We ontmoeten elkaar in een pizzeria in het Zeeheldenkwartier in Den Haag, vader en zoon Meiresonne. Een gezellige en rumoerige plek. Camiel schuift vermoeid aan na een druk weekend met drie optredens in AFAS Live, samen met de Haagse Goldband. Het Zeeheldenkwartier is een bijzondere wijk omdat meerdere bands hier het licht zagen en groot werden. Hier groeide Camiel op, samen met zijn broers Wrister en Quinten. Alles deden ze samen, buiten spelen, theater maken, muziek. Een drie-eenheid. Op zijn elfde begon Camiel met gitaarspelen, hij had twee lessen en vond toen dat hij dat ook wel zelf kon. Samen met zijn broers van negen en zeven jaar oud leerde hij zichzelf spelen en zingen, met punkrockbands als Greenday en Nirvana als grote voorbeelden. Ze werden opgemerkt door Bas en Spike, muzikanten van Di-Rect en speelden in 2008, Camiel was vijftien, als All Missing Pieces op het festival Noorderslag. Quinten kwam maar nauwelijks boven zijn basgitaar uit. Daarna ging het snel. In 2015 richt hij, na een periode van impasse en bezinning, zijn eigen band Son Mieux op. ‘Het beste uit jezelf’, betekent dat.
Vader en zoon samen. Het valt me op hoe veel ze op elkaar lijken. De tanden en de ogen. De lach ook. Onmiskenbaar dezelfde genen. Maar er zijn meer gelijkenissen. Beiden hebben ze een enorme energie en levenslust. Drukke mannen allebei. Hun creativiteit en schrijftalent delen ze met elkaar. Hun eigenwijsheid ook. Een sterke behoefte om gezien en gehoord te worden. En tenslotte een behoefte aan groei en ontwikkeling, aan worden wie je ten diepste bent. De beste versie van jezelf willen zijn.
De één dominee, de ander muzikant. Heel verschillende werelden. Er was een tijd dat André vergeefs hoopte dat zijn zoon gewoon het VWO zou afmaken. Zonde vond hij het, Camiel was een slimme jongen met goede vooruitzichten. Een goede opleiding was de beste garantie voor de toekomst, dacht André. Pas toen de schooldirecteur opmerkte dat de Havo ook een goede school was, viel het kwartje. André besefte toen dat die toekomst al begonnen was, onder zijn ogen, zonder dat hij het had opgemerkt. Al pratend over die eerste jaren komt de herinnering boven aan muziekfestival Beatstad. Camiel was twaalf en zei ‘Pap, hier wil ik ook staan!’. André herinnert zich de sterke reflex om te zeggen ‘Nou, dat zien we nog wel’. Dat zou zijn eigen vader gezegd hebben. Maar hij slikt het net op tijd in en zegt ‘Ja, dat zou wat zijn!’. Drie jaar later stond hij inderdaad op Beatstad. Camiel herinnert zich deze uitspraak van zijn vader als een blijk van vertrouwen. De snelle vlucht die zijn carrière nam sterkte hem in het vertrouwen dat alles mogelijk is. Dat vertrouwen heeft de basis gelegd voor zijn verdere ontwikkeling. Vertrouwen is een woord dat vaak terugkomt in ons gesprek. Camiel gebruikte jarenlang alcohol en drugs, zoals veel muzikanten, het ging geleidelijk en werd steeds normaler. Natuurlijk maakte zijn vader zich ook weer zorgen. Camiel herinnert zich, dat zijn vader hem ooit zei: ‘Jij hebt zoveel levenslust in je, jij kunt die stofjes ook zelf aanmaken, jij hebt die drugs helemaal niet nodig’. Dat gesprek heeft onbewust veel impact gehad, erkent Camiel. Sinds hij vier jaar geleden stopte met zijn drugsgebruik, heeft hij ervaren dat hij groots en meeslepend muziek kan maken op eigen kracht.
Vader en zoon, dominee en rockmuzikant, zijn dat echt zulke verschillende werelden? Camiel gebruikt bijbelse beelden en verwijzingen in zijn liedteksten, zoals het mosterdzaadje en de hemelpoort. Er zit veel soul in zijn muziek. Toch noemt hij zichzelf niet religieus of spiritueel. ‘Maar we zijn allebei verhalenvertellers. Het gaat over de grote thema’s van het leven, zoals angst, liefde en verbondenheid. Een dominee en een muzikant hebben gemeen dat ze zich sterk moeten afstemmen op hun publiek. Mensen worden opgetild. Dat is magisch. Het gaat dus over hetzelfde, maar dan in een andere vorm’, vertelt Camiel. André valt hem bij. Een concert en een preek gaan allebei over verbinding. Kerken verdwijnen, maar de behoefte aan verbinding zal blijven. In dat opzicht is André niet bang voor de leegloop van de kerk. Er zullen eigentijdse nieuwe vormen komen voor diezelfde boodschap van liefde. André moet bekennen dat hij als dominee wel eens jaloers is op de grote menigte die Camiel met Son Mieux in vervoering weet te brengen. Maar: ‘die dertig mensen in zo’n kerkje, dat is toch ook iets heel bijzonders’.
‘Voor mijn vader en moeder, je staat op de schouders van je ouders’, schreef André ooit voorin zijn boek Zin. Ik vraag Camiel of dat voor hem ook geldt. ‘Ik sta op mijn eigen benen. Maar dat komt door mijn opvoeding. Opgroeien in vertrouwen is sterkend, daardoor heb ik al mijn stappen kunnen zetten’, aldus Camiel. Afwezige aanwezige in ons gesprek is André’s eigen vader. Hij had graag gezien dat zijn zoon André kerkorganist was geworden. Zelf was hij gemeentesecretaris, maar hij vertelde kort voor zijn overlijden dat hij het liefst professioneel musicus was geworden. ‘En moet je nu zien’ zegt André, ‘ineens zijn er drie kleinkinderen en die dóen dit. Dat geeft me zo’n wonderlijk vertrouwen in het leven.’ Een instemmende schaterlach klinkt als Amen en Halleluja tegelijk.
Rachel Adriaanse
Het nieuwe normaal is dat we thuis werken, vergaderen, lessen en kerkdiensten volgen en zelfs ook bezoekjes afleggen. Via onze devices (met camera en luidspreker) houden we alles heel redelijk draaiende en verkennen we met elkaar nieuwe mogelijkheden… Lees verder
‘Vele talen, in alles de liefde’ is het nieuwe jaarthema en gaat over de kracht van taal. In een publicatie bij dit thema worden tien talen uitgediept. Taal geeft informatie over hoe we met elkaar communiceren, hoe we ons voelen en over hoe onderwerpen tot ons spreken. Dat geldt voor de ‘taal van de stilte’ evenzeer als voor de ‘taal van de gevangenis’, om twee uitersten te noemen… Lees verder