Schoonheid gefileerd

Schoonheid gefileerd

Foto: Allard Willemse

Cathelein Aaftink promoveerde op het begrip schoonheid. Ze weet alles over structuren en andere ervaringskenmerken van schoonheidsbelevingen en vertelt daarover aan Kim Magnée. Maar waar ervaart ze die schoonheid nu eigenlijk zelf?

Wat was voor jou zelf een betekenisvolle schoonheidservaring? Als ik die vraag aan het eind van ons gesprek zo direct op haar afvuur is ze heel even stil. En dan begint ze te stralen. Ze blijkt nog niet zo lang moeder te zijn en in haar dochtertje ervaart ze op alle vlakken ultieme schoonheid.

Het is een persoonlijk antwoord op een persoonlijke vraag die ze zelf talloze malen gesteld heeft. Ze deed promotieonderzoek naar precies die vraag. Het leverde haar 471 beschrijvingen van schoonheidservaringen op die ze bestudeerde en analyseerde. En vervolgens onderbracht in vier profielen.

Categorieën van schoonheid

Die van de objectieve schoonheid allereerst. Daarbij staat de schoonheid van het object los van de ervaring van het individu. We zijn er getuige van, maar ook zonder onze waardering of verwondering staat de schoonheid buiten kijf. Denk maar aan een natuurverschijnsel waar je van geniet, terwijl je tegelijk op afstand blijft.

Bij de andere profielen ligt dat anders en bestaat schoonheid niet los van het subject. Zo ook bij de tweede vorm die Cathelein Aaftink onderscheidt, de affectief-noëtische schoonheid. Hierbij gaat het niet zozeer om een object van schoonheid of om de context van de ervaring, maar om de gevoelens en gedachten die men heeft. Men ervaart een diepe vreugde, een intens gevoel van vredigheid, van liefde. En vaak van hoop. Eén van de respondenten verwoordt deze vorm van schoonheid als volgt: ‘Het was niet de schoonheid van de Notre Dame die zo’n impact had; het was de schoonheid van dat complete gevoel. Op dat moment had ik het gevoel dat ik de wereld begreep. Dat het menselijk bestaan simpelweg een kwestie is van iets creëren, iets, gewoon iets.’

Een derde profiel wordt de non-duale schoonheid genoemd. Een ervaring waarbij wat aanschouwd en gevoeld wordt met elkaar de schoonheidservaring maakt. Op het moment van de ervaring is er een intiem samenspel tussen object en subject, waarin dankbaarheid haast als vanzelf bij het subject binnenkomt. De dankbaarheid dat dit bestaat en dat we dit mogen beleven.

Wanneer Cathelein Aaftink erover vertelt, moet ik denken aan de Boeddha’s in Museum Volkenkunde in Leiden. In een stille ruimte staan ze daar, vijf grote Boeddhabeelden. En elke keer dat ik er zit en naar ze kijk, ontstaat er iets. Dankbaarheid voel ik inderdaad, verbinding en harmonie. Het is alsof er tussen die beelden en mezelf iets gebeurt.

En dan is er nog een vierde vorm, die in het onderzoek de situationele schoonheid is gaan heten. Een vorm van schoonheid waarbij mensen zich deel voelen van een groter geheel en de ervaring ontstaat dat alles klopt. Een respondent schreef: ‘Ik was aan het skateboarden in het park. Alles was mooi, de bomen, het water, de lucht, de geur, de mensen die me passeerden, hoe snel ik ging, hoe vredig ik me voelde.’

In dit profiel is er sprake van een zodanige verbondenheid met de omgeving dat het ik opgaat in het grote geheel. ‘Ik voelde me verbonden met iedereen en alles, niet als een aparte entiteit. Ik voelde me zo gelukkig en vredig, wetende dan ik verbonden was met alles.’ Zingevende ervaringen zijn het, waar ook theologen als Tjeu van den Berk veelvuldig over hebben geschreven.

Spiritualiteit?

Ligt hier dan ook de link tussen schoonheidservaringen en spirituele ervaringen? Cathelein aarzelt. Naast de overlap zijn er ook duidelijke verschillen. Zo heeft elke schoonheidservaring altijd een aspect van vreugde. Dat geldt niet automatisch voor de spirituele ervaring, die kan ook juist pijnlijk zijn. Het roept bij mij de vraag op of dat niet ook bij schoonheid het geval is. Heeft schoonheid niet ook altijd een pijnlijke kant, omdat ze ons confronteert met de gebrokenheid van het bestaan? Ja dat is zo, reageert Cathelein, maar die ervaring valt buiten de schoonheidsbeleving zelf. Ze maakt er geen deel van uit. Dat is anders bij sommige spirituele ervaringen waar het pijnlijke in de ervaring zelf besloten kan liggen.

Tegelijk, zo zal ze mij na afloop van het interview nog schrijven, zijn er natuurlijk overeenkomsten en verbindingen: ‘Er is een aantal ervaringskwaliteiten die schoonheidservaringen gemeen kunnen hebben met spirituele belevenissen, bijvoorbeeld dat vredige en vreugdevolle gevoel; een aandachtige aanwezigheid of in het moment zijn; je non-duaal verbonden voelen met iemand, anderen, iets of het grotere geheel; je thuis voelen, een gevoel van erbij horen; een gevoel van ontzag of eerbied (ofwel het Engelse woord ‘awe’); of je buitengewoon bewust zijn van het eigen bestaan of het bestaan in het algemeen. Op het moment dat deze ervaringskwaliteiten onderdeel uitmaken van een schoonheidservaring dan zou die ervaring ook als spiritueel beleefd kunnen worden.’

Levenskunst

Daarnaast is er misschien ook nog een andere verbinding tussen spiritualiteit en schoonheid. Waar spiritualiteit haast als vanzelf met levenskunst wordt verbonden is ook het ervaren en leren kennen van schoonheid een vorm van levenskunst, meer dan we ons realiseren. Dat je je in schoonheid kunt verhouden tot de wereld, dat verlicht het leven, zo stelt Cathelein Aaftink vanuit haar onderzoek. Doordat het ervaren van schoonheid vrijwel altijd rust en kalmte brengt bijvoorbeeld. Een gevoel van ontspanning en het diepe besef dat het goed is zoals het is. Alleen daarom al zou je op scholen lessen van schoonheid willen invoeren. Wie de kunst verstaat om op alle momenten van het leven iets van schoonheid te ervaren, kan ook in moeilijke tijden overeind blijven. Onszelf en onze kinderen trainen om daar een antenne voor te hebben, om er voor open te staan, zorgt voor een innerlijke rijkdom waar je je leven lang profijt van hebt. Juist ook in moeilijke periodes.

Als groot voorbeeld en een bron van inspiratie noemt Aaftink dan Etty Hillesum, die in de oorlog vermoord werd en uit wier dagboeken een grote wijsheid en levenskunst spreekt.

‘En toch is het leven schoon, altijd weer opnieuw schoon’, zo schreef zij in de meest verschrikkelijke omstandigheden. Ze was in staat om zelfs rond de barakken ook nog de schoonheid te zien. Het is een levenskunst inderdaad van iemand die onafhankelijk van haar omstandigheden zo in de wereld kan staan dat je, ongeacht wat je overkomt, nog steeds schoonheid ervaart. En daardoor kun je innerlijk overleven in zeer terneerdrukkende situaties.  Die manier van leven waarbij compassie, oog voor het kleine waardevolle en liefde voor de wereld samengaan, noemt Etty ook schoonheid.

Die manier van leven waarbij compassie, oog voor het kleine waardevolle en liefde voor de wereld samengaan, noemt Etty ook schoonheid.

Basale levensbehoefte

Is schoonheid in die zin een basale levensbehoefte? Ja, zo klinkt het volmondig. Je moet er toch niet aan denken, aan een wereld zonder schoonheid. Dan valt er zoveel vreugde weg uit ons bestaan. We zouden een deel van onze verwondering verliezen en het overweldigende gevoel deel uit te maken van een groter geheel, dat ons rust geeft en vrede. Ze helpt ons voorbij de imperfecties en de ellende te zien wat er nog meer is en wat goed is. En dat maakt het tot zo’n belangrijke grond van ons bestaan.

Of zoals Cathelein Aaftink één van haar publiekslezingen besloot: ‘Mijn onderzoek suggereert dat schoonheidservaringen ons op heel treffende wijzen kunnen laten beleven hoe plezierig en betekenisvol het leven nu al is en dus ook kan zijn. Dus leve die schoonheid, zeker nu, vooral nu, juist nu.’

Kim Magnée – de Berg
Redactie AdRem, predikant in de Federatie in Gouda

 

Wie is Cathelein Aaftink?

Dr. Cathelein Aaftink (1979) geeft college aan de Universiteit Utrecht. Zij heeft het fenomeen van de schoonheid op empirisch-fenomenologische wijze onderzocht. Als fenomenoloog vraagt zij zich voortdurend af wat een bepaalde ervaring tot een ervaring van een specifieke soort maakt. In haar huidig onderzoek denkt ze na over allerhande relaties tussen literatuur, spiritualiteit en non-dualiteit.

Zij promoveerde aan de Universiteit van Alberta op een proefschrift getiteld  ‘Kaleidoscope: A Phenomenological-Empirical Study of Beauty’. Hierin schrijft ze over structuren en andere ervaringskenmerken van schoonheidsbelevingen. Ze categoriseert die belevingen in vier profielen: objectieve schoonheid, affectief-noëtische schoonheid, non-duale schoonheid en tot slot situationele schoonheid.

 

Zie ook

Zoek je het licht, ga dan naar het duister
1 februari 2021

Zoek je het licht, ga dan naar het duister

Nadenkend over ‘profeten van deze tijd’ kwam de redactie uit bij Rikko Voorberg. Hij is een van origine vrijgemaakt gereformeerd theoloog en publiek bekend geworden door bijvoorbeeld zijn betrokkenheid bij de Vluchtkerk in Amsterdam en bij initiatieven om vluchtelingen met auto’s en een vliegtuig van de Griekse eilanden naar Nederland te halen (‘We gaan ze halen’)… Lees verder

Verdraagzaamheid, een remonstrants kenmerk
23 maart 2021

Verdraagzaamheid, een remonstrants kenmerk

Vorige maand ging het televisieprogramma ‘Jacobine op 2’ over polarisatie. Speciale aandacht was er voor Remonstranten en hun verdraagzaamheid. Waarom spelen Remonstranten in deze discussie zo’n belangrijke rol?.. Lees verder