We hebben een aantal predikanten in ons midden die een vader of moeder die hetzelfde beroep hebben of hadden. Zijn zij geïnspireerd door hun ouder? Of hebben ze zich er juist tegen afgezet? Jan Berkvens en Alleke Wieringa vertellen over hun relatie met resp. moeder Christiane Berkvens en vader Lu Wieringa.  

Een open houding zonder taboes

Het is september 2017. De Muezzin heeft net zijn gebedsoproep beëindigd, vanaf de minaret naast mijn compound in Kabul, Afghanistan, als ik Christiane via Skype bel. Ik ben bezig met vakken van het seminarium, nadat ik een paar maanden eerder in de bossen van Bilthoven de vraag van mijn moeder over hoe ik verder wilde in het leven had beantwoord. ‘Ik wil doen wat jij doet’, zei ik toen tegen haar. De dag na dat gesprek meldde ik mij aan als student. We bespreken – zoals we bijna dagelijks doen – wat ik aan het doen ben: het ontleden van een bijbelboek, een gebed dat ik heb gemaakt, een overdenking waar ik mee bezig ben en de liederen die ik daarbij vind passen. We hebben het over de geschiedenis én de toekomst van de Remonstranten. Surrealistisch, in dat exotische land leren over ons kerkgenootschap en de bijbel. We beseffen beiden dat de tijd die we nog hebben om met elkaar van gedachten te wisselen beperkt is: Christiane is ziek en we weten dat ze heel spoedig zal overlijden. Dat doet ze op 23 november van dat jaar. Ik ben pas twee maanden student.

Ze is vaak bij me

Nu, ruim vijf jaar later, woon ik in Nederland en ben werkzaam als predikant en geestelijk verzorger, met veel plezier en enthousiasme. Christiane is vaak bij mij. Ik voel dat een preek af is als ik haar in mijn gedachten zie glimlachen en goedkeurend voel knikken. Als ik terug naar huis fiets na een mooi gesprek of een waardevolle activiteit, dank ik haar voor die ene vraag die zij toen in Bilthoven op dat bankje op de heide stelde. Ik kijk met een glimlach naar boven in een concertzaal als ik intens geniet van muziek en zachtjes fluister dat ik voorlopig nog even hier blijf: ik ben hier nog niet klaar. De Prosecco waarmee ze zei mij op te zullen wachten moet daarboven nog maar even in de koelkast blijven.

Open houding

Christiane inspireert mij. Met de ooit door haar geschreven teksten, maar vooral met haar open houding waarin voor taboes geen ruimte was. Alles hoort bij het mensenleven, ook de dingen die wij zelf of anderen moeilijk en ingewikkeld vinden. We maken keuzes die heel mooi of heel onhandig zijn. Die keuzes doen onszelf of anderen pijn, maar ze kunnen ook geluk of blijdschap brengen. Ze had uitspraken die ik regelmatig herhaal. Bijvoorbeeld: ‘Als je zondigt, doe het dan tenminste goed’. Daar komt een enorme bevrijding uit voort. Van die bevrijding maak ik anderen graag deelgenoot. Niet omdat alles altijd maar moet kunnen zonder over de consequenties daarvan na te denken, maar meer omdat veel van waar we ons door laten beperken niet over de essentie van het leven gaat. Dat leven, daar was ze voor zichzelf heel helder in, is ons door God gegeven. De ontdekkingstocht die daarbij hoort in haar ogen ook. Een rol van betekenis spelen in de zoektochten van al die mensen die ik elke dag tegenkom, is de opdracht die ik met veel plezier elke dag vormgeef. Ik denk nog vaak aan onze gesprekken tussen Bilthoven en Kabul. Alsof ze wist wat ik nodig zou gaan hebben. Dat was mijn moeder ten voeten uit: datgene meegeven waarvan ze wist dat het van belang zou worden.

Jan Berkvens

‘Pap, mam, het wordt theologie’

‘Van geloof moet je opknappen, niet afknappen’, aldus mijn vader en collega ds. Lu Wieringa. Hij wordt deze maand 91. Ik probeer hem te pakken te krijgen om het hier eens over te hebben. Dat is nog niet zo makkelijk. Ik ben druk, maar hij ook: op bezoek bij oude en nieuwe vrienden en kennissen.


Dit is mijn vader ten voeten uit: een mensenmens met een grote interesse en meeleven met wie zijn pad kruisen. Dat zijn er nogal wat, want hij trekt er – als het even kan – op uit met zijn camperbusje. Hij vindt het heerlijk om gesprekken te voeren die echt ergens over gaan – over hoe jij het leven beleeft, wat belangrijk voor je is en waar je mee worstelt. Slap geouwehoer was nooit zo aan hem besteed. ‘Maar’, zegt hij, ‘gek genoeg kan het me nu niet meer schelen waar het over gaat, als er maar contact is en gezelligheid. Dit verandert als je heel oud wordt, merk ik’. We praten nog even door over wat ‘heel oud worden’ met je doet. Hij kan er goed over reflecteren. Natuurlijk baalt hij ervan dat zijn geheugen hapert en dat hij soms ruzie heeft met z’n smartphone en de afstandsbediening van de tv. Maar hij vergeet niet te genieten.

Pastorie in vol bedrijf

Ik ben groot geworden in een pastorie in vol bedrijf. Eerst in Veere, daarna in Eefde. Ik beleefde een rijke jeugd waarin veel ruimte, vrijheid en humor was. Wij, de kinderen, mochten gewoon onze (linkse) verkiezingsposters op ons slaapkamerraam hangen. Er waren gemeenteleden die daar wat van vonden – het was immers de pastorie. Maar mijn ouders wilden ons zo opvoeden alsof we niet in een pastorie groot werden, de posters bleven hangen.

Ik had destijds veel moeite met de studiekeuze. Voor de vakgebieden die ik boeiend vond had ik wiskunde nodig. Ik had geen wiskunde in mijn examenpakket en dus een probleem. Plots herinnerde ik me het pastoraat van mijn vaders’ werk en de psychologie die daarbij kwam kijken. Dat sprak me aan. Maar dan moest ik wel theologie gaan studeren, terwijl ik maar weinig geloofde. Met de moed der wanhoop heb ik me aan de Utrechtse Faculteit der Godgeleerdheid ingeschreven. Daarna heb ik mijn ouders gebeld: ‘Pap, mam, het wordt theologie.’ Mijn vader zei: ‘Als je het maar niet om mij gedaan hebt!’ Waarop ik zei: ‘Nee, dat niet, maar de verhalen uit je werk hebben wel geholpen.’ Na een aantal aanstellingen elders, begon ik in 2011 in de Geertekerk in Utrecht. Een bijzonder moment, niet alleen voor mij. Mijn vader had daar in 1958 zijn proefpreek gehouden als jonge kandidaat. En nu stonden we er samen. Hij heeft in de intrededienst de schriftlezing gedaan.

Praten over het vak

Wij hebben nog steeds contact over ‘het vak’. Het is fijn om met een collega te praten die aan een half woord genoeg heeft, ook als het gaat om minder plezierige kanten van het vak. Vaak eindigen onze gesprekken met een smakelijke, relativerende lach. En hij houdt me bij de les door af en toe te vragen: ‘Je komt toch wel aan studeren toe?’

Een paar jaar geleden had ik een gastpreekbeurt in de Ontmoetingskerk in Eefde – de kerk waarnaast ik was opgegroeid. Mijn vader was er ook. Aan het eind van de dienst kwam iedereen naar hem toe om hem te begroeten en ik stond maar te wachten bij de uitgang om ze een handje te geven. Prachtig om te zien. De gelijkmaker kwam van een oude vriend van hem die over de preek zei: ‘De vader was goed, maar de dochter is beter.’ We hebben er samen smakelijk om zitten lachen.

Alleke Wieringa

Zie ook

In de naam van de Zoon
11 mei 2023

In de naam van de Zoon

O Jezus hoe vertrouwd en goed klinkt mij uw naam in ’t oor, het is de beginregel van een kerklied dat in remonstrantse kerken vermoedelijk zelden gezongen wordt. Geschreven door.. Lees verder

Onze positie als uitdager is zwak en mag van mij veel meer zichtbaar worden #innovatiepredikanten
10 december 2020

Onze positie als uitdager is zwak en mag van mij veel meer zichtbaar worden #innovatiepredikanten

Interview met Jaap Marinus door Rachelle van Andel Middenin coronatijd begon Jaap Marinus (37) als vernieuwingspredikant in Utrecht. Voor veel remonstranten is hij geen onbekende: als je iets wilde weten.. Lees verder