Briefwisseling ‘Ik geloof het wel’

Briefwisseling ‘Ik geloof het wel’

Predikant Anneke van der Velde (1963) en haar dochter Geerke (1997) schrijven elkaar brieven. Zij bevragen elkaar daarin hoe ze in het leven staan en hoe geloof, zingeving en spiritualiteit daarin een rol spelen.

Anneke

Lieve Geerke,

In je laatste brief vraag je me wat ik vind van dogmatisch gelovigen. Je relateert dat aan je goede vriend, die zijn best doet het geloof ook in zijn leerstellingen als het gezag van de bijbel, de verzoeningsleer, de Drie-eenheid, en Gods almacht te omarmen.

Vooropgesteld: ik heb niets tegen ratio, gebruik van het verstand en toepassing van logica in geloof en theologische vraagstukken. De mens heeft haar verstandelijke vermogens ontvangen om ze ten goede te gebruiken en dat geldt ook voor het domein van geloof en spiritualiteit. Het doordenken van geloof en het bouwen van een raamwerk van vooronderstellingen en overtuigingen, daar is niets tegen, denk ik. Dat heeft zelfs een zekere schoonheid.

Ons denken kent haar beperkingen
Laatst moest ik voor een cursus ‘sacramenten’ voor pioniers (kerkvernieuwers in de PKN) nog eens de dogmatiek over doop en avondmaal doornemen. Prachtig hoe een en ander is doordacht en hoe we in de kerk staan op de schouders van een eeuwenoude gedachtenvorming en doordenking. Maar altijd als dogmatiek aan de orde komt, moet ik ook denken aan het gedicht dat voorin het lijvige boek over dogmatiek van Berkhof staat. (Dat is de versie die ik tijdens mijn studie moest bestuderen):

Strong Son of God, immortal Love

Whom we that have not seen Thy face

By faith and faith alone embrace

Believing where we cannot prove

 

Our little systems have their day

they have their day and cease to be

They are but broken lights of Thee

And Thou o Lord art more than they.

 

Alfred Tennyson

 

Kort gezegd: ons denken kent haar beperkingen. Dogma’s blijven ‘little systems’, om met Tennyson te spreken. God is veel meer dan dat. Relativering is bij geloofsstellingen altijd op haar plaats.

Jezus in je hartje
Ik ben wel mild-dogmatisch (of is dat een contradictio in terminis..) opgevoed. Niet eens zozeer door mijn ouders als wel op school en in de kerk. Als je Jezus niet in je hartje had, dan kwam het niet goed met je. Je moest dagelijks bidden voor vergeving van zonden, en dat was mogelijk omdat Jezus voor ons gestorven was. En alles wat gebeurde, was Gods wil. Je moest goed leven, anders kwam je niet in de hemel. Aannames waar ik gaandeweg mijn leven heel anders over ben gaan denken, en waar ik jullie niet mee wilde belasten.

Ik heb jullie een andere geloofsopvoeding gegeven dan ik zelf heb gehad. Ik heb jullie weliswaar kennis laten maken met de verhalen in de bijbel, maar ook meteen de allegorische betekenis ervan aangereikt. Ik heb jullie verteld over verschillende religies, als ‘talen’ om datgene wat de mens overstijgt, te verwoorden en vorm te geven. Ik heb jullie proberen te zeggen dat je geliefd bent, voordat je ook maar iets hoeft te presteren. Maar waar het me bij dat alles om ging, is, dat jullie uiteindelijk de geborgenheid in een allesomvattende Liefde zouden ervaren, die ik – uiteindelijk, na doordenking en levenservaring – ook als het meest essentiële heb overgehouden aan mijn geloofsopvoeding. Ik vraag me wel eens af of ik die ook had kunnen verwerven, zonder eerst ingeleid te zijn geweest in de ernst van een ‘dogmatisch geloof’, en of ik – doordat ik bij jullie juist de ruimte en relativering centraal heb gesteld – ook het voor mij meest wezenlijke heb weg gerelativeerd.

Dus, eigenlijk twee vragen deze keer, die me zeer aan het hart gaan: voel jij je existentieel geborgen, en heeft geloof daar iets mee te maken?

Liefs, Mama

 

Geerke

Lieve mama,

Dank je wel voor je brief. Ik moet bekennen dat ik even schrok van je vragen: Voel ik mij geborgen in een allesomvattende liefde? En heeft geloof daar iets mee van doen? Dat zijn behoorlijk existentiële, persoonlijke vragen. Ik zal proberen ze zo goed mogelijk te beantwoorden, zonder in een ‘gezapig gezever’ te vervallen.

Het woord ‘geborgen’ neemt een centrale plaats in, als je spreekt over de betekenis van geloof in jouw leven. Om je vragen te kunnen beantwoorden, heb ik dan ook eerst kort vooronderzoek verricht naar de betekenis van het woord ‘geborgen’. Want, wat betekent het eigenlijk om geborgen te zijn? In Van Dale vond ik als betekenissen: veilig, beschermd. Dus, voel ik mij beschermd in liefde? Ja, ik geloof het wel. Ik voel mij geborgen in de liefde van mijn ouders, mijn zussen en vrienden. Wanneer het leven teleurstelt, zijn er lieve mensen om me heen die me opvangen. Dat is een prettig besef. Maar heeft religie daar iets mee te maken? Nee, volgens mij niet. ‘Ik voel Jezus niet in mijn hartje’, om maar met jouw woorden te spreken.

Onvoorwaardelijkheid
Tegelijkertijd draagt het woord ‘geborgen’ in mijn beleving nog een andere, diepere betekenis met zich mee. Ik associeer geborgenheid met een zekere onvoorwaardelijkheid, met liefde die voorafgaat aan wereldse successen en prestaties. Geborgenheid impliceert het geloof dat het wel goed komt en eigenlijk al goed ís. Deze tweede interpretatie van geborgenheid is ongrijpbaarder en misschien minder toegankelijk. Ikzelf en mijn leeftijdsgenoten worstelen met dit begrip van geborgenheid. En religie – of de afwezigheid daarvan – speelt volgens mij een rol in deze worsteling.

Het is een open deur, maar mijn generatie gaat gebukt onder een prestatiemaatschappij die de nadruk legt op individuele successen. Alles wat we doen, staat in dienst van zelfontplooiing en zelfverbetering. Je bent zelf verantwoordelijk voor je eigen succes en je bent ook zelf verantwoordelijk wanneer het misgaat. Geborgenheid is ver te zoeken in deze sfeer van denken. Religie lijkt in deze tijd vervangen te zijn door een verbeten geloof in de maakbaarheid van het bestaan. Je doet er pas toe wanneer je agenda gevuld is met interessante projectjes die gedeeld kunnen worden op sociale media. Je leeft immers maar één keer, dus maak er wat van!

Niets te bewijzen
Nu klink ik misschien wat cynisch of stichtelijk. Ikzelf ben ook gevoelig voor de alomtegenwoordige druk om te presteren. Soms, wanneer ik mijn agenda overvol heb gepropt met studiedeadlines, lunchafspraken en sportsessies zou ik eraan herinnerd willen worden dat ik niets te bewijzen heb. Dat mens-zijn niet draait om productiviteit en prestaties. Op zulke momenten lijkt het me prettig om me geborgen te voelen bij een onvoorwaardelijk liefhebbende God (alhoewel natuurlijk niet iedere gelovige God op deze manier ervaart). Geloof in een hogere macht kan de nadruk op maakbaarheid, individualisme en productiviteit wat relativeren. Het plaatst het wereldlijke, menselijke streven in perspectief en helpt ons reflecteren op zingeving die voorbijgaat aan het halen van de volgende deadline.

Misschien zouden mijn vrienden en ik eens vaker moeten langsgaan bij een zondagsdienst, op zoek naar verlossing van het maakbaarheidsgeloof. In plaats daarvan richten we ons op individualistischer vormen van spiritualiteit, zoals yoga of astrologie. Hoe zie jij de huidige tijdsgeest, mama? Denk jij dat de kerk een rol kan spelen in het relativeren van de prestatiemaatschappij? En hoe verklaar jij dat jongeren zich desondanks meer thuis voelen bij new age – spiritualiteit dan bij de kerk?

Liefs,

Geerke

Zie ook