Lopen door het labyrint

Lopen door het labyrint

Er ligt een labyrint in onze tuin. Meer dan vier jaar geleden heb ik het aangelegd en het is er nog steeds. Het kwam voort uit een impuls, maar nu houd ik het bij. Eerlijk gezegd loop ik het niet zo vaak. Maar de plek heeft betekenis gekregen. De plek, de bomen – ook een boom erachter, een pruimenboom, helemaal niet zo oud, er komen nauwelijks pruimen aan, maar zoals die daar staat … Het is voor mij een plek geworden die rust uitstraalt.

Vaak maak ik ’s ochtend een trage wandeling op het erf. Heel langzaam, met aandacht, stilstaan om de dag te begroeten en om de dag mij te laten groeten. Het zou op zich een voorbereiding kunnen zijn op het wandelen van het labyrint en soms wordt het dat ook. Het lijkt ook op het lopen van het labyrint, maar dat leent zich voor mij vaak toch minder voor de start van de dag.

Rust

Er is rust nodig voordat ik aan het wandelen van het labyrint begin. Het liefst ga ik eerst even zitten, met blote voeten het gras voelen, de grond en dan afwachten tot het tijd is om de eerste stappen te zetten. Die voorbereiding en het lopen zelf lijken op wat de dichter Leonard Nolens schreef:

Laat

Vertraag.
Vertraag.
Vertraag je stap.

 Stap trager dan je hartslag vraagt. 

Verlangzaam.
Verlangzaam.
Verlangzaam je verlangen.

 En verdwijn met mate.

 Neem niet de tijd
En laat de tijd je nemen.

Laat.

Dan groeien mijn aandacht en opmerkzaamheid, zonder dat ik mij erin verlies. Zo leerde ik die pruimenboom zien en haar – liever ‘haar’ dan ‘zijn’- waardigheid, de rust die zij uitstraalt, als van alle tijden. Soms is er een gedachte die meegaat op de reis. Laat maar, zet eenvoudig de ene voet voor de andere, voel wanneer je te snel gaat, wanneer je niet meer voelt waar je loopt. In het centrum sta ik stil. Er is geen doel. Ik zoek geen antwoord op vragen, ook al kan het lopen soms helpen. Ik vind vooral de opmerkzaamheid voor de wereld om me heen terug, als nieuw, ook al is die misschien nooit helemaal weggeweest. Door te ‘laten’ oefen ik mij in die opmerkzaamheid.  Ik ontvang haar en dat is mij dierbaar, daaraan is de wandeling gewijd.

Anders kijken

Ik blijf thuis, maar stap uit manieren van kijken, om woorden van een gedicht van Herman de Coninck te parafraseren. Ik stap in een andere manier van kijken.

Je moet niet alleen, om de plek te bereiken,
thuis opstappen, maar ook uit manieren van kijken.
Er is niets te zien, en dat moet je zien
om alles bij het zeer oude te laten.
(Uit het gedicht De plek, Herman de Coninck, ‘De gedichten’ (Amsterdam 1998) 337.

‘Om alles bij het zeer oude te laten’, schrijft de dichter. Het zeer oude: dat van voor alle tijden, en van toen ik nog een kind was? Misschien is dat het.

Jan van Belle
Voorzitter van remonstrantse gemeente Leeuwarden, woonachtig in Gersloot

 

Zie ook