Het verhaal door laten gaan
Foto: Marjolein van Panhuys

Het verhaal door laten gaan

‘Remonstranten hebben nooit nakomelingen’, klinkt er nogal eens venijnig uit orthodoxe kring. Dat gaan we toch maar eens wat nuanceren, bedacht de redactie. Op een winderige zondagmiddag, terwijl de takken door de tuin waaien, tref ik dan ook drie generaties Lenselink. We zijn op de Amersfoortse berg bij ‘oma’ Susien Lenselink (73). Dochter Anniek (47) is op bezoek met haar kinderen Sam(14), Else (13) en Fien (11).

Gedragsvorming
‘Tja geloofsopvoeding, dat weet ik niet zo net hoor’, trapt Susien af, ‘ik denk dat we bij onze dochters Anniek, Liesbeth en Charlotte meer bezig zijn geweest met gedragsvorming eigenlijk. Mijn eigen moeder was vrijzinnig-hervormd, mijn vader was ‘gewoon’ hervormd en ook nog eens bioloog. Hij kreeg Darwin en het scheppingsverhaal niet bij elkaar en haakte af. Maar van hem heb ik respect en een groot verantwoordelijkheidsgevoel voor de schepping meegekregen. Ik ging met mijn moeder naar de remonstrantse kerk in Boskoop. Daarnaast herinner ik me vooral het zondagshalfuurtje voor kinderen van ds. Spelberg op de VPRO waar wij altijd naar luisterden. En er werd ons voorgelezen uit de kinderbijbel. Op de middelbare school had ik geen zin in de kerk, maar als student kwam ik via de VCSB terecht bij ds. Overdiep van het remonstrantse studentenpastoraat. Elke vraag was bij hem goed. ‘Daar wil ik wel bij horen’, dacht ik. Ik heb toen belijdenis gedaan in de Geertekerk. In die tijd leerde ik ook mijn man Wim kennen die juist een orthodoxe achtergrond had. Al voor ons trouwen was de afspraak: onze kinderen mogen naar een openbare school, als ik voor de geloofsopvoeding zou zorgen. Dat staat zelfs in onze trouwbelofte. Nou ja, dat heb ik gedaan, de kinderen zijn van jongs af aan meegegaan naar de Johanneskerk hier in Amersfoort. Voor dag en dauw reden we dan uit Hoevelaken mee met  mevrouw Knottenbelt in haar eend. Mooi mens! En we gingen altijd naar de gemeenteweekenden in Elspeet waar het vergeven was van de baby’s in die tijd.

Ik heb de kinderen niet zozeer een gevoel van transcendentie meegegeven, maar wel een manier van omgaan met elkaar en een benul van bijbelverhalen. ‘Woord voor woord’ van Karel Eykman werd door de kinderen gelezen en ook aan elkaar doorgegeven. Ik heb ze willen laten voelen dat de kerk een goede plek is om te zijn en als historici hebben mijn man en ik gewild dat het verhaal van de Christenheid door zou gaan. Onze kinderen zijn dus als baby’s gedoopt, maar geen lid geworden. Daar mochten ze later zelf over beslissen. Anniek en Liesbeth hebben die keuze voor het geloof gemaakt, Charlotte heeft er weinig mee.’

Warm nest
‘Ja de kerk was leuk vroeger, ik ging er graag heen’ zegt Anniek. Voor kinderen van 6 – 12 jaar was er het verteluur. Heel gezellig was dat met zijn tienen. We zamelden geld in voor projecten in het buitenland. Van mijn 12e tot mijn 15e nam ik deel aan de middelbare
school – groep. Daar deden we vooral creatieve dingen en spraken we over ethische en morele vragen. De bijbel kwam voorbij als illustratie van wat we bespraken, niet andersom. Ach ja, we waren er zo vertrouwd dat zelfs ons kattenkwaad niks uitmaakte. Als jongeren hielpen we bij het koffieschenken, maar voordat de kerk uitging was het grootste deel van de kandijkoek al op. En als de kerk uitging gaven we commentaar op de giften die mensen in het mandje bij de deur deden. Vanaf mijn 15e kwamen we op zondagmiddagen bij elkaar. Met die groep heb ik bijzondere reizen voorbereid en gemaakt, bijvoorbeeld naar Zambia. De kerk was dus een soort huiskamer, een warm bad, waar we helemaal thuis waren. Ik vond het altijd bijzonder dat alle leeftijden bij elkaar waren en dat veel oudere mensen mij zomaar om mijn mening vroegen …

Ik heb altijd ervaren van mijn ouders dat het belangrijk is om naar een ander om te zien. Zij hebben een nieuwsgierigheid naar de bijbel overgedragen en ook een open blik. Geen groepsdenken. Het ene geloof is niet pers se beter dan het andere. Ik merkte wel dat dit alles in andere kerken helemaal niet zo gewoon was. In Hoevelaken hadden we heel strenge buren. Toen het dochtertje op zondag tegen mijn vader kwam zeggen dat hij geen onkruid mocht wieden, antwoordde hij: ‘maar ik maak de schepping  juist mooier.’ Dat zijn prachtige geuzenverhalen toch?’

Kinderen kennis laten maken met de kerk
Anniek is predikant geworden. Zij werkt in de remonstrantse gemeente in Dordrecht en binnenkort ook als geestelijk verzorger in het ziekenhuis daar. ‘In mijn kinderkring in Dordrecht moet het dus vooral gezellig zijn. Ik nam mijn eigen kinderen daar altijd mee naar toe. Zes jaar geleden ben ik weg gegaan en in die tijd kwamen we weinig in de kerk. Nu ben ik weer terug met een kinderkring en een middelbare scholierenkring. Sam gaat gezellig naar die tweede groep. Daar wordt de bijbel behandeld, maar wordt ook film gekeken of het kerstverhaal verteld bij een lekkere maaltijd. Fien en Sam deden vorig jaar mee met het kerstspel.

Mijn eigen kinderen wil ik met de kerk laten kennismaken en daar hebben ze weinig keus in. Ze moeten eerst het geloof en de kerk leren kennen om later een eigen keus te kunnen maken. Langzaamaan nadert dat moment. Else vindt de kerk en de kringen maar saai. Fien heeft het meeste met de kerk en heeft het sterkst het gevoel dat God er is’. Fien wil er eigenlijk weinig over kwijt, maar laat zich ontvallen: ‘Mijn God is een berg, hoog, open, sterk en groot’. ‘Fien is na haar geboorte erg ziek geweest’, vult Anniek aan, ‘het was zelfs kantje boord. Zij heeft sterk het gevoel dat God het fijn vindt dat ze er is, dat God haar toen geholpen heeft’.

Domineeskinderen
Hoe is het om een moeder te hebben die dominee is, vraag ik aan de kinderen. Sam: ‘Geen mening, is geen verschil met andere beroepen, ik ben er mee opgegroeid, mijn vrienden weten het ook meestal niet.’ Else: ‘Geen verschil met een ander beroep.’ Fien: ‘In de kerk zwaai ik gewoon naar mijn moeder als ze de dienst doet, zij zwaait dan gewoon terug’. ‘En het heeft voordelen’, zegt Sam. ‘We spelen gewoon overal in de kerk, niemand die er wat van zegt. Afgelopen december speelden we verstoppertje in het donker. Toen we het licht weer wilden aandoen, raakten we niet de lichtknop aan, maar de knop van de klokken in de toren. Die gingen zomaar beieren. De koster in de stress.’

‘Misschien moeten we concluderen dat remonstranten niet zo erg (bewust) bezig zijn met het overdragen van hun geloof, zegt Anniek, ‘Mijn moeder en ik zijn in ieder geval meer van het voorleven. Dat werkt wel zo goed, denk ik’.

Michel Peters

Zie ook