De parabel: een verhaal met een open einde
Beeld: Isaac van Swaanenburg

De parabel: een verhaal met een open einde

Wat zijn parabels? Sprak alleen Jezus in parabels? Hoe zit dat in de vroegrabbijnse literatuur? Wat kunnen wij vandaag de dag leren van parabels? Eric Ottenheijm, universitair docent in Utrecht, vertelt Yvonne Hiemstra over de kracht van de vroegchristelijke en vroegrabbijnse vertelkunst.

‘Kortgezegd houdt onze onderzoeksgroep zich bezig met de systematische doordenking van parabels. We analyseren de historische context en doen vergelijkend onderzoek tussen vroegchristelijke en vroegrabbijnse parabels aan de hand van een drietal, veel voorkomende thema’s: de maaltijd, vader en zonen en tot slot (hoe actueel wil je het hebben?) slaven en slavernij. We spreken over een enorm corpus aan literatuur: op zijn minst 37 parabels bij Matteüs, Marcus en Lucas (de maximale telling is 104) en zo’n 700 – 1000 Rabbijnse parabels, alle losse miniscule verhaaltjes en gelijkenissen. We hebben nog lang alles niet in beeld. Al deze verhaaltjes dragen een boodschap in zich mee en willen een zekere uitwerking genereren op de toehoorder. Dit is in een notendop waar we het over hebben als we spreken van parabels.’

Ophelderen van misverstanden

‘In ons onderzoek stuitten we al snel op wat ik maar noem misverstanden over parabels die een goed verstaan hiervan in de weg staan. Het onderzoek is ooit begonnen met mensen als Adolf Jülicher en David Flusser. De eerste legde de theoretische grondslagen, maar ging voorbij aan Rabbijnse parabels. De tweede heeft juist veel invloed heeft gehad met zijn pleidooi voor het serieus nemen van de Joodse aard van het Nieuwe Testament. Flusser reageerde op onderzoekers die meenden dat Jezus uniek geweest zou zijn in zijn parabels. Sommige exegeten menen nog steeds dat hij de eerste en enige was die parabels inzette bij de verkondiging van een boodschap. Daar lijkt het ook op aan het einde van de Bergrede. ‘Toen Jezus deze rede had uitgesproken, waren de mensen diep onder de indruk van zijn onderricht, want hij sprak hen toe als iemand met gezag, en niet zoals hun schriftgeleerden’. Of denk aan Marcus 4/Matteus 13 waar de leerlingen Jezus vragen waarom hij in gelijkenissen spreekt. Deze vraag wekt inderdaad de suggestie dat Jezus hierin uniek zou zijn geweest.

Dit beeld verdient echter correctie. Ons onderzoek maakt duidelijk dat er binnen de Jezus-beweging gebruik werd gemaakt van parabels. Maar dat was bepaald niet nieuw. Wel is er ten tijde van Jezus een eerste bloeiperiode van dit literaire genre. Tegen het einde van de eerste eeuw/begin tweede eeuw ontwaren we een tweede bloeifase. Dan pas spreken we van vroegrabbijnse parabels. Vervolgens zien we in de derde eeuw een doorgaande productie van parabels, zij het uitsluitend binnen het Rabbijnse jodendom. In het vroege christendom worden de parabels van Jezus gelezen als allegorisch onderricht van christelijke theologie. Ons project is erop gericht alle beschikbare parabels met elkaar te vergelijken. Dit leidt tot een nuancering van het vermeend unieke karakter van Jezus en tegelijkertijd tot een beter beeld van de vertelcultuur die aan hem wordt toegeschreven en wat er rondom en na hem op dit gebied plaatsvond. Dus: ja, we hebben Jezus nodig om de rabbijnse parabels te kunnen begrijpen. Maar: nee, hij was niet de enige, zo leert ons onderzoek. Uiteindelijk willen we een meer universele blik ontwikkelen en vergelijkingen te maken met bijvoorbeeld parabels uit het boeddhisme en de Islam. Dit alles maakt parabels tot een razend interessant wetenschappelijk onderzoeksveld’.

Elasticiteit in denken

‘De structuur van een parabel is: 1. een (korte) inleiding zodat je weet: nu komt er een verhaal; 2. het verhaal zelf en 3. een slot dat toewerkt naar een toepassing, een uitleg of een afsluitende spreuk (technisch nimshal geheten). Maar los van de structuuranalyse en het historisch-kritisch onderzoek houdt ons project zich bezig met het effect van parabels. Ze vereisen een elastische manier van denken. Het gaat niet om wetsteksten of ethische regels. Die beogen een zekere eenduidigheid. Parabels werken anders. Via een omweg van beelden en metaforen, die je dus niet letterlijk moet verstaan, zetten parabels aan tot verbeelding. Ze doen een appel op je. Wie de parabel tot zich laat spreken, raakt onherroepelijk betrokken bij de boodschap. Een parabel roept een wereld aan associaties op en brengt tegelijkertijd de historische context opnieuw tot leven. In het verhaal zelf zit betekenisgeving en die is herkenbaar voor mensen van alle tijden. Waarheid wordt echter, ook in de theologie, vaak verbonden met historische ‘echt-gebeurdheid’. Maar als de historische bewijsvoering niet sluitend is, kan het verhaal al gauw worden afgedaan als onwaar. Ook hier is sprake van een misverstand. Historiciteit is binnen ons onderzoek weliswaar van belang omdat je bijvoorbeeld meer wilt weten over motieven en context om zinvolle vergelijkingen te kunnen maken. Maar waar je voor op moet passen, is dat je de betekenis van een parabel niet reduceert tot zijn historische context.  Wat ik hiermee wil zeggen is dat de betekenis niet te herleiden valt tot één specifieke uitleg. Het feit dat motieven in de Jezus-parabels later terugkomen in rabbijnse parabels, roept de vraag op naar hoe parabels door de tijden heen functioneren en welke rol bijvoorbeeld de specifieke gemeenschap speelt waarvoor de parabel kennelijk bestemd was. Een parabel is altijd een antwoord op een specifieke vraag. De parabel van de Barmhartige Samaritaan gaat bijvoorbeeld in op de eerder gestelde vraag: wie is mijn naaste? Een goede parabel geeft een diepere betekenis aan zowel de vraag als het antwoord.’

‘Joodse’ of ‘christelijke’ parabels?

‘Cruciaal is natuurlijk of er verschil is tussen de parabels van Jezus en die van de Rabbijnen. Op het eerste oog is dat verschil evident: Rabbijnse parabels vervullen overwegend exegetische functies, in het oplossen en doordenken van ontbrekende informatie of problemen in de lezing van de Tora. De parabels van Jezus zijn overwegend gericht op het Koninkrijk van God. Toch is het zaak hier niet in tegenstellingen te denken. Zo vinden we ook exegetische motieven en zelfs expliciet exegetische parabels in de ‘Jezustraditie’, naast morele of theologische parabels in de Rabbijnse traditie (in de literatuur wordt hier vaak het wat  verwarrende begrip ‘retorische parabels’ gebruikt).

Verder blijkt exegese bij de Rabbijnen een voertuig te zijn om diepgaande theologische, eschatologische, psychologische of morele kwesties aan de orde te stellen, en zien we verwante thema’s evengoed in de Koninkrijk van God – parabels. Van belang is, denk ik, in beide traditiestromen te zien dat parabels fungeren als oproep tot en vehikel van persoonlijke transformatie: als appel aan de lezer of toehoorder om vanuit ervaringen uit het dagelijkse leven anders te kijken naar de realiteit van God. Daarin verschillen Rabbijns Joodse parabels niet wezenlijk van die van de Jezustraditie. Een mooi voorbeeld is de parabel van Rabbi Ja’acov die de verhouding tussen deze wereld en de komende wereld vergelijkt met een maaltijd, waarbij je in deze wereld, net als in een vestibule, hors-d’oeuvres krijgt geserveerd, als voorproefje voor de maaltijd in de aanligruimte (triclinium), de wereld die komt. Het is zaak goed voorbereid te verschijnen in de vestibule, wil je tot de aanligruimte worden toegelaten! Dagelijkse ervaring en religieus inzicht grijpen hier in elkaar. Net zo vertelt Jezus over een maaltijd als voorproefje van de komende wereld, en net zo roept hij op goed voorbereid en tijdig te verschijnen. In beide tradities komen we zo een verwant motief tegen van alertheid en van scheiding.’

Het laatste woord is aan de lezer

‘Wat een parabel nu juist zo sterk maakt is dat het verhaal nooit af is. Er is sprake van een open einde. Neem het verhaal dat we kennen als ‘de verloren zoon’. Hoe ging dit verder? Wat gebeurde er nadat de vader de jongste zoon opnieuw had verwelkomd? Een parabel zet dus aan het denken. Over onszelf, en over de tijd waarin we leven. Let wel, parabels schuwen geweld en moeilijke thema’s niet. In die van Jezus wordt ook over slaven gesproken. Je kunt analyse plegen met behulp van historische kritiek en vragen stellen als: hoe zijn bepaalde begrippen gebruikt, hoe functioneerden ze destijds? Maar dit lost ons ongemak niet op. Het is mijn overtuiging dat levende religieuze tradities het niet alleen moeten hebben van de geschreven teksten maar ook van het commentaar daarop. Pas door in gesprek te gaan en ruimte te geven aan het schurende effect van teksten, kun je uit een impasse komen. In de confrontatie kan een nieuwe openheid ontstaan. Parabels geven niet alleen een troostende blik op de realiteit maar geven ook stem aan de moeilijke kanten van het leven. Dit maakt parabels nu bij uitstek tot geschikt gespreksmateriaal’.

Leeswijzer

 Om parabels goed te kunnen lezen en te verstaan geeft Eric enige tips:

  1. Lees parabels niet als allegorie. Dit is de grootste verleiding die je moet weerstaan, een die (helaas) nog steeds opduikt in prediking en exegese. Vaders zijn niet altijd God, zonen niet altijd Christus, of Israël. Een maaltijd spiegelt een geleefde context van maaltijden in de Joodse, Laat Antieke wereld van Galilea, en ook waar de maaltijd een eschatologische functie heeft behoudt ze die realistische trekken.
  2. De plot van het verhaal is net zo van belang als de karakters of motieven. Het is goed parabels te lezen als spiegels van bijbelse motieven. Zo ontwaren we in de Verloren Zoon het motief van de jaloezie tussen Jacob en Esau. Dat werpt licht op verhoudingen in de gemeenschap van leerlingen. Probeer zelf op het spoor te komen van bijbelse motieven, en je komt tot verrassende ontdekkingen!
  3. Probeer altijd de vraag op te sporen waarop de parabel antwoord wil geven. Die vraag dient zich soms aan in de narratieve context van de parabel, of in de toepassing.
  4. Kijk hoe de parabel je uitdaagt om anders tegen zaken aan te kijken, qua emotionele respons, soms zelfs letterlijk! Wordt een boom of een tarweplant anders als je parabels leest? Is samen eten doordrenkt van nieuwe betekenis, zijn familieverhoudingen wellicht herkenbaar?
  5. Vraag jezelf gerust af of de parabel betekenisvol is voor jou, als lezer in een andere culturele en politieke context. Hoe zou je zelf het open einde van de parabel voltooien? Zou je andere motieven of karakters hebben gekozen?

Nadere info over het parabel project: https://parabelproject.nl/het-project/

Yvonne Hiemstra
Redactie AdRem, geestelijke verzorger in de eerste lijn

 

 

Wie is Eric Ottenheijm?

Eric Ottenheijm (1961) studeerde theologie en rabbinica in Amsterdam. Hij promoveerde in 2004 op de rol van intentie in de halachische discussies binnen de farizese scholen van Hillel en Sjammai. Hij is universitair docent Joodse Studies en Bijbelwetenschappen aan de Universiteit Utrecht. Hij leidt het onderzoeksproject over parabels in de synoptische evangeliën en de rabbijnse literatuur. Ottenheijm is daarnaast actief in de Joods-christelijke dialoog in Nederland, als voorzitter van Sha’ar, een denktank van theologen en rabbijnen verbonden aan het Ojec.

 

Zie ook