Schoonheid van de dogmatiek

Schoonheid van de dogmatiek

De gedachte is vaak dat dogmatiek en schoonheid elkaar bijten: hoe meer dogmatiek, hoe minder schoonheid. Ergens dogmatisch over zijn, vatten we in de volkmond op als vasthouden aan je standpunt tegen beter weten in. Daar is doorgaans weinig schoonheid aan. Toch zijn sommige dogmatische werken vol van talige schoonheid, schrijft hoogleraar Dogmatiek Maarten Wisse.

Neem nu dit citaat van Augustus

Laat heb ik U lief gekregen,
O Schoonheid zo oud en zo nieuw,
laat heb ik U lief gekregen.
Zie, U was binnen en ik was in de wereld buiten,
en daar zocht ik U.
En zelf ongeordend
stortte ik mij op die welgeordende dingen,
die U hebt gemaakt.
U was met mij, maar ik niet met U:
Die dingen hielden mij ver van U
die geen bestaan zouden hebben,
als ze niet in U bestonden.
U hebt geroepen en geschreeuwd,
en mijn doofheid doorbroken.
U hebt mij met uw licht overstraald,
en mijn blindheid verdreven.
U hebt mij met uw geur verleid;
ik heb haar ingeademd en zucht naar U.
Ik heb U geproefd,
en ik honger en dorst naar U.
U hebt mij aangeraakt,
en ik ben ontbrand in verlangen naar uw vrede.

Belijdenissen, boek X: 38

De dogmatiek in de poëzie

Prachtig! Heel wat beter dan dogmatiek. Het klinkt als een gedicht. Het is ook heel persoonlijk en het klinkt raadselachtig. Hier tenminste niet iemand die je één of andere dorre waarheid in de maag probeert te splitsen.

Toch zit er meer dogmatiek in dan je misschien zou denken. Dat zie je al aan de opmerkingen over de wereld en aan de opmerking die Augustinus maakt over zichzelf. Zichzelf noemt Augustinus ‘ongeordend’ en de wereld om hem heen ‘geordend’, waarmee hij verwijst naar God als Schepper, maar ook direct naar het kwaad. Even later speelt hij met de platoonse gedachte dat alle dingen hun bestaan hebben in het Ene en het idee dat dat Ene een overweldigend licht is.

Ondertussen verbouwt hij al die platoonse gedachten zo, dat ze in een christelijk kader komen te staan. Ook daarbij helpt de dogmatiek hem, ook al merk je daar in dit mooie gedicht verder niets van. Het Ene dat in het platonisme het onpersoonlijke principe is dat alles draagt, wordt in Augustinus’ taal een persoon, een geliefde die ons verlangen opwekt. Dat heeft dat scheppingsbegrip dan toch maar gedaan. De wereld heeft een begin gekregen en een geschiedenis. In die geschiedenis regeert niet zomaar een blind principe, maar een levende God die spreekt en handelt, ons ver te boven gaat. Tegelijk is die God ons meer nabij dan wat ook ter wereld.

Een rare godsdienst

Het christendom is een rare godsdienst. Ooit legde ik aan moslimstudenten in een cursus christendom de Triniteit en de christologie uit. Ik vertelde ze dat je de Triniteit en christologie niet kunt begrijpen omdat God niet begrepen kan worden. Sommige moslimstudenten waren daar heel verbaasd over. Hoe kon je nu zo’n belangrijk aspect van je geloof aanprijzen met de gedachte dat het onredelijk is!

Maar dat is precies de schoonheid van het christendom, tenminste, als je het wilt zien. Het is ook zeker niet zomaar de schoonheid van een vrijzinnige variant van het christendom. Die onbegrijpelijkheid van God heeft de eerste zeventienhonderd jaar van de christelijke traditie nauwelijks ter discussie gestaan. Van God weet je maar heel weinig. Je ziet het zelfs aan oude dogmatische handboeken. Weliswaar begint zo’n handboek met de leer over God, maar dat hoofdstuk is doorgaans maar kort en het belangrijkste wat erin staat, is dat we God niet kunnen kennen zoals God is.

En toch meer dan redelijk

Toch is het christendom ook weer niet alleen maar absurd. Het is net redelijk genoeg om er elke keer weer opnieuw over na te denken. Bijbelverhalen zitten vol raadsels, maar tegelijkertijd benoemen ze ook diepe waarheden over ons bestaan en over deze wereld. Alle grote thema’s van het leven komen er langs. Ze komen te meer geloofwaardig ter sprake omdat ook het leven zelf de raadselachtigheid eigen is die in ons geloof zit. We herkennen de vragen, we herkennen de schreeuw naar God, maar bij tijd en wijle herkennen we ook de grote heilsfeiten als mysterieuze bouwstenen onder onze ontmoeting met God. Die Jezus, hoe vreemd ook, is niet stuk te krijgen. Nu eens maken we een bevrijder van hem, dan weer een zoenoffer voor onze zonden, dan weer een wijsheidsleraar of een meditatiegoeroe en hij is het warempel allemaal!

Ik houd van filosofie, maar ik ben er toch tamelijk snel weer op uitgekeken. Als je het trucje snapt, is de lol eraf. Dat christendom, ik kom er maar niet op uitgekeken. Het is een verhaal waar ik eindeloos over na kan denken, maar meer nog, waar ik in kan leven. Het draagt me, ook als ik met mijn poten in de modder van het leven sta.

Maarten Wisse
Hoogleraar Dogmatiek en Rector aan de Protestantse Theologische Universiteit

Zie ook

De Angelis (Over engelen)
5 april 2022

De Angelis (Over engelen)

Peter Kattenberg (1954), kunstenaar en remonstrants predikant te Friedrichstadt (D), is volkomen duidelijk: een minister voor Cultuur is overbodig. De overheid moet de cultuursector faciliteren met geld, niet met beleid. Gewoon door identiteitspolitiek te bedrijven met de portemonnee in de culturele sector… Lees verder

Als ’t goede kwade mensen treft
4 maart 2020

Als ’t goede kwade mensen treft

Het boek ‘Als ‘t kwaad goede mensen treft’ van Rabbijn Harold Kushner was in 1983 een grote hit. Veel redactieleden van AdRem hebben het toen verslonden. Zouden jonge mensen nu het boek ook nog kunnen waarderen, vroeg de redactie zich af… Lees verder