Een mobiel stiltecentrum
Foto: Roelant Meijer

Een mobiel stiltecentrum

Arend van Baarsen is geestelijk verzorger bij het LUMC. Hij beschrijft hoe stilte de kern van zijn werk uitmaakt.

Een mobiel stiltecentrum. Zo noemen mijn collega – geestelijk verzorgers van het LUMC en ik onszelf wel eens. Net als de meeste andere ziekenhuizen heeft het Leids Universitair Medisch Centrum een fysiek stiltecentrum. Het is een ruimte, die 24 uur per dag en 7 dagen per week geopend is voor patiënten, bezoekers en medewerkers van het ziekenhuis. Er wordt ook in deze coronatijd veel gebruik van gemaakt. Op de glazen deur bevinden zich alle symbolen van de grote wereldreligies en levensbeschouwingen. Je kunt er een kaarsje opsteken, iets opschrijven in een intentieboek, bidden, de aanwezige kunst bewonderen en lezen in een heilig of inspirerend boek. En o ja, je kunt er ook even niets doen en gewoon maar stil worden. Als geestelijk verzorgers willen we iets van die sfeer bij patiënten en hun naasten brengen, als we naar hen toegaan op de verpleegafdelingen en de IC.

Zelf een stilteruimte zijn voor iemand

Hoe tover je een patiëntenkamer om tot een stiltecentrum? Hoe kun je zelf een stilteruimte voor iemand zijn? Aan de ene kant is dit een hele uitdaging om het van binnen en van buiten stil te maken. Op de kamer is vaak veel beweging en geluid. Verpleegkundigen en artsen lopen rond, infusen piepen en zaalgenoten van patiënten praten ondertussen met bezoek of zorgverleners. De volgende medicijnen moeten alweer bijna worden ingenomen en de agenda van de patiënt staat vol met afspraken en onderzoeken. Aan de andere kant is het verrassend eenvoudig om het te midden van alle tumult stil te maken. Als je goed afstemt met de patiënt en medewerkers op de afdeling en laat voelen dat je alle tijd neemt, ontstaat er vanzelf ruimte. Juist in de onrust van een ziekenhuisopname kun je met aandacht samen een moment of oase van innerlijke stilte creëren. Je kunt de deur van de kamer dichtdoen, het gordijn rond het bed sluiten of een spreekkamer opzoeken om minder van buiten af gestoord te worden. Het belangrijkste is echter om van binnen ruimte te maken voor reflectie. Als het buiten je stormt, kan het helpen om naar binnen te keren. Het helpt om jezelf weer te vinden, als je in alles wat je overkomt naast je gezondheid ook jezelf dreigt te verliezen.

Troost

Als patiënten een tijd in ons mobiele stiltecentrum hebben verbleven, is dit voor hen vaak een unieke en troostende ervaring. Ze hebben er meestal niet zelf om gevraagd, omdat ze zich vooraf niet bewust waren dat ze hiernaar verlangden. Na een gesprek geven ze vaak aan dat ze baat hebben gehad bij de ruimte en de stilte. Je mag even pas op de plaats maken en een stapje terugdoen uit de chaos. Eenzelfde ervaring van stilte in de drukte van alledag kun je ook in de kerk hebben. Als het op zondagmorgen stil is tijdens een viering en ik de sirene van een ambulance hoor, realiseer ik me dat de wereld buiten gewoon door draait. Je kunt het ook hebben, als je op vakantie een kerk in stapt. Het is een plek van stilte, maar toch hoor je af en toe nog een vrachtwagen die buiten voorbij rijdt of geluiden van bouwwerkzaamheden in de straat. Ook in gesprekken met patiënten gaat alles om ons heen meestal gewoon door, maar door te verstillen ontstaat er ruimte om er met iets meer afstand naar te kijken. Je kunt bewust stilstaan bij wat er allemaal gebeurt en wat dit voor je betekent. Dat helpt om een weg voor de toekomst uit te stippelen, keuzes te maken en daar met anderen over te praten.

Ruis wegnemen

Misschien nog wel belangrijker dan de omgeving stil maken, is de ruis wegnemen die veel gesprekken verstoort. Als ik met patiënten in gesprek ga, probeer ik mijn eigen stem zo stil mogelijk te maken. Daarmee bedoel ik niet dat ik heel zachtjes ga praten, maar dat ik het gesprek zo min mogelijk probeer te sturen. Door geen oordeel te geven over wat de ander zegt en geen adviezen te geven, probeer ik echt naar de ander te luisteren. Zo hoop ik hen zo goed mogelijk te begrijpen, zodat ze zichzelf door mij begrepen voelen. Door helemaal aan te sluiten bij de ander, geef ik hem of haar de gelegenheid om goed naar zichzelf te luisteren. Daarmee hoop ik dat ze zichzelf al sprekend ook meer gaan begrijpen. Dat kan nog een hele kunst zijn in het licht van alle verschillende en dubbele gedachten en gevoelens die je kunt ervaren. In de meeste gesprekken stel ik geen vragen. Vragen komen immers vaak voort uit je eigen nieuwsgierigheid. Het gesprek zou dan gaan over waar ik benieuwd naar ben en niet over waar het de ander om gaat. Daarom probeer ik vooral terug te geven wat de ander zegt. Dit doe ik soms letterlijk en soms in mijn eigen woorden. Door die samenvatting kan degene met wie ik spreek vervolgens zelf weer een eigen richting voor het gesprek kiezen. Hij of zij kan doorgaan op het onderwerp en dit verder verkennen of een ander thema kiezen.

Angst voor stilte

Voor een goed gesprek is stilte van belang. Sommige mensen vinden stilte ongemakkelijk. Het is de reden dat ze als er thuis visite is altijd muziek aan zetten. In de kerk wordt dit ongemak voor mijn gevoel soms ook zichtbaar in vieringen. Laatst zei iemand tegen me dat ze zo blij is dat je in de tijd dat er geen kerkgangers bij vieringen mochten zijn vooraf geen geroezemoes hoorde. Ik vind het vele gepraat vóór en tijdens een kerkdienst ook altijd afleidend. Sommige organisten lijken er een sport van te maken om nog tijdens het amen van de preek het volgende lied in te zetten. Het stil gebed bij de voorbede is af en toe zo kort dat ik amper één zin heb kunnen bidden. Zelf kan ik enorm genieten van stille momenten in de kerk. Als ik in een klooster ben, laad ik op van de rust en de tijd die wordt gemaakt om stil te zijn.

In mijn werk als geestelijk verzorger is stilte ook belangrijk. Gesprekken hoeven niet volledig opgevuld te worden. Wanneer iemand stiltes gebruikt om verder naar binnen te keren en na te denken, vind ik het heilzaam om deze te gebruiken. Het is wel eens voorgekomen dat ik op een bepaald moment in een gesprek een minuut in stilte bij een patiënt zat, waarna hij het gesprek hervatte. Hij vertelde wat voor inzicht hij in het moment van stilte had gekregen. Ook hoor ik wel eens in een vervolggesprek wat voor ingevingen de patiënt in de stilte na het vorige gesprek nog heeft gekregen.

Na de stilte en bezinning komen de mensen met wie ik spreek vaak tot een conclusie over waar het voor hen om draait, wie ze ten diepste zijn, waar ze het voor doen of hoe ze verder willen. Deze kern van hun verhaal kunnen ze eventueel bespreken met hun behandelaars, zodat hier rekening mee gehouden kan worden, of we kunnen er op verzoek van de patiënt iets van delen in gebed. Het mooie is dat de gesprekken met mijn collega’s en mij voor patiënten een oefening kunnen zijn om innerlijke stilte en ruimte te vinden. Zo hebben zij altijd een eigen stiltecentrum bij zich, waarin ze tot rust kunnen komen.

Arend van Baarsen

Zie ook