Mijn hart klopt voor het vernieuwingswerk in Soest #innovatiepredikanten
Foto: Allard Willemse

Mijn hart klopt voor het vernieuwingswerk in Soest #innovatiepredikanten

Interview met Susanne van der Sluijs, door Sigrid Coenradie

Wat doe je als je kerk dreigt te sluiten en je bruist van de plannen? Susanne van der Sluijs (48) liet het er niet bij zitten. Ze realiseerde haar droom en inspireerde anderen. Zo creëerde ze haar eigen vernieuwingsplek, een ‘lefplek’. Dit is Susanne: remonstrants predikant in Doesburg, studente aan het remonstrants Seminarium en directeur van de Stichting Instandhouding Wilhelminakerk Soest.

Wie inspireerden jou om je aan dit avontuur van vernieuwing te wagen?

‘Ik denk dat ik op de schouders sta van mensen die mij het gevoel geven dat ik er mag zijn. Mensen die er voor mij waren toen het minder goed met mij ging. En wat ik met de vernieuwing wil is precies dát: het gevoel van ‘je mag er zijn’ doorgeven aan anderen.

Mijn oudste broer leerde me om oog te hebben voor kleine dingen. Hij heeft me ingewijd in de levenskunst en in de klassieke muziek. Muziek is voor mij een levensbehoefte. Muziek is helend en biedt troost en kan me ook heel blij maken. Ik kan wel zeggen dat geloof en muziek de twee pijlers in mijn leven zijn. Zelf speel ik viool. Wat? Elias van Mendelssohn, Mozart, en Bach is natuurlijk altijd goed.’

Hoe ziet jouw gedroomde lefplek er uit?

‘De plek is de PKN – Wilhelminakerk in Soest, die eind 2020 gesloten wordt. Het gebouw heeft alles: parkeergelegenheid, dichtbij het centrum van Soest en dichtbij het station. Ik droomde van een centrum met roots in het remonstrants gedachtegoed. Een religieus maatschappelijk cultureel centrum , waar iedereen mag binnenlopen en mag zijn wie hij of zij is. Waar je welkom bent en daar niets voor terug hoeft te doen. Voor ik het wist zaten we om de tafel om ideeën te maken voor ‘De Willemien’.’

Als ouderenpastor in de Emmakerk en de Open Hof bouwde Susanne een dierbaar netwerk op met de gemeenteleden. Ze vertelde hen van haar droom om de Wilhelminakerk een brede, verbindende functie te geven.

Hoe zie je de kerk van de toekomst?

‘Dat is een kerk met open deuren en fluïde muren. Mijn grote voorbeeld daarbij is St. Martin in the Fields. Dit was een verlopen kerk in het hart van Londen. Nu is het een bloeiende plek met vier componenten: community, congregation, culture en commerce. Zoiets staat me met ‘De Willemien’ voor ogen.

De kerk in de 21e eeuw heeft een functie voor iedereen, ook voor wie niet geloven. De drie pijlers cultuur, samenleving en levensbeschouwing kunnen het gemis van de kerkgemeente opvullen. En het mooie gebouw biedt ruimte voor concerten, inloopuren, vieringen en andere vormen van ondersteuning voor iedereen. De presentietheorie (Andries Baart) en de idee van de kerk als herberg (Jan Hendriks) spreken mij aan.’

Wat betekent ’gezien worden’ voor jou?

‘Een tijdlang was ik werkloos. Het solliciteren viel me zwaar. Bij elke afwijzing brokkelde er een stukje van mijn zelfbeeld af. Ik heb toen hulp gehad van Encour, een christelijke stichting die o.a. werkzoekenden ondersteunt. Naast de praktische hulp voelde ik me door de medewerkers van dat bureau echt gezien. Dat was een groot contrast met de onpersoonlijke afwijzingen. Dat ik dat verschil in omgang, zeg maar als mens of als nummer, zelf ervaren heb, motiveert me enorm om voor mijn droom te gaan.

Ooit werkte ik bij een artsenvereniging. Daar voelde ik mij gezien in mijn kwaliteiten. Ze wisten dat ik in deeltijd theologie studeerde. Dokters namen mij in vertrouwen met persoonlijke vragen. Ik kreeg een hoop lief en leed te horen. Zo ontstond bij mij het idee om geestelijk verzorger te worden. Bij de Remonstranten voel ik me ook gezien. Ik kreeg er een warm welkom en ga me er steeds meer thuis voelen.’

Een lefplek, is daar moed voor nodig?

‘Zeker. Ik was enthousiast en zag mogelijkheden, maar verder had ik niks. Ik ben toen met allerlei mensen gaan praten. Normaal stap ik niet zo makkelijk op iemand af, maar nu had ik er geen enkele moeite mee. Mensen zagen wat in het idee. Er kwam een visieplan, een begroting, verbouwingsplannen. Er werd een stichting opgericht, een bestuur gevormd, waar ook investeerders in plaats namen. Een jaar later konden we het pand kopen. Ik kwam voor drie dagen in dienst. Als directeur voerde ik o.a. gesprekken met culturele centra om activiteiten en voorstellingen in ons gebouw te programmeren. Eerder dacht ik dat ik meer een intellectueeltje was. Maar zo met mijn poten in de klei voel ik me lekker. Mijn rationele kant is er, maar die is minder belangrijk dan aandacht voor de gevoelskant van de mens.

Eerder maakte ik zo’n keuze. In een stage als ziekenhuispastor had ik de neiging om weg te lopen. Het pastoraat is soms frustrerend. Oplopen met iemand die het moeilijk heeft is  een traag proces. Toch koos ik ervoor om stamelend naast een bed te zitten.

Voor vernieuwingswerk is vaak niet genoeg geld. Daar loop ik nu, midden in de coronatijd, tegenaan. Nu het geld voor de verbouwing aan ‘De Willemien’ uitgegeven is, moet ik steeds weer uitleggen waarom betekenisgeving van groot belang is. En ruimte scheppen zodat er iets nieuws kan ontstaan. Er is moed voor nodig om te blijven geloven in je droom ondanks tegenslagen. Om tegen de gezapigheid in te gaan en een ander geluid te laten horen. Bij een LEFplek kom je er niet zonder het Hebreeuwse woord ‘lev’, dat hart betekent. Als je vanuit je hart werkt, zit je altijd goed.

Zegen

Het is wat vroom gezegd, maar ik weet zeker dat er zegen op het project rust. Een klein jaar geleden vroeg en kreeg ik op een conferentie een zegen voor het werk in Soest. Dat was een mooie ervaring: een zegen voor het hoofd om beslissingen te nemen, een zegen voor de schouders om verantwoordelijkheid te dragen, eentje voor het hart om open te staan voor de ander en een voor de handen om uit te kunnen delen.

Zonder inkomsten kan je geen centrum runnen, dat snap ik. Maar ergens ben ik ervan overtuigd dat als er zegen op rust, het met het geld ook wel goed gaat komen. Het is niet alleen mijn bewogenheid voor de mensen om mij heen die mij drijft, het is ook zeker de bijbel. De belofte van een God die om je geeft en met je mee gaat, het leven door. Zo wandel je met je medemens en zo wandel je met God.

Op mijn startscherm staat een afbeelding met koren, dat rijp is om geoogst te worden. Het veld in Soest is rijp. Er is grote behoefte bij mensen om gehoord te worden. Het materiële biedt geen voldoening en de reguliere plekken om op adem te komen en spiritueel gevoed te worden zijn schaars. Er zijn vast meer plekken die rijp zijn om te oogsten, ik heb hier in Soest alvast een begin gemaakt.’

Zie ook