Paneldiscussie ‘Religie biedt mij troost’

Paneldiscussie ‘Religie biedt mij troost’

Ons email-discussiepanel heeft weer een intensief gesprek gevoerd over de vraag of religie eigenlijk troost biedt. Ook onze twee nieuwe panelleden, Jolien Kruit en Jan Hendriks, lieten van zich horen. Zij stellen zich hiernaast kort aan u voor. Michel Peters bracht de verschillende lijnen in de discussie bij elkaar.

—————————————————————————-

Jolien Kruit
Ik ben 38 jaar en woon en werk in Rotterdam. In mijn werk houd ik me vooral bezig met handel, vervoer en logistiek. Daarbuiten sport, lees en wandel ik graag. Ook probeer ik – met wisselend succes – regelmatig te mediteren en geniet ik enorm van tafelen met familie, vrienden en mijn (Duitse) partner. Tot mijn 35e was ik lid van jongerengemeente Arminius.

Jan Hendriks
Ik ben 77 jaar oud, getrouwd, vader van twee kinderen en grootvader van vier kleinkinderen. Ik studeerde scheikunde, werd scheikundeleraar en later rector van een openbare scholengemeenschap.

Had na mijn pensioen vele bestuursfuncties, o.a. lid van de CoZa en ben nu o.a. nog voorzitter van de kerkenraad van de Remonstrantse Gemeente Hoogeveen. Naast de belangstelling voor mijn vak was ik bijna mijn hele leven geïnteresseerd in theologie, filosofie en literatuur.

———————————————————————————— 

‘Religie en troost’ is het thema van deze maand, maar het begrip troost werd in de discussie van alle kanten beklopt, op de tong geproefd en onderzocht. De panelleden schreven over de persoonlijke betekenis van het begrip troost, over het verschil tussen religie en geloof, over troost geven en krijgen en over de individuele versus de maatschappelijke kant van troost.

Biedt religie troost?
Eerst maar eens de kernvraag: biedt religie troost? Ja hoor, schrijft Jan: ‘God betekent voor mij een dragende kracht die werkt in andere mensen en in mezelf, die soms het kwaad kan overwinnen en liefde en vertrouwen kan geven en dus ook troost’. ‘Ja hoor, bij nader inzien toch wel’, geeft Rachel aan, ‘ik vind steun en bemoediging in mijn geloof. Ik geloof op mijn beste momenten in een liefhebbende en trouwe God die de kant kiest van de treurenden. Dat te geloven lukt lang niet altijd, maar dan zijn er soms opeens die troostrijke woorden in een kerkdienst of een lied. Zoals in dat mooie lied van Huub Oosterhuis ‘Zo vriendelijk en veilig als het licht’: Spreek Gij het woord dat mij vertroosting geeft….Gij zijt toch zelf de ziel van mijn gebeden. Het verdriet mag er zijn bij ons. De kerk is een plek waar ik vaak tot tranen geroerd ben. Een plek waar je je niet groot hoeft te houden, maar waar je als mens in al je gebrokenheid en onvolmaaktheid toch helemaal aanvaard bent. En waar ik me kan verzoenen met het lijden van de wereld en het leven. Als dat geen troost is’. En ook Nelleke vindt troost in religie: ‘religie doet me beseffen dat er grote waarden zijn buiten mijzelf en dat relativeren werkt troostend’.

Nee, echt niet, stelt Christian, institutionele religies zijn voor vele mensen en voor mij juist troosteloos, denk aan (het sanctioneren van) slavernij, antisemitisme en racisme. ‘Mijn ultieme en verhoopte troost biedt mijn persoonlijke geloof als verbondenheid met de Eeuwige. En de liefde die ik vaak geven kan en ontvang’. Christian spreekt over een soort existentiële troost, een verzoening met de ‘condition humaine’, als hij krachtig uitspreekt: ‘troost vinden en zin vinden zijn voor mij identiek’. ‘Ik probeer een gebeurtenis die voor mij negatief of bedreigend is of die mij irriteert, een zinvolle duiding te geven. Die zin is groter dan de negatieve gebeurtenis zelf. Dan kan ik leven met nieuwe zin. Tot de volgende troosteloze gebeurtenis’.

Ook Ditte en Jolien maken dit onderscheid tussen religie en geloof. Jolien: ‘Het vertrouwen dat God bestaat, er liefde is, dat ervaren is mooi, fijn en geeft mij kracht. Het ondersteunt en bemoedigt. Geeft hoop. Religie als uitgewerkt concept heeft dat minder voor mij.’ Ditte meent ook dat religie als instituut zelden troost biedt, maar haar geloof, haar band met God wel. ‘Hoe meer ik nadenk over de stelling, hoe meer ik me realiseer hoe belangrijk de band met God en mijn geloof is. Het voedt mij, het steunt mij en het geeft mij zelfs troost. Daarbij dacht ik ook aan de vertaling van troost in het Engels: comfort, consolation. Toch kwam een ander woord in mijn gedachten: trust. Het vertrouwen dat ik in God heb en in mijn geloof dat brengt mij troost’.

Proefnummer AdRem, remonstrants magazine

Vraag nu een proefnummer aan van AdRem, het remonstrantse magazine!

Liefde
Ditte brengt ook de liefde als belangrijke kwaliteit van troost in de discussie binnen. ‘Religie biedt mij troost omdat voor mij religie uit drie onderdelen bestaat: geloof, hoop en liefde. Waarbij liefde voor mij de belangrijkste van die drie is (zie ook 1 Korintiërs 13:13). Als je liefde kunt geven, en kunt ontvangen, dan kun je anderen troosten en zelf getroost worden’. Ook Christian refereert daaraan als hij aangeeft dat er in het Duits een onderscheid bestaat tussen Trost en Vertröstung. Dat laatste begrip heeft een negatieve klank, is goedkope, oppervlakkige troost die de persoon om wie het gaat niet serieus neemt. Gelovige mensen moeten altijd met argumenten en door fysieke nabijheid en solidariteit troost bieden, zo zegt hij. ‘Troost is een commitment’, vult Ditte aan. ‘Als je iemand wilt troosten of als je zelf getroost wilt worden dan moet je elkaar vertrouwen en open voor elkaar staan. Dan moet je eerlijk en vol vertrouwen met elkaar spreken en luisteren en bidden’.

Troost geven
Rachel denkt na over het geven van troost in haar beroep als psycholoog: ‘De psychologie heeft het niet zo op troost. De goede oude Freud meende zelfs dat troost iets infantiels was, een vorm van ontkenning van de waarheid, een soort slaapmiddel. Psychotherapie is over het algemeen gericht op verandering en emotionele groei; troost is meer iets voor de kerk en de dominee. Toch is het begrip troost de laatste jaren ook steeds vaker in de psychologie te horen. Neem de Vlaamse psychiater Dirk de Wachter. Zijn recente boekje ‘De kunst van het ongelukkig zijn’ is een pleidooi voor zingeving en voor het vasthouden van elkaar om zo ‘ons gedeelde oerverdriet het hoofd te kunnen bieden’.

Nu de maakbaarheid van onze samenleving steeds meer op allerlei grenzen stuit, lijkt ook de psychologie steeds vaker de richting te kiezen van acceptatie en zingeving, in plaats van groei en ontwikkeling. Troost bestaat er dan uit, dat verdriet en pijn erkend en genormaliseerd worden. Het zijn juist die pijn en dat verdriet die ons gevoelig maken voor de pijn en het verdriet van anderen, waardoor we anderen weer kunnen troosten. De zin van het bestaan ligt in de zorg voor elkaar. Inderdaad, Trostfinden ist Sinnfinden!’

Gemeenschap
Jan en Christian benadrukken het belang van de gemeenschap als het gaat om het geven van troost. Jan: ‘Troost geven is een maatschappelijke plicht. Of het nu gaat om het eenzame lid van de kerkelijke gemeente, de zieke buurman of de vluchtelingenkinderen in Griekenland.
Christian: ‘Troost en gemeenschap horen bij elkaar. Als mensen, als religieuze mensen in het bijzonder, zijn wij geroepen elkaar te troosten. Dat betekent: ook in dialoog met elkaar wegen tot een zinvol leven laten zien. Troosten is ook een politieke en sociale opgave voor kerken’.

Gedichten geven troost, dat is in deze reeks al meermalen gebleken. Als slot dus maar weer een strofe uit een ‘troostrijk’ gedicht van Leo Vroman:

Zo moet het zijn; het zoete zingen
van God, heel zacht door alles heen,
een teder zonlicht op de dingen

die goed zijn, dood zijn en gemeen.

 

Zie ook