Briefwisseling ‘Ik geloof het wel’

Briefwisseling ‘Ik geloof het wel’

Predikant Anneke van der Velde (1963) en haar dochter Geerke (1997) schrijven elkaar ‘brieven’. Zij bevragen elkaar daarin hoe ze in het leven staan en hoe geloof, zingeving en spiritualiteit daarin een rol spelen.

Anneke

Lieve Geerke,

Je stelt meteen wel een stevige vraag in je eerste brief! Je vraagt je af of je mag ‘genieten’ van de sfeer, de warmte, de geborgenheid die je ervaart als je een heilige ruimte (kerk, moskee, tempel of synagoge) betreedt, zonder dat je het geloof ‘erachter’ omarmt. Je vraagt je af of dat misschien opportunistisch of ‘vals spelen’ is: genieten van de ervaring zonder het bijbehorende geloof.

Het doet mij denken aan mensen die de kerstnachtdienst eens per jaar bezoeken vanwege de sfeer, en verder het hele jaar geen kerk meer binnen gaan, laat staan lid worden van een geloofsgemeenschap. Soms wordt daar wat badinerend over gesproken. Wat is het hen waard? Kijken ze niet verder dan de beleving van die paar momenten eens per jaar? Is dat wat er van geloof overblijft voor de mens in de huidige tijd? Is dat ook niet – om in jouw termen te blijven – een soort ‘vals spelen’?

Persoonlijke ervaring

Sinds kort ben je afgestudeerd antropoloog. JIj weet er dus meer van dan ik, maar is het niet zo dat alle religie begint met de individuele, persoonlijke ervaring? Eén van de bronnen van religie is toch de menselijke verwondering over het bestaan, het gevoel van afhankelijkheid, van kwetsbaarheid en dat mensen daarin verbinding zoeken? Dat mensen samen die ervaring vormgeven? Voor mij is de ervaring de bron van mijn geloof. Ik probeer soms naar jou en je zus te verwoorden hoe dat voor mij is, maar dat gaat vaak haperend en zoekend. Zeker als jullie me oprecht verbaasd aankijken… Misschien gaat het in de vorm van deze brief beter.

Er zijn momenten in mijn leven – grote en kleine, blije en verdrietige – dat ik me opgetild voel, dat ik me gedragen weet, dat ik ervaar dat ik deelgenoot ben van een groter geheel en me tegelijkertijd tot mijn bestemming voel komen. Herken je dat? En elke keer als ik dat in woorden probeer te vatten, doet het afbreuk aan wat de ervaring voor mij betekent. In woorden wordt die schraler, armoediger en kaler. Daarom kan ik me ook zo vinden in de stroming in de theologie: ‘theo-poetica’. Daarin wordt gezegd dat theologie meer met literatuur, muziek en poëzie te maken heeft dan met logische redeneringen en verwoordingen. Niet de heldere en sluitende redeneringen, maar muziek, sfeer en evocatieve, beeldende, mysterieuze woorden verwijzen naar een diepere waarheid die maar beperkt kenbaar is voor mensen, maar wél ervaren wordt. Wat vind jij daarvan?

Geen sluitende verklaringen nodig

Het ‘vals spelen’ – zoals jij dat noemt – is denk ik niet het genieten van de ervaring en er geen geloof of belijdenis aan koppelen. Het ‘vals spelen’ is misschien juist het creëren van een ‘schijn-waarheid’ door rationele en sluitende verklaringen te geven voor een ervaring die het menselijk kennen te boven gaat. Het ‘vals spelen’ is misschien wel: nèt doen alsof je de waarheid in pacht hebt over een wezenlijke en ook raadselachtige beleving die jij hebt als je een ‘heilige ruimte’ betreedt.

Goede raad van je oude moeder: blijf die ervaring zoeken en recht doen! Het maakt je mens en zet aan tot existentiële verbinding met anderen. Het laat je de schoonheid en de kostbaarheid van het leven beleven. En voel je niet te kort schieten als je er geen sluitend religieus systeem aan kunt koppelen.

Daarnaast wel je verstand blijven gebruiken hoor! Enne…. ga je mee naar de kerstnachtdienst?

Liefs, mama

 

Geerke

Lieve mama,

Dank je wel voor je brief. Je stelt dat mijn geleefde ervaring van liederen en verstilling in de kerk raakt aan de kern van wat geloven voor jou inhoudt. Meer nog dan het aanvaarden van de christelijke grondbeginselen. Maar, vraag ik me dan af, waar heeft het woord ‘geloven’ betrekking op, als een achterliggende God of doctrine er niet meer toe doet? In wie of wat geloven we dan nog? Enkel in onze persoonlijke ervaring? Niet iedere gelovige zal daarmee akkoord zijn. Voor veel mensen vormen een almachtige God en zijn  geboden de kern van hun geloof.

Zwoegen en ploeteren

Er zijn mensen die een geloof in het transcendente ‘toevalt’, terwijl anderen ploeteren en zwoegen, maar toch niet overtuigd raken van het bestaan van God, hoe graag ze dat ook zouden willen. Ik reken mijzelf tot de tweede groep, hoewel ik misschien niet genoeg ploeter en zwoeg. Een goede vriend van mij zou ik ook in deze tweede categorie plaatsen. Hij worstelt heel wat af in zijn zoektocht naar het geloof. Deze vriend groeide op in een evangelisch christelijk gezin. Toen wij samen het openbaar gymnasium bezochten, kreeg hij door vrienden (inclusief mijzelf, moet ik eerlijk toegeven) regelmatig spottende opmerkingen over zijn geloofsovertuiging naar zijn hoofd. Inmiddels is hij filosofiestudent en heeft hij de evangelische geloofstraditie min of meer vaarwel gezegd. Toch is hij vastbesloten het christelijk geloof niet te verliezen: hij hecht aan de gemeenschapszin van de kerk, vindt zingevingsvragen interessant en is van mening dat de bijbel vol waardevolle levenswijsheden staat. Tegelijkertijd raakt hij maar niet overtuigd van het bestaan van een bovennatuurlijke God en vindt hij de wonderen die aan bijbelse profeten worden toegeschreven weinig aannemelijk. Hij vertelde mij onlangs hoe hij opnieuw het Oude Testament aan het doorspitten is, zoekend naar een ontkrachting van zijn natuurwetenschappelijke wereldbeeld, of anders het bewijs dat God perfect past binnen dit wereldbeeld.

Almachtige God

Ik merk dat ik soms met hem te doen heb. Overtuigd zijn van een almachtige God die wonderen verricht, is voor hem een voorwaarde van zijn geloof. Zozeer zelfs, dat hij bereid is het gehele Oude Testament door te worstelen. Niet het meest sympathieke of vermakelijke gedeelte van de bijbel. Jij vindt deze inspanningen waarschijnlijk overbodig. Volgens jouw redenering gelooft mijn vriend al, zonder dat hij het zelf doorheeft. Zijn persoonlijke ervaring is immers op orde: hij koestert de kerkelijke gemeenschapszin en zingt graag opwekkingsliederen. Wie geeft er dan nog om het Oude Testament?  Ik ben het met je eens dat geloven een ander domein beslaat dan dat van de logische bewijsvoeringen. Tegelijkertijd is vrijzinnig geloven niet voor iedereen weggelegd. Sommige gelovigen zoeken onvermoeibaar naar logica in hun Heilige Boek en klampen zich vast aan goddelijke wetten en geboden. In hun geloof volstaat de persoonlijke ervaring van kwetsbaarheid, schoonheid of geborgenheid niet. Ik ben benieuwd naar jouw mening over deze dogmatische gelovigen. Vind jij hun manier van geloven legitiem, of oppervlakkig en niet doorleefd?

Veel liefs, Geerke

PS: Ik ga graag mee naar de kerstnachtdienst! Lekker samen zingen. Hopelijk gooien de coronamaatregelen geen roet in het eten!

 

Zie ook

Ik vertrek: Pieter Korbee
30 september 2021

Ik vertrek: Pieter Korbee

In de kerk wordt een andere taal gesproken dan in de maatschappij. De laatste is sterk verruwd. Toen een minister voor knettergek werd versleten zonder dat daartegen direct werd opgetreden, besefte ik het belang van die andere taal. Het voorval was voor mij niet de reden om alsnog te kiezen voor het predikantschap, maar ik zag dus de grote waarde van die andere taal… Lees verder

Korte Berichten
30 september 2021

Korte Berichten

Op 30 september 2021 organiseren de Remonstranten voor de tweede keer de Tolerantielezing. Een mooi symbolisch moment, want precies op die datum in 1619 zijn wij opgericht. Thema van de bijeenkomst is Over polarisatie en “het vergeten wij”. Plaats en tijd: Catharijneconvent in Utrecht van 20.00 – 21.30 uur… Lees verder