Oorlog vraagt ons om compassie en weerbaarheid
Foto: André Meiresonne

Oorlog vraagt ons om compassie en weerbaarheid

Sjerp van der Vaart hield een overweging in de dienst van zondag 13 maart in de Arminiuskerk in Rotterdam. Deze tekst is een bewerking daarvan. Hij verbindt met elkaar de lijdenstijd, bommen op Oekraïne en stromen vluchtelingen. ‘Plotseling herkennen we de kwetsbaarheid van de andere mens. En daarmee ook die van ons zélf.’

De vraag die deze oorlog in de Oekraïne ons stelt is: wat kan onze innerlijke houding zijn tegenover al dit lijden? De vraag stellen is zeker makkelijker dan hem beantwoorden. Duidelijk is immers dat er geen simpele antwoorden zijn. Morele en praktische dilemma’s doemen voor ons op. En toch, de richting is die van innerlijke weerbaarheid, geloof en vooral compassie.

De stilte tussen de noten van de prachtige muziek van o.a. Bach en Fauré die in veel kerken klinkt, onderstreept de wrangheid van het moment: lijdenstijd, bommen op de Oekraïne en stromen vluchtelingen. Een fundamentele onzekerheid breekt baan in ons bestaan. Waar nog maar zo kort geleden alles normaal leek te worden na de pandemie, zien we ons nu geconfronteerd met de kwetsbaarheid van het bestaan. Een besef dat we zo vaak willen toedekken. Bij het zien van al het leed is er het dubbele gevoel van verslagenheid én je zo heel erg machteloos voelen.

Abonnement AdRem, remonstrants magazine

Eigenwijs remonstrants magazine over religie en cultuur. Met meer diepgang, op zijn tijd dwarsheid, duiding en human interest.

bestel voor € 39.50

Eigen en andermans kwetsbaarheid

Deze gevoelens leggen iets bloot. Dat is dat ik plotseling de kwetsbaarheid van de andere mens herken. En daarmee herkennen we niet alleen diens  kwetsbaarheid, maar ook die van ons zélf. De oosterse mysticus verwoordt dat in de Upanisad zó: tat tvam asi, ofwel dat zijt gíj.. We beseffen dan dat we in het gelaat van de vluchteling uit Mariopoel een appel voelen tot verantwoordelijkheid. In dat gelaat mag ik immers het gelaat van de Waarachtige herkennen?

Tijdens deze lijdenstijd heet het op de tweede zondag in de katholieke kerk traditiegetrouw Reminiscere, ofwel Gedenk uw barmhartigheden’. Vaak lezen gemeenten dan Psalm 25. En hoe toepasselijk heet het daar: ‘Gedenk o Heer, uw barmhartigheid en Uw ontferming: dat onze vijanden ons nooit overheersen.’

Verlammende onmacht

Barmhartigheid dus, maar wat te doen met die verlammende onmacht in het zicht van alle oorlogsbeelden? Dit voorop: we kunnen onze onmacht in gebed aan Christus tonen. Hij draagt immers het lijden van iedere mens? Het gebed geeft ons een tweede ingrediënt voor onze innerlijke richting: dat is innerlijke weerbaarheid. Het is precies het gebed dat ons ontdoet van de angst die alle oorlogsleed oproept. Angst dooft het licht in ons, en het gebed maakt dat ongedaan. We bidden dat onze wereldwijde gebedskracht een spiritueel schild boven de Oekraïne mag vormen. In het Grieks betekent schild ook deur, een verwijzing naar Jezus in deze lijdenstijd.

Een tweede aspect van wat mijn innerlijke houding kan zijn is com-passie. Compassie is gebaseerd op gelijkwaardigheid. Maar hoe wankelbaar zijn we niet? Praktische overwegingen en twijfels staan tussen ons en een dak boven het hoofd van een vluchteling. En daarbij: hoe groot is ons geloof?

Iemand die zich die vraag ook stelde was Paulus in zijn brief aan de Efeziërs. Hij zegt: ‘Trek aan de wapenrusting Gods om stand te houden tegen de doelbewuste aanvallen van de duivel.’ Paulus heeft het hier niet over de verhoging van de defensiebegroting. Het gaat hem om een innerlijke weerbaarheid. ‘Wat ons is opgedragen,’ schrijft hij, ‘is niet de strijd tegen machten van vlees en bloed, maar tegen machten in onze eigen natuur, tegen heersers van het boze in deze kosmische duisternis.’ Veelbetekenend spreekt Paulus dat ‘we onze lendenen moeten omgorden met strenge waarachtigheid, en het schild van het geloof moeten opheffen’.

Hulp, steun en een luisterend oor voor de ander

Zo doemt een beeld op hoe we de andere mens, in pijn, op de vlucht, of een onderkomen zoekend tegemoet kunnen treden. Dat is dus voorop het herkennen van de kwetsbaarheid van de ander, waarin we onze eigen kwetsbaarheid terugzien. In het gezicht van de vluchteling, al dan niet via Polen in een sporthal bij ons beland, zien we ons zelf terug. Maar dan de kwetsbare innerlijke kant van onszelf, die er altijd is. Die noopt tot hulp, steun en vooral een luisterend oor – er te zijn voor de ander.

Geloof en compassie dus, daarom draait het bij de vraag naar onze innerlijke houding. Geloof is vertrouwen uitspreken. En compassie,  gebaseerd op gelijkwaardigheid, vraagt om samen met de ander ergens door heen te gaan. Door vreugde, maar ook door lijden en pijn.

Horen we dan het appel van de ander die lijdt, dan mogen we beseffen dat Christus zich ook offert aan diegenen die dit allemaal overkomt. Wij kunnen aansluiten bij de weerbaarheid van de Oekraïners zelf. En bij hun moed tot behoud van de menselijke waardigheid. Uit die houding spreekt hoop, en meer: het strekt ons tot voorbeeld. Aan deze kracht herinnert – het was immers Reminiscere in de lijdenstijd – de weg die de man van smarten ons voorleefde.

Dat moge ons sterken.

Sjerp van der Vaart
Student aan het Remonstrants Seminarie

 

Zie ook