Paneldiscussie ‘Seksisme komt bij de Remonstranten niet voor’

Paneldiscussie ‘Seksisme komt bij de Remonstranten niet voor’

Ons discussiepanel scherpte weer haar gedachten, dit keer over de vraag of seksisme ook bij de Remonstranten voorkomt. Michel Peters schreef onderstaand artikel op basis van de bijdragen.

Christian begint het gesprek met een disclaimer: ‘vanuit Berlijn heb ik geen zicht op de dagelijkse praktijk van de Remonstranten’. Toch doet hij vanaf een afstand een aantal interessante observaties. Zijn perspectief is, zoals we gewend zijn, institutioneel. ‘De beslissing in 1986 om homoseksuele paren in de kerk te zegenen zijn een duidelijke aanwijzing voor een niet-seksistische houding. En ook de beslissing in 1919 om als een van de eerste kerken vrouwelijke predikanten toe te laten duidt in die richting. Daarmee zijn de Remonstranten begonnen om de mensenrechten in het middelpunt van hun geloofsleven te zetten. Wel is het zo dat naar mijn indruk dat engagement voor homoseksuelen niet echt een vervolg heeft gekregen. Daarmee bedoel ik dat het ook politiek opkomen voor de mensenrechten een logisch en consequent vervolg van die beslissing uit 1986 zou zijn. Doen we dat in de huidige tijd? Dit themanummer getuigt wel van de wil van de Remonstranten om kritisch op zichzelf te zijn. Dat is positief. Ook een andere vraag zou kritisch bediscussieerd moeten worden, namelijk de vraag waarom er in onze remonstrantse gemeenten zo weinig allochtonen betrokken zijn’. Boeiende en belangrijke vraag, meent ook Rachel.

Principieel gelijkwaardig
‘Nee he, heeft het woke-denken nu ook de Remo’s bereikt?’, was het eerste wat Rachel dacht bij het lezen van de stelling. ‘Ik word de laatste tijd nogal moe van al die identiteitsdiscussies, waarin mensen elkaar de maat nemen’. Ze is het eens met de stelling: ‘Het lijkt me dat de Remonstranten het seksisme aardig onder controle hebben. Zo noemen we onszelf geen ‘Remonstrantse Broederschap’ meer, want dat getuigde natuurlijk wel van een stuitend staaltje van white male supremacy . We waren er vroeg bij met de bevestiging van vrouwelijke predikanten. Ik weet de precieze aantallen niet, maar we tellen vermoedelijk net zo veel mannelijke als vrouwelijke predikanten. Hoe zit dat in de kerkenraden? Ik vermoed dat er meer mannelijke kerkenraadsvoorzitters zijn dan vrouwelijke. En dat de koffie vaker geschonken wordt door vrouwen dan door mannen. Is dit seksisme? Nee, want er is geen sprake van discriminatie, dat wil zeggen dat vrouwen niet geweerd of achtergesteld worden als kerkenraadsvoorzitter en mannen niet als koffieschenker. Evenmin wordt er stiekem gedacht dat vrouwen de taak van voorzitter minder goed zouden kunnen vervullen dan een man. Er zullen andere redenen zijn waarom vrouwen en mannen niet allemaal dezelfde werkzaamheden verrichten, maar die hebben niet met discriminatie te maken. Bij de Remonstranten zijn mannen en vrouwen (en uiteraard ook de mensen die zich non-binair noemen) principieel gelijkwaardig. Vanzelfsprekend moeten we als kerk kritisch zijn op onze eigen blinde vlekken als het om uitsluiting en discriminatie gaat. Zeker omdat die zich soms op heel subtiele manieren kunnen manifesteren. Maar daarbij geldt wat mij betreft ook: choose your battles. Seksisme lijkt me binnen de Remonstrantse gelederen niet het grootste probleem’.

Opkomen tegen seksisme in kerken
Als seksisme bij de Remonstranten dan niet zo’n grote rol speelt, in andere kerken is het nog volop aanwezig. Christian: ‘Seksisme komt in grotere kerken nog altijd voor en wordt daar ideologisch – theologisch gelegitimeerd. Denk aan het uitsluiten van vrouwen uit het priesterambt in de katholieke kerk en de orthodoxe kerken. Denk aan het uitsluiten van openlijk homoseksueel levende mannen van het priesterambt. Vanwege een starre houding van de orthodoxe kerken heeft Margot Kässmann, de bekende Duitse bisschop en theologe, in 2002 haar leidende positie in de Wereldraad van Kerken opgegeven. Er ligt een taak voor de Remonstranten om seksisme in andere kerken open en in het openbaar te bekritiseren. Zoals we ook hebben gedaan in het protest tegen de ‘Nashville verklaring’. Rachel onderstreept dit volledig: ‘Het is goed dat we als Remonstranten de buitensluiting of achterstelling van vrouwen in andere kerken bevragen en bekritiseren. Dat we ons als kerkgenootschap publiekelijk uitspreken over de gelijkwaardigheid van alle mensen, van welk geslacht, seksuele geaardheid of ras ook. We kunnen daarmee een belangrijk tegengeluid laten horen. De kerken zijn toch te vaak in het nieuws als vrouwonvriendelijk en homofoob. Hopelijk vertolkt deze AdRem ook zo’n tegengeluid.’

Uitgangspunten zijn geduldig
Jan kiest in de discussie een ander spoor.  Hij meent dat we in het gesprek over seksisme uit moeten gaan van individueel gedrag en onderwerpt zijn eigen handelen aan een kritische blik. ‘Het gaat dus volgens mij niet over mooie stellingen over discriminatie waar we het in theorie natuurlijk allemaal mee eens zijn, maar om het herkennen van seksisme en andere vormen van discriminatie in ons doen en laten. En dan weet ik het nog niet zo zeker of de stelling wel klopt.’ Hij behandelt vrouwen vaak anders dan mannen, geeft hen vaker en compliment over hun kleding, geeft hen eerder een begroetingskus en begint brieven aan vrouwen eerder met ‘Lieve’.  ‘Geen ernstige vormen van seksisme, maar we moeten niet te snel denken dat we niet discrimineren’, zegt hij. Voor Rachel vormen de voorbeelden die hij noemt geen uitingen van seksisme, maar van het verschillend behandelen van mannen en vrouwen. Helemaal niks mis mee. ’Je bedoelt waarschijnlijk dat je een verschil maakt tussen mannen en vrouwen. Dat begrijp ik goed want mannen en vrouwen zijn niet gelijk. Zo vind ik het persoonlijk heel prettig dat er voor dames en heren verschillende toiletten bestaan. En soms andere omgangsvormen. Ik kijk ook liever naar een mooie man dan naar een mooie vrouw. Getuigt dit van seksisme? Jullie mogen het zeggen!’

Zie ook