Luisteren is beter dan praten
Foto: Allard Willemse

Luisteren is beter dan praten

‘Nee, neemt u gerust wat te drinken. U moet geen last hebben van mijn godsdienstige gewoonten. Schroom niet!’ Het is ramadan en Ahmed Aboutaleb is voor de derde keer benoemd als burgemeester van Rotterdam. In zijn derde termijn staat ‘luisteren’ centraal. Reden voor Tjaard Barnard en André Meiresonne om bij hem op de thee te gaan en te luisteren naar een inspirerende burgervader.

‘Mijn vader zei altijd: “Een mens heeft twee oren en maar één mond.” Luisteren is beter dan praten. Dan kun je nog eens ergens over nadenken. Nu ik wat ouder ben, geef ik gerust toe dat ik wel eens twijfel. Dat ik het allemaal niet zeker weet. Voor politici is dat lastig. Je moet consistent zijn. Je moet altijd hetzelfde zeggen en doen. Toen ik laatst in de Raad zei dat ik twijfelde, was er één fractie die mij complimenteerde. Twijfel is voor mij een kwaliteit van leven, van mens zijn. Toegeven dat je twijfelt is een teken van rijpheid. Het lucht ook op om het aan jezelf toe te geven. Het is gewoon verstandig.’

Geweten

Soms moet je niet twijfelen, maar gewoon doen. Gewoon zeggen wat je belangrijk vindt. Zo stond ik op de Beijerlandselaan, de dag nadat de winkels daar geplunderd waren. Ik heb gewoon verteld wat ik op mijn hart had. Er was geen professionele camera. Een medewerker heeft het, met z’n tas tussen z’n benen, in een keer gefilmd met zijn telefoon. Lang had ik niet nagedacht over wat ik zeggen wilde. Ik heb niet gescholden, maar met zachtheid gesproken. In zijn zachtaardigheid is het heel hard. Ik heb op hun geweten gewerkt: mijn woorden krasten als een nagel op hun geweten. Waren ze trots op wat ze gedaan hadden? Hoe dachten ze over die winkeliers die ze bestolen hadden? Ik dacht erover om te vragen aan de man die gestolen had uit de Zeeman: “Waren ze blij toen je met die onderbroekjes thuiskwam?” Ik heb me ingehouden en het maar niet gezegd.’

Proefnummer AdRem, remonstrants magazine

Vraag nu een proefnummer aan van AdRem, het remonstrantse magazine!

‘Sorry’

‘Binnenkort ontmoet ik een paar van die jongeren die toen gepakt zijn. Ik wil ze spreken. Ik wil naar ze luisteren. Ik hoop dat ze zeggen: “Sorry burgemeester, we hadden het niet moeten doen.” Het zijn jongens van 13, 14 jaar. Hopelijk zijn ze zo geschrokken van zichzelf dat ze het niet meer doen. Ja, ik ben optimistisch. Ik vind het belangrijk om tijd voor deze jongens vrij te maken. Ik wil het goede in de mens zien. Als burgervader moet je optimistisch zijn. Het helpt niet om alleen maar streng te zijn. Daar wordt het niet beter van. Nee, ik kijk heel bewust waar het licht is. Van daaruit wil ik praten. Dat wil ik zien. Mijn vader zei al: “Als je over mensen wilt praten, vertel dan de goede dingen. Want slechte dingen hebben we allemaal.” Als ik een koninklijke onderscheiding uitreik, vertel ik over wat iemand gedaan heeft voor zijn voetbalvereniging, voor de kerk of voor het buurthuis. Dat iemand misschien ook wel eens te dorstig is geweest, daar heb ik het dan niet over.’

Bescherming

Eén dag in de week werk ik op Zuid. Ik ontmoet daar gewone burgers. Ze vertellen me over wat er allemaal gebeurt. Ook wat er allemaal misgaat. Onze samenleving is heel streng geworden. We hebben wetten en regels gemaakt, maar we zien de mensen niet meer staan. Maar soms moet je de wetten terzijde schuiven en ruimte zoeken om het goede te bereiken. Mensen moet je soms beschermen tegen de al te strenge regels van de overheid. Je kunt natuurlijk een verkeerde ingevuld formulier afwijzen, maar je kunt ook bellen, kom eens met die schoenendoos papieren, dan zal ik je helpen. We moeten mensen weer zien staan. Twee derde van de mensen kan het best zelf, maar een derde heeft een beschermende overheid nodig. De overheid als schild. Soms schrijven mensen me over iets wat onrechtvaardig lijkt. Ik leg het dan neer bij de wethouder. Wil je eens kijken, “Graag beoordelen”. Ik hoop dat er dan ruimte ontstaat om wat menselijker te kijken. We zijn met z’n allen doorgeschoten. We doen alsof elke burger een fraudeur is. Dat is een probleem, een van de grootste uitdagingen voor onze samenleving. De overheid vertrouwt de burger niet meer en de burger de overheid niet. Misschien wil 5% van de bevolking, ik noem maar een getal, de zaak flessen. Maar moet 95% daaronder lijden? Natuurlijk moeten we streng zijn en goed opletten. Maar uitgangspunt moet vertrouwen zijn en niet wantrouwen. Dat is het bijzondere van de democratische Nederlandse samenleving. Het uitgangspunt is vertrouwen.

Ramadan

Voor mij is de ramadan een oefening in gehoorzaamheid, een training in discipline en zelfbeheersing. Als je iets niet hebt, dan weet je opeens wat je mist. Je ontdekt de waarde van je vader als ie er niet meer is. Als je niet eet, sta je er veel meer bij stil. Het is een tijd van inspiratie, van aan mezelf werken. Ja, ik word er nederig van. Ik dacht laatst, al breng je alle geleerden van de wereld bij elkaar, samen kunnen ze nog geen vlieg maken. We kunnen heel veel, maar als je dat bedenkt, dan word je heel klein. Je hebt het leven niet in de hand, het leven is een gift. Natuurlijk, als burgemeester kun je niet klein zijn. Ik ben met een ambt bekleed. Ik heb de bevoegdheden gekregen om beslissingen te nemen. Ik moet het doen. Als je met z’n allen in de trein zit, is er toch maar eentje die hem bestuurt? Tegelijkertijd heb ik mensen nodig die mij helpen. Mensen die mij corrigeren. Als Claudia, mijn woordvoerder, iets zegt neem ik het in 95% van de gevallen over. (Lachend:) Maar soms ben ik koppig. Ik zoek mensen om heen die me durven tegen te spreken.

Poëzie

Ik houd erg van poëzie. Ik lees het om mezelf een spiegel voor te houden. Om dieper over de dingen na te denken. Poëzie kan dwingen anders adem te halen, met je buik. Ik heb het nodig. Zo lees ik ook de Koran. De vorm is poëzie. De Bijbel is een mooie vertelling, maar de Koran is één groot gedicht. Het lezen inspireert me steeds opnieuw.

Rijk

Mijn vader was afwezig, hij was in Europa toen ik opgroeide. Van hem kreeg ik het rationele mee. Van mijn moeder kreeg ik zorgzaamheid mee, het besef dat je met elkaar kunt delen. Niet ‘ikke, ikke’, maar het wij moet centraal staan. Het is nu ramadan, een tijd om behoeftige mensen te helpen. Een neef van me organiseert voedselpakketten voor vijftig families in ons geboortedorp. Ik betaal mee.’ Enthousiast toont Aboutaleb een foto. ‘Ik heb een geruststellende afspraak met mezelf: Ik word niet rijk, het is niet nodig. Mijn rijkdom zit in de medemens: toen ik ziek was, kreeg ik honderden kaarten en brieven, uit het hele land. Mensen hoefden me geen eieren op te sturen om aan te sterken. Maar hun lieve woorden waren veel belangrijker. Ik heb mijn plek temidden van de mensheid. De minister-president belde me: “Als je je verveelt, dan bel je mij.” Dan ben je rijk, als mensen zo met je meeleven.

Jezus

Ik luister naar de mensen om me heen, in mijn stad.. Soms kun je proberen visionair te zijn. Zo moet er voor het klimaat veel veranderen. Maar het begint met een klein stapje. Pas over lange tijd zul je dan zien waar we uit komen. Die visie vraagt om vertrouwen en het nemen van verantwoordelijkheid. Je zult niet altijd populair zijn, maar je moet het toch doen. Jezus was ook niet bij iedereen populair in zijn tijd. Maar hij was een geweldig mens. Alle theologie laat ik even zitten. Of ik geloof in Jezus Christus? Ja nou en of! In de Koran komt Jezus dertig keer voor, de profeet maar tien keer. Zoveel verschilden ze niet, die vroege moslims en christenen.

Vertrouwen

In deze geweldige stad proberen we er samen wat van te maken. Vaak beseffen mensen niet hoe bijzonder dit land is. Nog voor ik iets presteerde, kon ik hier een opleiding volgen. Ik kreeg een studiebeurs, ik kon een huis huren. Inmiddels heb ik zelf natuurlijk al veel belasting betaald. Dus het is goed om mensen een kans te geven. Durf mensen te vertrouwen, durf in ze te investeren.

We moeten trots zijn op dit land. Mensen krijgen mogelijkheden. En hoe streng er ook naar vluchtelingen wordt gekeken, als het iemand in de buurt is die we kennen, dan is ‘ie van ons en moet ‘ie blijven. We vormen een menslievend land. Laten we naar elkaar luisteren en elkaar vertrouwen!

Tjaard Barnard en André Meiresonne

 

Wie is Ahmed Aboutaleb?

Ing. Ahmed Aboutaleb  (Beni Sidel (Marokko), 29 augustus 1961)) groeit op als zoon van een imam in het Rifgebergte. Eerst komt zijn vader naar Europa, in 1976 zal de hele familie zich in Nederland vestigen. Hij volgt een technische opleiding. Van 2004-2007 is hij wethouder (PvdA) in Amsterdam. Daarna is hij van 2007-2008 staatssecretaris van sociale zaken. In 2009 wordt hij benoemd als burgemeester van Rotterdam. Deze benoeming is omstreden. In 2021 wordt hij voor de tweede keer herbenoemd. Centraal in zijn werk staat het verbinden van mensen. In Rotterdam wordt hij nu in brede kring zeer gewaardeerd.

 

Zie ook