jongs af aan al latent aanwezig waren. Ze vertelt Michel Peters over haar voorzichtige stappen om contact te maken met de allesomvattende liefdevolle kracht die ze God noemt. Op haar vijftigste, in 2000, werd ze vriend van de Geertekerk in Utrecht. Nu is ze lid van de kerkenraad en coördinator van het contactledenwerk.

Latente behoefte
‘Ik ben geboren in Edam in een buitenkerkelijk gezin, opgegroeid in Raalte. Mijn vader was agnost, mijn moeder was fel anti. Al heel jong twijfelde ik aan haar stelligheid. Mijn vader maakte een lange carrière bij de Belastingdienst, mijn moeder zorgde voor de kinderen en was maatschappelijk heel actief onder meer in de PvdA. Mijn jeugd was vrij eenzaam en niet erg gelukkig. Het boterde niet zo goed tussen mijn ouders en  door een ziekelijk broertje bleef er voor mij niet veel aandacht meer over. Het leuke was eigenlijk vooral de vriend die ik op mijn 16e kreeg. Tot mijn 31ste waren we samen. Daarna had ik 20 jaar een relatie die in 2002 is verbroken. Met hem kreeg ik twee zonen. Na de HBS in Zwolle haalde ik mijn Schoeversdiploma en werkte drie jaar als secretaresse. Mijn toenmalige partner studeerde, dat stimuleerde mij om een studie Sociologie te gaan volgen. Met dat papiertje op zak heb ik drie jaar het vak Maatschappijleer gegeven op een lyceum. Lang ben ik daarna werkzaam geweest als secretaris en beleidsmedewerker bij de Hollandsche Beton Groep en bij Agis in het medezeggenschapswerk. Na een uitvaartopleiding werkte ik vanaf 2003 tien jaar als uitvaartleider bij verschillende bedrijven. Een mooie tijd. In dat vak raakte ik aan de kern van het leven en kon ik aanschurken tegen de liefde in gezinnen, die liefde faciliteren eigenlijk.’

Vaste grond
‘Mijn spirituele behoefte heb ik lang geparkeerd. Ik hield die voor mezelf, die gevoelens
hadden nog geen plek gevonden om te wortelen. Zo had ik op mijn twaalfde een eigen god gecreëerd, met als ‘adres’ een foto van een popzanger die ik op karton had geplakt. In de Geertekerk in Utrecht heeft zich eigenlijk hetzelfde proces voltrokken. Ik heb wel een aantal duistere periodes gekend in mijn leven. In de Geertekerk heb ik de moed gehad om mijn geploeter bij God neer te leggen, die ik ervaar als alomvattende liefdevolle kracht. In die persoonlijke relatie vraag ik om kracht in mijn leven – Ontferm u over ons–  en ervaar dat ook zo. God geeft me de moed om elke dag opnieuw te beginnen en om de moeilijke dingen in het leven toch aan te gaan. In 1999 volgde ik een oriëntatiecursus in de Geertekerk bij ds. Tina Geels. ‘Als er ook maar één dogma voorbij komt, ben ik weg’, dacht ik. Nooit gebeurd en gebleven! Met Pinksteren 2000 ben ik vriend geworden. In die tijd leerde ik ook mijn huidige man Joop kennen. We zijn nu 19 jaar samen, een heel gelukkige periode in mijn leven.

Ik dacht dat ik alleen behoefte had aan een ‘verticale, spirituele as’, maar werd meteen betrokken bij de ‘horizontale, sociale as’.  Al snel werd ik coördinator van het contactledenwerk in Utrecht Noord. Eind 2013 kwam ik in de stuurgroep van de wijkorganisatie en sinds 5 jaar ben ik voorzitter van deze stuurgroep en vandaaruit lid van de kerkenraad. We zijn de oren en ogen van kerk en ondersteunen daarin het pastorale werk. Persoonlijke aandacht voor lief en leed, dat is toch het cement van de kerk. Mensen willen gezien en gehoord worden – dat is ook mijn verhaal, een verjaardagskaart of een belletje doet wonderen. Mensen vinden gelukkig ook hun eigen modus om deze coronatijd goed door te komen.

Michel Peters

 

Zie ook