Het gezicht van Marjorie Specht

Het gezicht van Marjorie Specht

‘Ik ben beter met beelden, dan met woorden hoor’, waarschuwt Marjorie Specht (1969). Al elf jaar is ze de onvolprezen vormgever van AdRem. Dat dat overigens reuze meevalt, leest u in dit portret waarin ze met Michel Peters over haar leven en haar vak praat. Een interview met een betrokken vormgever die ‘anders kijken’ tot haar handelsmerk heeft gemaakt.

Levensloop
‘Ik heb een Duitse vader en een moeder uit Nederlands – Indië. In 1969 ben ik geboren in het Duitse dorpje Lachendorf bij Hannover, waar ik slecht één jaar heb gewoond. Daarna verhuisde ik met mijn ouders en twee oudere zussen naar Boekel in Brabant, waar ik ben opgegroeid. Mijn vader had een reizend beroep, hij woonde in zijn auto zo’n beetje en deed in Duitsland en Nederland boringen naar zout. Op een van die reizen kwam hij door vrienden met mijn moeder in aanraking die toen pas achttien jaar oud was. Zij was de oudste van een gezin van 13 kinderen en zag in deze man de kans om een eigen leven op te bouwen. Een avontuurlijk leven lonkte bovendien. Duitsland was hen toch te onvrij en te conservatief, dus ze besloten in 1970 om in Nederland te gaan wonen. In Boekel werd mijn moeder onderwijzeres op een basisschool en kwam mijn vader bij Defensie in dienst. Over anders kijken gesproken: toen een van haar leerlingen mijn moeder tekende, kleurde ze haar gezicht bruin in. Ik stond perplex, dat besef had ik nooit gehad. Die gebeurtenis heeft diepe indruk op me gemaakt en mijn kijken aangewakkerd. Mijn moeder was katholiek en mijn vader protestant. In Boekel ging ik naar de katholieke kerk, deed communie en vormsel. Dat hoorde ook bij het integreren in een Brabantse gemeenschap in die jaren. Van 1986 – 1990 volgde ik de lerarenopleiding tot docent tekenen en kunstgeschiedenis in Nijmegen. Daarna volgde ik vier jaar de Kunstacademie in Enschede met specialisatie ‘grafisch ontwerpen en illustreren’. Ondertussen had ik mijn man Godfried Vonk leren kennen. Samen zijn we in 2003 in Rotterdam ons bedrijf Ontwerpkantoor begonnen.’

Werk
‘Ik werk eigenlijk alleen samen met mensen die ik aardig vind. Anders werkt het op de lange duur toch niet. Wat voor mij betekent dat, dat ik me heel betrokken voel bij de Remonstranten. Vaak denk ik na over de artikelen uit AdRem, heel fijn. Ik dacht altijd: geloven is zeker weten. Van de Remonstranten heb ik geleerd dat er andere manieren zijn om naar religie te kijken. Dat het geoorloofd is om te (blijven) twijfelen. Wij wonen en werken nu in Aerdt, ver weg van de bewoonde wereld, aan de rand van Nederland. Als ik dichter bij een remonstrantse kerk zou wonen, zou ik er vaker heen gaan. Vooral vanwege de stilte, de bezinning, de inkeer in mezelf. In die zin liggen kerk en yoga dicht bij elkaar voor mij. Ben ik daarmee een religieus mens? Ik weet het niet. Ik geloof niet in een God in een menselijke vorm, in iemand die stuurt en ingrijpt. De termen ‘God is liefde’ en ‘God is natuur’ passen meer bij mij. Ik vind het belangrijk om mensen te zien en te ontmoeten. Het samenleven van mensen boeit mij in het bijzonder.’

Anders kijken
‘Ik kijk dus altijd naar mensen en dingen om me heen. De werkelijkheid neerzetten is niet boeiend, ik probeer als illustrator die werkelijkheid te vertalen naar wat ik denk te zien. Een mening te geven, mensen op een ander been te zetten, te relativeren, te verbazen, een glimlach tevoorschijn te toveren. Dan heb ik toegevoegde waarde. Soms ook te provoceren, kijk naar de organist en de infographic in het vorige nummer over ‘Seksisme in de kerk’. Die tekeningen schuren, bij de Remonstranten kan dat. Voor een illustrator is er niks mooiers om te doen. Daartoe probeer ik onbevangen te kijken en te associëren als een kind, niet vooringenomen, zonder remmingen. Dat leer je op de Kunstacademie en in ’t leven zelf. Ik heb veel gereisd, daar ben ik een vrijer mens van geworden. In die zin ligt ‘vrijer tekenen’ in het verlengde van ‘vrijer denken’.’

Michel Peters

 

Zie ook