Tijd voor een goed gesprek op lichte toon
Afbeelding: Marjorie Specht

Tijd voor een goed gesprek op lichte toon

Het begint al bij de aarzeling op de vraag dit stukje te schrijven. Want voor je het weet sta je bekend als die zure, verongelijkte vrouw die niets kan hebben.

Maar toch, in het mijnenveld van gevoeligheden, feiten en ervaringen moeten we het er toch over kunnen hebben. Omdat ik denk dat alle vrouwelijke collega’s er wel iets van herkennen. Van die momenten die op zichzelf overkomelijk zijn en niets hoeven te betekenen, maar die bij elkaar misschien toch een patroon vormen. Een patroon dat laat zien dat vrouwen, ook in ons vak, ook in onze kerk, anders benaderd worden dan mannen. En kwetsbaarder zijn, minder serieus genomen worden soms. Hoe subtiel ook.

Noem eens een voorbeeld dan. Nou, bij deze. Wat te denken van de uitvaartondernemer die vlak voor de dienst vraagt: ‘Denk je dat het wel gaat lukken, meisje, met al die emoties en die veeleisende familie?’ Of de organist bij een gastpreekbeurt in de zomer die er (knipoog) ‘geen enkel bezwaar tegen heeft wanneer je in Eva’s kostuum de kansel zou beklimmen’. De commissie die denkt dat drie sterke vrouwen bij elkaar misschien toch wel wat veel van het goede is. De man die na een conflict nog wel even vaderlijk wil uitleggen waarom je het verkeerd begrepen hebt. En trouwens: wat knap dat je je werk en je gezin zo kunt combineren, dat zal ook wel lastig zijn zeker?! Of de reactie nadat je als vrouw wat scherp uit de hoek bent gekomen: ‘Ik wist niet dat je boos werd…’ Of tot slot het schalkse van een pastorant: ‘Nou, deze dominee mag van mij wel aan mijn bed komen.’

Glad ijs
Nogmaals, ik schrijf dit met aarzeling. Ook omdat ik hoop dat het speelse in onze communicatie niet verdwijnt achter een opgelegde houding van politieke correctheid. Of achter overdreven gevoeligheid (maar wie bepaalt dat eigenlijk?). Ik houd van grappen op (of soms net over) de rand. En van complimenten, aardige bezorgdheid en knipogen. Maar het is glad ijs waar we ons op bevinden. En er schuilt volgens mij toch ook echt een diepgewortelde ongelijkheid in de manier waarop mannen en vrouwen benaderd worden. Vrouwen worden – bewust en onbewust – meer beoordeeld op hun uiterlijk. Waarbij zowel te sexy als te onverzorgd reden genoeg kunnen zijn om genadeloos (of subtiel) afgerekend te worden. Inhoudelijk en bestuurlijk lijken mannen soms nog steeds meer gewicht in de schaal te leggen (of meer gewicht te krijgen), ook in de kerk. Tegelijk wekt een sterk aanwezige vrouw niet zelden ongemak op of (al dan niet verholen) afkeer. Waarbij de vrouwelijke (valse) bescheidenheid en de concurrentie van vrouwen onderling natuurlijk niet helpt.

Meer en meer geloof ik dat er nog een wereld te winnen valt. En dat het, zoals altijd, moet beginnen met een voortdurende en eerlijke reflectie van onszelf. Als individu allereerst: hoe reageer ik eigenlijk? Welke mechanismen ontdek ik in mezelf? En vervolgens als remonstranten onderling. Door er maar eens over te praten met elkaar. En dan echt te luisteren. Dat is moeilijk genoeg zoals we weten.

Gesprek op lichte toon
En dan als het kan graag een beetje op een lichte toon. Al is dat wel een uitdaging misschien, denkend aan wat Joke Kool-Smit al in 1973 in Opzij schreef, toen ze de reactie van veel mannen aanhaalde op haar pleidooi voor gelijkheid: ‘Je hebt wel gelijk natuurlijk, maar jullie vrouwen zijn zo bloedserieus. ’t Lijkt wel een kerkgenootschap. Kan er niet wat humor bij?’

We staan zo te horen al twee-nul achter, als feministes die nog kerkelijk zijn ook. Misschien wordt het tijd de wereld en de kerk te laten merken dat we eigenlijk niet alleen het sterke, maar ook het slimme en het grappige geslacht zijn. In welke verpakking dan ook.

Kim Magnee
Redactie AdRem, remonstrants predikant in de Federatie in Gouda

Zie ook