Heilzame afgunst. Oecumene als plek van inspiratie

Heilzame afgunst. Oecumene als plek van inspiratie

In 1948 werd, na een voorbereidingstijd van tien jaar, in Amsterdam de Wereldraad van Kerken opgericht. In remonstrantse kring waren er enthousiaste voorstanders van deze stap, maar ook fervente tegenstanders. De theoloog H.J. Heering, toen predikant in Den Haag en later hoogleraar in Leiden, verdedigde in 1948, enkele maanden voor de oprichtingsvergadering van de Wereldraad, het toetreden van de Remonstranten door te herinneren aan het beginsel van de vrijzinnigheid: ‘Elke kerk sta pal voor haar inzicht (…). Mits zij zo (…) vrijzinnig is om bij voorbaat te beseffen dat de andere kerk of richting ook wel eens gelijk kon hebben. Mits zij ook iets kent van de heilzame afgunst op wat een andere kerk wél en zij zelf niét bezit.’

Diversiteit van vormen
Ik vind dat een mooi beeld: heilzame afgunst. Wat mij boeit in mijn contacten met vertegenwoordigers van andere kerken en in het meemaken van hun diensten of bijeenkomsten, is de verrijking die het mij biedt. Ik vind veel inspiratie in de diversiteit van vormen, van woorden en handelingen waarmee mensen uitdrukking geven aan hun geloof. Ik heb bij die ontmoetingen geen enkele moeite om een vrijzinnig geluid te laten horen, maar ik heb tegelijk geen enkele aandrang om enig vrijzinnig gelijk, als dat al zou bestaan, te bewijzen. Het is zoals Heering in 1948 zei: de andere kerk of richting zou ook wel eens gelijk kunnen hebben.

Overigens vind ik in de oecumenische beweging het debat over theologische kwesties, over ‘gelijk hebben’, niet eens zo interessant. Wat ik veel inspirerender vind is de uitwisseling van praktijken: hoe vieren jullie liturgie, hoe geven jullie gestalte aan je roeping in de wereld, hoe beleven jullie verbondenheid en gemeenschap? En daarbij ontdek ik voortdurend zaken waar wij van kunnen leren.

Ontvangende oecumene
Sinds ruim tien jaar is ‘receptive ecumenism’ een sleutelbegrip in de oecumenische beweging: ontvangende oecumene. Daarbij staat de vraag centraal: wat missen wij zelf wellicht en wat kunnen wij dan van anderen leren? In het Engels kun je dat mooi zeggen: ‘learning rather than teaching.’ Vrijzinnigen hebben wel eens de neiging te denken dat zij de bekroning vormen in de evolutie van het christendom en dat zij het de anderen, die ‘nog niet zo ver zijn’, wel eens even zullen leren. Maar ik zie ook veel armoede in vrijzinnige kring als het gaat om hoe wij gestalte geven aan onze geloofsbeleving. Kijken naar anderen kan dan leiden tot ‘heilzame afgunst’.

Voor mij zelf zijn vooral oecumenische kloostergemeenschappen een bron van inspiratie. Iedereen kent waarschijnlijk de gemeenschap van Taizé in Frankrijk, maar er zijn er heel wat meer. Ik was vorig jaar te gast bij de Kirchentag in Dortmund en maakte daar kennis met een aantal Duitse kloostergemeenschappen van protestantse of oecumenische herkomst. Zij vormen plekken waar oecumene geleefd wordt en waar een diversiteit van tradities bij elkaar komt: katholiek, protestant en oosters-orthodox. Vooral hoe daar in de liturgie het leven gevierd wordt, niet in een lange monoloog van de predikant, maar echt als gemeenschap, vind ik enorm verrijkend. Ik geloof dat wij daar nog veel van kunnen leren.

Peter Nissen
Hoogleraar Oecumenica en remonstrants predikant in Nijmegen. Hij vertegenwoordigt de Remonstranten in de Raad van Kerken in Nederland.

Zie ook