Eginhard Meijering: verdediger van het geloof
Foto: Hielco Kuipers

Eginhard Meijering: verdediger van het geloof

Emeritus-predikant Eginhard Meijering publiceerde onlangs het boek ‘Brieven aan mijn kleinkinderen. Geef het christelijk geloof een kans.’ Daarin beschrijft hij wat hij van het christelijk geloof wil doorgeven. Tjaard Barnard bespreekt het boek en het gedachtengoed van Meijering.

Knuffelremonstrant voor orthodoxen

Recentelijk is Eginhard Meijering 80 jaar geworden. Hij is een van de zeer markante predikanten van ons kerkgenootschap. In Reformatorische kringen is hij zeer geliefd: oneerbiedig zou je kunnen zeggen: hij is daar knuffelremonstrant. Binnen de Remonstrantse Broederschap vertegenwoordigt hij een van oudsher bestaande stroming die zich remonstrants-gereformeerd noemt en de band met de calvinistische oorsprong die ons kerkgenootschap ook heeft, hoog houdt. Voor nieuwkomers zal het soms een bijzondere ontdekking zijn, dat deze stroming er ook bij hoort. Juist in een kerkgenootschap dat ruimte zoekt, is dat goed.

Meijering is kenner van de vroege kerkgeschiedenis, maar daarnaast publiceerde hij over de hele kerkgeschiedenis tot op heden. Hij lijkt orthodoxer dan je van remonstranten gewend bent, maar tegelijkertijd is hij in veel opzichten volstrekt modern. Dat geldt onder andere zijn bijbelopvatting. Als hij zijn uitgangspunt kiest in de klassieke dogmatiek, dan is dat niet omdat hij betoogt dat die de volle waarheid bevat, maar omdat hij ervoor kiest omdat het hem past. Meijering belichaamt het uitgangspunt dat wie vrijzinnig is, zo orthodox mag zijn als hij zelf wil! Daarom kon hij zich thuis voelen in de Remonstrantse Broederschap die hiervoor stond. Thuis voelt hij zich ook als gastlid in de Gereformeerde Kerk Vrijgemaakt in Oegstgeest, waar veel van de dingen waarin hij gelooft onomwonden kunnen worden gezegd en bezongen.

Brief aan kleinkinderen

Recentelijk publiceerde Meijering een bijzonder, persoonlijk verhaal. Het zijn brieven aan zijn kleinkinderen, waarin hij hen oproept om het christelijk geloof een kans te geven. In dertien brieven ontmoeten we een studieuze grootvader, die met veel zelfkritiek en zelfspot naar zichzelf kijkt en probeert voor zijn jonge kleinkinderen op te schrijven wat hem ter harte ging. Hij hoopt dat ze, als ze eenmaal volwassen zijn, de brieven nog eens welwillend ter hand zullen nemen om te overwegen waar hun grootvader zijn hele leven mee bezig is geweest.

Meijering benadrukte voor zijn studenten altijd dat apologetiek, het vak dat probeert het christendom te verdedigen of uit te leggen voor tegenstanders, natuurlijk vooral gaat om het overtuigen van jezelf. Via de band van anderen probeer je je geloof onder woorden te brengen. Zo wil ik in deze bespreking ook verder het boek van Meijering lezen. Wie geïnteresseerd is in de meer persoonlijke verhalen, moet het boekje zelf lezen.

Het oordeel

Meijering neemt van twee vormen van christendom afscheid. Hij gelooft er niet in, dat je de inhoud van het geloof zo moet verdunnen, dat niemand er zich meer aan zou kunnen storen. Daar trek je geen nieuwe mensen mee. Geloof laten verworden, een tweede verleiding, tot moralisme wekt ook niet zijn sympathie. Geloof gaat niet om goed te doen, om je heen of in de wereld. Dat zal overigens altijd tegenvallen. Geloof gaat allereerst om weet hebben van God (via Jezus) die maakt dat wij er mogen zijn, juist ondanks alles. In het geloof van Meijering speelt het laatste oordeel een belangrijke rol. De gelovige wordt geconfronteerd met zijn eigen leven (dat ontzettend zal tegenvallen) en Gods genade (die ongelooflijk groot is), die dan maakt dat de mens uiteindelijk zal mogen zijn hoe hij bedoeld is. Meijering poneert geen hel, maar veronderstelt dat de werkelijke boosdoeners (die niet geloven en niet in Gods genade zullen mogen leven) zo schrikken van hun eigen kwaad, dat zij onmiddellijk een tweede dood zullen sterven. Daar is dus geen eeuwige straf bij nodig.

Is het boek van Meijering nu erg moralistisch? Er zitten veel waarschuwende beschouwingen in. Hij vertelt oprecht hoe hij als puber niet te harden was en ook over wat in het latere leven zijn meer lastige eigenschappen waren. Hij waarschuwt daarmee zijn kleinkinderen om niet zo te leven. Hij kiest de moralistische weg, omdat hij vreest dat zij later nooit vanuit het geloof naar deze dingen zullen kijken. Moralisme is dus ‘second best’. Hij roept zijn kleinkinderen op om dat te overstijgen en uiteindelijk iets te zoeken van geloof, in een geloofsgemeenschap die verbonden is met de christelijke traditie.

Leven van genade

Meijering komt door zijn eerlijkheid sympathiek over. Zijn betoog is een verfrissend geluid, juist voor Remonstranten die minder zwaarmoedig over zichzelf en hun bijdrage aan de wereld denken. Het roept ons op om werkelijk eerlijk naar onszelf te kijken en dan te durven vertrouwen op God, in wiens genade wij mogen bestaan.

Tjaard Barnard
remonstrants predikant in Rotterdam

 

Biografie

Dr. Eginhard Meijering (1940) diende in zijn werkzame leven als predikant in verscheidene remonstrantse gemeenten en was lector vroege kerkgeschiedenis aan de Universiteit Leiden. Sinds 1980 is hij lid van de Koninklijke Nederlandse Academie van Wetenschappen. Hij was gasthoogleraar patristiek aan de Vrije Universiteit en heeft een eredoctoraat van de Universiteit in Heidelberg.

 

 

 

 

 

 

 

 

Zie ook