Jan Pieterszoon Sweelinck (1562-1621), tolerant in turbulente tijden

Jan Pieterszoon Sweelinck (1562-1621), tolerant in turbulente tijden

Op 16 oktober jongstleden was het  vierhonderd jaar geleden dat Jan Pieterszoon Sweelinck overleed. Hij wordt beschouwd als de grootste  componist uit de Nederlandse geschiedenis. Zijn muziek is minder bekend dan zijn naam die immers voorkomt in veel geschiedenisboeken en op talloze straatnaamborden. Muziek uit de vroege zeventiende eeuw vraagt is niet de meest toegankelijke. Die vraagt nu eenmaal  om een andere luisterhouding dan de muziek van componisten die geboren zijn in de tweede helft van die eeuw, zoals bijvoorbeeld Purcell en Bach. De laatste decennia is daarin een kentering gekomen. In de aanloop naar zijn driehonderdvijftigste geboortedag in 2012 verscheen het Sweelinck Monument: de eerste complete opname van zijn vocale en instrumentale oeuvre op drieëntwintig cd’s, die in acht cd-boeken zijn uitgegeven. De publieke omroep participeerde in dit project, dat geïnitieerd werd door zanger en dirigent Harry van der Kamp. Zie: https://jpsweelinck.nl/historisch-opnameproject/
Musicoloog Simon Groot toonde onlangs aan dat die driehonderdvijftigste geboortedag een jaar te laat is gevierd. Sweelinck is geboren in 1561 en niet, zoals altijd werd aangenomen, in 1562. In september van dit jaar verscheen het boek ‘Jan Pieterszoon Sweelinck, de Orpheus van Amsterdam’ van Pieter Dirksen. Van harte aanbevolen! Bestellen kan bij info@pieterdirksen.nl (€ 29,- + porto).

Grote veranderingen
De auteur geeft een fascinerend beeld in word en beeld van Sweelinck tegen de achtergrond van zijn tijd, die in het teken stond van grote veranderingen op religieus, staatkundig en economisch gebied. Zo maakte Sweelinck in 1578 mee dat Amsterdam protestant werd (de Alteratie), een gebeurtenis die diep ingreep op zijn werk als organist van de Oude Kerk, waar hij eind 1577 werd benoemd en tot zijn dood zou blijven spelen, vierenveertig jaar lang. Officieel heeft hij slechts een half jaar in de rooms – katholieke vieringen gefunctioneerd, het is aannemelijk dat dit in feite langer was. Zijn vroeg gestorven vader was organist van de Oude Kerk. Het ligt voor de hand dat de zoon zijn vader en diens twee onmiddellijke, eveneens vroeg gestorven opvolgers, assisteerde en in voorkomende gevallen verving.

Calvinistische soberheid
De werkzaamheden van een organist veranderden drastisch na de Alteratie. Tijdens de dienst was meerstemmige muziek niet meer toegestaan, koorzang en orgelspel waren in het Calvinisme verboden. De organist kwam in dienst van de stedelijk overheid; één van zijn taken werd het spelen van psalmmelodieën voor aanvang en na afloop van de godsdienstoefening; het was een manier om de kerkgangers vertrouwd te maken met de nieuwe, nog onbekende psalmmelodieën. Beiaardiers, ook in stedelijke dienst, kregen eenzelfde opdracht.

Calvinistische en rooms – katholieke historici claimden Sweelinck als belijder van hun eigen geloofsrichting. Waarschijnlijk is dat de componist niet veel op had met de religieuze onverdraagzaamheid van zijn tijd. Met Arminius stond  hij langdurig in contact toen deze van 1587 tot aan zijn benoeming tot hoogleraar in 1603 predikant was van Sweelinck’s Oude Kerk. Ook uit andere contacten kun je afleiden dat de organist in aanraking kwam met religieuze verdraagzaamheid in de geest van Coornhert en Erasmus. Ik acht het niet onmogelijk dat hij daarom geen keuze wilde maken voor welke religieuze richting dan ook.  Arminiaansgezinden waren  doorgaans geen fanatieke papenvreters. In 1619 stelde de pauselijke nuntius in Brussel, aartsbisschop Luciano San Severino, immers dat Johannes Wtenbogaert, leidsman van de Remonstranten, in de buurt van bekering tot de Moederkerk kwam. Wishful thinking van San Severino of tolerantie in turbulente tijden van Wtenbogaert?

Jos van der Kooy
organist van de Remonstrantse Gemeente in Rotterdam

Zie ook