Tasten naar het mysterie van de Drie-Ene God

Tasten naar het mysterie van de Drie-Ene God

Tekening William Blake

Claartje Slootmans schrijft geen historisch verhaal en ook geen dogmatisch exposé over de drie-eenheid, maar kiest voor een andere weg, namelijk de weg van de liturgie, het gebed en de kunst.

Toen ik in een ver verleden Klassieke Talen studeerde, ging het volgende verhaal rond. Archeologen hadden een stadje opgegraven. In de publicatie over deze opgraving stonden ook plattegrondjes. Omdat de archeologen sommige delen van de stad nog niet hadden blootgelegd, waren delen van de plattegrondjes niet ingevuld. Ze wisten eenvoudig niet wat daar verborgen was. Anderen, in latere publicaties, speculeerden opeens over ‘de witte vlekken’ in de stad. Ze hadden de toelichting bij de kaartjes niet gelezen.

Bij het schrijven over de drie-eenheid voel ik me alsof ik zo’n witte vlek betreed. Ik weet niet wat er onder de oppervlakte ligt, en toch probeer ik er iets over te schrijven. Dat wordt geen historisch verhaal en ook geen dogmatisch exposé. Die benaderingen zijn zeer waardevol, maar naast deze wegen is een andere ingang om na te denken over de triniteit, namelijk de weg van de liturgie, het gebed en de kunst. Maar eerst twee opmerkingen:

Al weer ruim 20 jaar geleden merkte Eginhard Meijering op dat het onderschrijven van de leer van de drie-eenheid niets zegt over het geloof van iemand. De drie-eenheid is volgens hem geen object van geloof, maar een product van reflectie op ons geloven.

Daarnaast de remonstrantse belijdenis van 2006. Na het antropologische vloertje  spreekt de belijdenis over Gods Geest, over Jezus als een van Geest vervulde mens en over de Eeuwige God, die ondoorgronde liefde is. In vergelijking met traditionele belijdenissen wordt de eigenheid van de Remonstrantse belijdenis zichtbaar: een andere volgorde, maar ook andere woorden. Remonstranten zoeken hun eigen weg met de traditie. Persoonlijk vind ik het jammer dat Jezus ‘een van Geest vervulde mens’ genoemd wordt. Voor mij was en is Hij de van Geest vervulde mens.

Tekening Wiliam Blake
Holy Trinity van Hans Multscher

Heen en weer

Liturgie, kunst en gebed wijzen ieder een weg in het geloof. Persoonlijk ontmoet ik God en leer ik God kennen via de liturgie, via wat mij aangereikt wordt in het gezamenlijke en persoonlijke gebed. Via bijbellezing en lied, via stilte en gebed, nadert God tot mij en ik tot God. Dat is een beweging die heen en weer gaat, een beweging waarin ook de ruimte betrokken is en de gemeenschap die samenkomt. Door de liturgie te vieren, door dagelijks te bidden, door dagelijks samen te komen in gebed, is de relatie met God verdiept en hebben sommige leerstukken betekenis voor mij gekregen. Zo is er het psalmgebed dat wij hier in St. Agatha ’s avonds met een paar mensen bidden. Aan het einde van elke psalm zingen we Eer aan de Vader, Zoon, en Heilige Geest. Zoals het was in het begin en nu en altijd, tot in de eeuwen der eeuwen. Amen. Ik buig daarbij. Door te buigen, heeft de beweging betekenis gekregen. Het is uit eerbied voor God dat ik buig. En ja, na al die jaren wrikt het toch nog soms dat aan het eind van een oudtestamentische psalm een trinitarische formule wordt gezongen. En tegelijk is de christelijke traditie de context waarin ik bid. En daar past dit ‘klein gloria’.

Gebed en verlangen

De Anglicaanse theologe Sarah Coakley benadert de triniteit vanuit het gebed en het verlangen. Dat is een beweging die twee kanten op gaat. Het begint bij Gods verlangen naar ons –  en wij antwoorden daarop met ons verlangen naar God. Via het gebed leren we God als drie-ene-God kennen: ‘ik ben het niet zelf die bidt, maar God en de Heilige Geest zijn het die in mij bidden. Op deze manier beantwoordt de Heilige Geest in mij de eeuwige roep van de Vader, en trekt Zij mij … in het nieuwe verruimde leven van het Zoonschap.’ Zij vervolgt: ‘Er is dus een inherente reflexiviteit in God, een onophoudelijk uitgaan en terugkeren van de verlangende God; en in zo verre als ik deze reflexiviteit verwelkom en ontvang, ervaar ik dat het de Heilige Geest is die mijn menselijke monoloog  tot een (veronderstelde) monadische God onderbreekt.

Wat mij hier vooral treft zijn de noties van uitgaan en ingaan, van beweging en ruimte. Dat is wat ik ook zie in een tekening van William Blake van de triniteit. Twee figuren. De een ligt in de armen van de ander. Boven hen zweeft een derde figuur. Wellicht de duif. Het liefst schrijf ik niet te veel over deze tekening. Want hoe meer woorden ik gebruik, hoe minder de tekening zegt. Ik zie tederheid, beweging en ruimte. Drie woorden die voor mij bij God horen.

Tederheid

Die tederheid zie ik ook in een beeld van de Drie-eenheid van Hans Multscher (ca. 1430-1435). De Vader heft zijn rechterhand in een zegenend gebaar. De Zoon bezwijkt bijna. Een engel houdt hem nog net overeind. Volgens Henk van Os is de engel er om het beeld te balanceren. De Heilige Geest in de vorm van een duif is net zichtbaar onder de baard van de Vader. Met name de blik van de Vader ontroert. God kijkt met mededogen naar het gebroken lichaam van Jezus. Nauwelijks kan Jezus op eigen voeten staan, zijn knieën knikken door – en God zégent Hem, in ál zijn gebrokenheid. Hier wordt de mens gezegend in al zijn kwetsbaarheid. Hier komt God nabij. Ook in die gebroken figuur van Christus, de van Geest vervulde mens. En deze mens, zo belijdt de triniteit, is God zelf. Hoe dit te begrijpen, weet ik niet. In ontologische zin wil ik er niets over zeggen. De ontologie behoort tot het terrein van de ‘witte vlekken’ waar ik dit artikel mee begon.

Tegelijk ontroert het mij dat de christelijke traditie zegt dat God mens geworden is. God komt mensen zo nabij als in een mens. Daarmee kent hij het menselijk lot, de vreugde en de pijn van het menselijk leven.

In het beeldje van Multscher zegent God dit leven van de Zoon, dit menselijke leven van de van Geest vervulde. Vader, Zoon en Geest zijn nauw op elkaar betrokken. Maar er is ook afstand. De Vader raakt de Zoon niet aan.

Dit beeldje toont mij een weg in het spreken over Vader, Zoon en Geest. God nabij en ver weg, God zegenend en liefdevol, God die met ons is, als adem van ons leven, als grond van ons bestaan, als mens die ons leven deelt.

Tastend spreken

Spreken over de triniteit blijft tastend spreken. De eerste Remonstranten waren wars van gespeculeer over God. Mensen vullen graag de witte vlekken op, maar soms moeten we een stapje terugdoen en buigen voor het mysterie. We tasten naar wat voorbij ons begrip ligt. Tegelijk reikt de traditie ons het spreken over de triniteit aan. Al gaande probeer ik een weg te vinden. Remonstranten hebben dat altijd op hun eigen manier gedaan. De geloofsbelijdenis van 2006 is daar een teken van. Ieder legt vervolgens zijn eigen accenten. Een samenhangend verhaal heb ik niet als het gaat over de triniteit. Maar ik merk dat al gaande, in gebed en liturgie, met de tekening van Blake en het beeldje van Multscher voor me, er een beweging is, van God naar mij en van mij naar God. Reflexiviteit noemde Coakley het. Ruimte en beweging, ook in God, daar ergens ligt het geheim van de triniteit.

Claartje Slootmans
Remonstrants predikant en sinds 2018 werkzaam bij de Bond van Nederlandse Predikanten. 

Citaten uit :
Sarah Coakley, God, Sexuality and the Self. An Essay ‘On the Trinity’ 2013
Eginhard Meijering, God, Christus, Heilige Geest. Achtergrond en bedoeling van de drieëenheid 2002
Remonstrantse Belijdenis 2006

Zie ook

In de naam van de Vader
23 maart 2023

In de naam van de Vader

Johan Goud schrijft een meditatie met de remonstrantse geloofsbelijdenis als uitgangspunt. Met de titelwoorden boven dit stukje zijn velen nog altijd bekend en vertrouwd. Wie wel eens een doop heeft.. Lees verder

God als Vader essentieel
7 maart 2023

God als Vader essentieel

God als vader. Het is een oud beeld dat al door Plato gebruikt werd, maar dat nog onverminderd betekenisvol is. En zelfs essentieel voor ons christenen, omdat het ons iets fundamenteels over God vertelt. Zo kijkt Eginhard Meijering er tenminste tegenaan… Lees verder