Column ‘Geen troost’

Column ‘Geen troost’

Toen ik een lijstje maakte met redenen waarom ik naar de kerk ga, stond het woord ‘troost’ daar niet op. De afgelopen maanden kreeg die vraag een nieuwe dimensie. Naar de kerk gaan vraagt namelijk een hele voorbereiding: van een datum uitzoeken en aanmelden tot wachten of er plek is en zo ja, op zondagmorgen zonder koffie of gezelligheid, zonder zingen en op 1,5 meter van anderen een studiodienst meemaken. En dat, terwijl ik ook gewoon op de bank kan gaan zitten met laptop en koffie om diezelfde dienst mee te maken. Na afloop is er een Zoomgroep om de dienst te bespreken of zomaar wat te kletsen met mensen die toevalligerwijs door de Zoomleider van dienst met mij in een groepje zijn gezet.

‘Troost’ wordt nu al gauw gezegd als het gaat om redenen om een kerkdienst (niet digitaal, maar in real life) te bezoeken. Het is immers voor veel mensen een zware tijd geweest en voor velen nog steeds. Bij mij staat het nog steeds niet op mijn lijstje. Ik zoek geen troost in de kerk, ook niet in verdrietige tijden. Als ik eens uit wil huilen dan zoek ik familie of vrienden op en ga ik zeker niet naar de kerk.

Teksten en muziek kunnen troostend zijn. Dat zoek ik niet in de kerk, maar dat kan gebeuren. Nu helaas niet, want het is er afstandelijk en ongezellig. Daar kan niemand iets aan doen. Het is nu eenmaal zo. Het betekent wel dat het woord ‘troost’ ver weg is. Geef mij maar mijn eigen bank, laptop en koffie. Ik wacht wel tot we weer terug zijn bij het oude normaal. Als we dan weer gezellig koffie drinken, naast elkaar zitten, armen om schouders slaan, zingen en bidden dan ben ik weer van de partij. En wie weet zet ik dan het woord ‘troost’ op mijn lijstje.

Ineke Ludikhuize

Zie ook