De tweede taal van Huub Oosterhuis

De tweede taal van Huub Oosterhuis

Op eerste paasdag overleed Huub Oosterhuis. Theoloog en dichter Huub Oosterhuis (1933) was een van de progressieve leiders van de vernieuwingsbeweging van de katholieke kerk. In 1952 trad hij in bij de Jezuïetenorde en in 1964 werd hij priester gewijd. Als priester werd hij al gauw een voorvechter van het afschaffen van de celibaatsverplichting. Dat kostte hem zijn functie: in 1969 werd hij uit de jezuïetenorde gezet en in 1970 ontslagen als studentenpastor. Hij trouwde en kreeg twee kinderen, Tjeerd en Trijntje, die inmiddels ruime bekendheid hebben gekregen in de muziekwereld.

Erkenning voor zijn ruim zevenhonderd teksten en psalmvertalingen kreeg Oosterhuis wel van protestantse zijde. In het Liedboek telde ik in de gauwigheid maar liefst 85 door hem geschreven liederen! Hij vond woorden die velen bij het geloof en de christelijke traditie hebben kunnen houden. In 2002 ontving hij een eredoctoraat aan de Vrije Universiteit te Amsterdam, vanwege zijn bijdrage aan de oecumenische liedcultuur en de liturgievernieuwing.

Herkenning en erkenning

Bij de Remonstranten konden zijn teksten steeds op veel herkenning en waardering rekenen. Waar in onze gemeenten is de afgelopen maand niet één of meer van de volgende liederen gezongen: De steppe zal bloeien, Licht dat ons aanstoot in de morgen, Zolang er mensen zijn op aarde, Zo vriendelijk en veilig als het licht, Zomaar een dak boven wat hoofden, Niet als een storm als een vloed, Wonen overal nergens thuis…? Hoe vaak werden en worden er niet kerkenraadsvergaderingen en bijeenkomsten geopend met een tekst van hem?

Er is nog een bijzondere band tussen Oosterhuis en de Remonstranten. In 1990 opende Oosterhuis een studentenecclesia en een discussiecentrum in De Rode Hoed, het pand aan de Keizersgracht in Amsterdam. Het gebouw verrees daar in de 17e eeuw, als schuilkerk van de Remonstranten. Het werd de gedroomde locatie voor een huis waar alles woont: een plek waar poëzie, muziek, politiek, Ekklesia en Leerhuis & Liturgie samen konden zijn. De gevelsteen met het hoedje inspireerde hem tot de naam die nu wijd en zijd bekend is. Tot 1998 was hij er directeur.

Het is Huub Oosterhuis die ons met nieuwe religieuze taal dichter bij het mysterie, het geheim van God bracht. Hij zei dat we in het geloof een ‘tweede taal’ spreken. De eerste taal is die waarin we feiten naar voren brengen.  De taal van de heldere waarheden, begrippen en formules. Er staat wat er staat, je zegt wat je bedoelt, zo precies en zo ondubbelzinnig mogelijk. De tweede taal, de taal van het geloof, is die van beelden en poëzie waarmee je iets kunt oproepen van een werkelijkheid waarvoor eigenlijk geen woorden bestaan. Je nadert in de tweede taal het geheim van God, terwijl je beseft dat geen enkel woord God kan omvatten. Hanna Rijken, musicus en docent aan de Protestantse Theologische Universiteit en het Rotterdams conservatorium roemt zijn beeldtaal, de taal van wat, in zijn eigen woorden, ‘eigenlijk niet te zeggen is. Die je spreekt om niet helemaal te hoeven zwijgen.’

Zijn metafoor van God die mensen als adelaarsjongen laat uitvliegen, maar hoedt onder z’n vleugels en hen opvangt als ze dreigen te vallen, sprak velen zeer aan.

Activist

Maar Huub Oosterhuis sprak niet alleen in mooie poëtische taal over een onnoembaar geheim. Voor hem kreeg God ook een concrete plek in de politieke werkelijkheid. Bij de begrafenis van prins Claus in 2002 sprak hij en zei: ‘Het woord God komt ons in kerkdiensten vaak te makkelijk over de lippen. Weten we wie we daarmee bedoelen? We zouden kunnen afspreken dat we met God bedoelen die Ene, die in de joodse bijbel en in de geschriften over Jezus de pleitbezorger is van vluchtelingen, ballingen. De God die solidariteit en gerechtigheid wil, liever dan adoratie en mooie liederen.’

In zijn uit 2012 daterende pamflet Red hen die geen verweer hebben stelt hij: ‘Eigenbelang en hebzucht hebben in onze samenleving de plaats van God ingenomen. En het neoliberale economische systeem geldt als het hoogste en belangrijkste waar mensen achteraan lopen.’ Tegenover het neoliberalisme plaatste Oosterhuis de bijbel. In een interview met Volzin verduidelijkte hij dat: ‘De belangrijkste les uit de bijbel is Heb je naaste lief als jezelf. De rest is commentaar.’

Diezelfde God is ook ieder van ons heel nabij. Toen zijn dochter Trijntje geboren werd schreef hij een lied dat heel bekend zou worden.

Ken je mij? Wie ken je dan?
Weet jij mij beter dan ik?
Ken je mij? Wie ben ik dan?

Het lied gaat echter niet over Trijntje. Het is een vrije interpretatie van psalm 139: HEER, u kent mij, u doorgrondt mij, wonderlijk zoals u mij kent, het gaat mijn begrip te boven.

Uiteindelijk is dat waar we allemaal naar verlangen in ons leven: ten diepste gekend én geliefd te zijn.

Peter Korver
Remonstrants emeritus-predikant, werkzaam bij de Grote Kerk in Naarden.

Zie ook

Meer ‘kathedraaldenken’ nodig
31 juli 2023

Meer ‘kathedraaldenken’ nodig

In 2021 wijdde remonstrants predikant Antje van der Hoek haar studieverlof aan een onderwerp dat al langer haar belangstelling heeft: de natuur als bron van christelijke spiritualiteit. Ze schreef er.. Lees verder

Jongerengemeente Arminius is springlevend!
2 augustus 2022

Jongerengemeente Arminius is springlevend!

De Jongerengemeente Arminius is een plek waar jongeren tot 35 jaar elkaar vinden in activiteiten rondom geloof en zingeving. Door wat we mee maken en de gesprekken die we voeren, groeien we als mensen, we ontwikkelen inzicht in wie we zijn en wat we belangrijk vinden in het leven… Lees verder