Dit broze leven
Afbeelding: Marjorie Specht

Dit broze leven

Het beeld is me bijgebleven. Op één van de eerste dagen van de lockdown wandelde ik door een doorgaans drukke winkelstraat in mijn buurt. Geen mens op straat, grijs weer, sirenes in de verte. Een vrouw opende haar buitendeur, bleek was ze, met bange ogen keek ze de straat door, en sloot schielijk haar deur toen ze mij zag aankomen.  Het leek een illustratie bij wat het wijsheidsboek Prediker schrijft over de dag waarop de dood zich aandient: vrouwen staren uit het venster, de deuren naar de straat worden gesloten, het lied van de vogels wordt ijl van toon. In de periode daarna werden het terugkerende thema’s: de angst voor het virus, de depressiviteit, de eenzaamheid. Ineens werd voor iedereen de broosheid van ons bestaan uiterst concreet – en dat in een samenleving die zich tegen alle risico’s verzekerd meende te hebben.

Vragen naar God
Epidemieën zijn er talloze geweest. In vroeger eeuwen raakten samenlevingen ontregeld door de ongekend hoge aantallen slachtoffers. In onze tijd hebben virologische experts de leiding en wordt de samenleving door preventieve maatregelen stilgelegd. De voorbeeldloze situatie waarin we als wereldsamenleving beland zijn, stelt alles op scherp. Dat is zo op allerlei niveaus: maatschappelijk, ecologisch, economisch, politiek, maar ook theologisch. Hoe zou het anders kunnen? Theologie overdenkt het lot van kleine mensen in een grote wereld, hun angst en hoop. Grote theologen bestaan niet, schreef Karl Barth eens, ze zijn in verhouding tot hun thema per definitie klein. Van die positie uit stellen ze zo precies als ze kunnen hun vraag naar God. Hoe verhoudt ons nietige leven – dat het dat is blijkt nu zonneklaar – zich tot die grootse verbeeldingen van de geloofstraditie? Welke plaats heeft het in de gedroomde samenhang die in Genesis begint en in de Apokalyps eindigt, de droom van een wereld die door woorden en gebaren van liefde gedragen wordt? ‘God is liefde’ lezen we in de eerste brief van Johannes. ‘Er is in de liefde geen vrees, maar de volmaakte liefde drijft de vrees uit’, staat in hetzelfde verband.

Proefnummer AdRem, remonstrants magazine

Vraag nu een proefnummer aan van AdRem, het remonstrantse magazine!

Liefde en interdependentie
Tegen de angst wordt hier ‘liefde’ ingezet. Een lastig woord. Niet zelden fungeert het als een dekmantel van kwade bedoelingen. Het heeft zelfkritiek en zelfcorrectie nodig – en dat geldt voor alle soorten van liefde. Tegelijkertijd weten we dat het alles in zich heeft om mensen een nieuwe richting te wijzen. Het kan je leven zinvol maken, mits je ervoor kiest om op de vraag die het je voorlegt – al weet je niet eens waar of door wie die vraag gesteld werd – ja te antwoorden (Zie Dag Hammarskjölds notitie op Pinksteren 1961, in zijn mystieke dagboek ‘Merkstenen’).

De Amerikaanse theologe Catherine Keller publiceerde een ‘Brief over theologie en corona’. Daarin loopt ze de traditionele vrome oplossingen na: dat de plaag een straf van God is, of een test, of een les waarmee we ons voordeel kunnen doen. Het probleem is dat dergelijke visies tot onverdraaglijke consequenties leiden. Want kennelijk zijn bovenal de dementerende bejaarden hier, de hongerenden in Somalië en de kinderen in vluchtelingenkampen het slachtoffer van deze goddelijke correcties. Wie van God een almachtige schoolmeester maakt, verstrikt zich in onoplosbare vragen. Het ligt anders, schrijft Keller terecht. De betekenis van die naam is onlosmakelijk met onszelf verbonden. Wat wij ‘God’ noemen maakt deel uit van ons bestaan, dat kwetsbare bestaan van mensen die over en weer, van dieren en dingen afhankelijk zijn. ‘God’ is de oproep om deze afhankelijkheid onder ogen te zien. En om er vervolgens ons handelen op in te stellen — op deze ‘interdependentie die onze cultuur voor ons verborgen houdt, maar die dit virus aan ons onthult’.

Twee stappen verder ben ik nu: liefde verdrijft angst en liefde is het inzicht in de interdependentie van alles en allen. Het zijn reuzenstappen, ik realiseer me dat. Velen menen dat ze onverantwoord ver gaan. Ze staan diametraal tegenover de overtuiging van een schrijver als Hermans (in ‘Het sadistische universum’), die de mens vergeleek met ‘een steen, een molecuul, een atoom, die ontstaan en vergaan, zich verbinden of zich splitsen en dat is alles en de rest is verbeelding’. Hij bedoelde: de rest is subjectieve inbeelding en wishful thinking, op zijn best een vermomming van onze angst voor de dood.

Tegen de angst
Angst heeft een januskop. Ze kan ertoe leiden dat mensen zich terugtrekken, alles daarbuiten wantrouwen en de schuldigen elders zoeken (joden, heksen, Chinezen, de vleermuizen, wat niet al). Een welbekende reactie in tijden van crisis. De schrijver Orhan Pamuk ontdekte daarnaast een andere mogelijkheid: ‘angst leert me om nederig te zijn en solidariteit te betrachten.’ Ze doordringt je van de kwetsbaarheid die je je zelden bewust maakte, ze leert je dat je een mens onder de mensen bent, niet verschillend van al die anderen’. Dat inzicht is essentieel. Maar de liefde die tegen de angst ingaat en het groeiend inzicht in de interdependentie stijgen erboven uit.

Over deze persoonlijke én gemeenschappelijke weg omhoog valt veel te zeggen. Het zal een weg van zoekende liefde moeten zijn. Wat geloofsgemeenschappen betreft, hun is aan te raden zich op die weg tot scholen van wijsheid te transformeren. (Een voorstel dat bij mijn weten Edward Schillebeeckx als eerste geformuleerd heeft en zeer onlangs door Tomáš Halík herhaald is. Ik schreef er zelf over in een artikel over predikantschap in de 21ste eeuw, ‘Schrijven in het zand’, 2000).

Liefde, lijden, leven
In deze crisistijd dient zich met grote urgentie een aantal thema’s aan. Ik noem er drie. Ze raken aan kernen van wat het christelijk geloof met ‘God’ verbindt: liefde, lijden, leven. Als eerste noem ik de waarde van menselijk leven. Tot veler verbijstering schreef iemand dat het virus opruiming houdt onder het ‘dorre hout’ van de samenleving. Als urgente tweede: het debat over de rechtvaardigheid, want waar bevinden zich de meest weerloze slachtoffers van deze gezondheidscrisis? Niet in ons rijke deel van de wereld. Ik denk tenslotte aan de thema’s van eerbied voor het leven, antropocentrisme, de noodzakelijke bewustwording van onszelf als dier onder de dieren.

Het juk van kostbaarheid
Terug naar de theo-logie, het spreken over God. Waar is ‘God’ in deze strijd tegen de angst? Mijn antwoord: deze strijd is niets anders dan een ontvouwing van de betekenis die dat raadselachtige woord heeft. De Zuid-Afrikaanse dichteres Antjie Krog roept in haar recente bundel ‘Broze aarde’ ‘de on-ontsloten naam God’ aan. Aan ons de opdracht om deze naam te ontsluiten door wat we denken en doen. Een opdracht die steeds opnieuw gegeven wordt en onvoltooibaar is. Antjie Krog sluit haar bundel, waarin ze de orde van de misviering op de voet volgt, met deze zegen af:

Ga heen in vrede en verheerlijk de Broosheid van het Leven.
Ga heen en verkondig de hymne van Water,
het rentmeesterschap over de Aarde en alles wat daarin, daarop en
daaruit duurzaam bestaat.
Ga heen, word Verzorgers van de Aarde en tors het Juk van Kostbaarheid.

Johan Goud
Emeritus-remonstrants predikant

 

Geciteerde teksten (alle vier op internet te vinden):
Tomáš Halík, ‘De coronacrisis is hét moment voor de kerk om te veranderen’, in: Trouw 8 april 2020;

‘A Letter from Catherine Keller’ (2-4-20); Catherine Keller;

John J. Thatamanil, ‘Is this an Apocalypse? We certainly hope so – you should too’ (15-4-20);

Orhan Pamuk, ‘What the Great Pandemic Novels Teach Us’, in: New York Times, april 2020.

 

Zie ook