Terug naar de kerk

Terug naar de kerk

Foto: Allard Willemse

In juni is Johan Roeland (1977) aangesteld als Universitair Hoofddocent aan het Seminarie. De bedoeling was dat hij op termijn Christa Anbeek zou opvolgen, maar door het vertrek van Christa komen dingen ineens in een ander licht te staan. Maar hij heeft geen haast en het Seminarie ook niet. Eerst de Remonstranten maar eens beter leren kennen en goed nadenken over een passende leerstoelopdracht! Michel Peters sprak met hem in een lokale gelegeneheid, de hippe Gelderlandfabriek in Culemborg, niet ver van zijn woonplaats Schoonrewoerd. ‘Ik heb altijd veel ideeën, maar pin me er niet meteen op vast. Ik ben nog erg op zoek naar mijn plek binnen de Remonstranten, naar een richting van onderzoek die relevant is voor de Remonstranten en aansluit bij mijn eigen onderzoeksinteresses.’

Met welke projecten ben je bezig?
‘In de zomer heb ik een lezing gehouden over Nick Cave, die ik ga omwerken tot een artikel. Al een tijd werk in aan het project Hello Darkness, wat moet uitmonden in een boek. In onze samenleving tendeert alles naar het licht. Van het donker willen we ons zo snel mogelijk bevrijden, maar het donker hoort bij het leven. Ook in religie tref ik veel lichtvervuiling, terwijl, als je goed in religieuze tradities zoekt, er eigenlijk veel rijke manieren van omgaan met de donkere periodes in ons leven te vinden zijn.’

Zie ik hier een link naar de theologie van de kwetsbaarheid, wat je toch kunt zien als jouw erfenis van Christa Anbeek op het Seminarium?
‘Ik heb die relatie zelf nog nooit zo gelegd, maar nu je het zegt… Je hebt wel helemaal gelijk dat mijn boek ook persoonlijke ervaringen, het geleefde leven als uitgangspunt neemt. In Hello Darkness neem ik mijn eigen ervaringen deels als uitgangspunt, maar een deel van mijn academische werk is ook minder persoonlijk. Dat komt ook omdat ik meer een generalist ben en tevens opgeleid als socioloog en antropoloog. Mijn studies over religie en popcultuur zijn veel beschrijvender, maar zij gaan altijd over levensvragen, zingeving en hedendaagse cultuur. Bovendien zijn er ook andere lijnen die om urgentie vragen op het Seminarie, zoals het project City Chaplaincy waar Bert Dicou aan werkt. Wat is de rol en de functie van de predikant van de toekomst in een stedelijke omgeving?’

Wat is jouw eigen kerkelijke verhaal?
‘Ik ben geboren in Veen, in het Brabantse Land van Heusden en Altena, in een bevindelijk gereformeerd gezin. Dat betekende: de school met de bijbel, het Van Lodenstein College in Amersfoort, het Reformatorisch Dagblad thuis, geen televisie, nadruk op de noodzaak van bekering en een groot zondebesef. In mijn tienertijd werd me dat te veel en stapte ik over naar de hervormde kerk in Wijk en Aalburg, waar mijn zus kerkte. Daar hadden ze heel leuk jeugdwerk. Ik dompelde me onder in de evangelische beweging, met betrokkenheid bij de EO en het Flevofestival. In die fase ontstond mijn interesse voor muziek en popcultuur. Na mijn theologiestudie heb ik de evangelische beweging vaarwel gezegd. Dat kwam door de studie zelf, waarin alles bevraagd werd en doordat ik zag dat veel leeftijdgenoten binnen de evangelische beweging vast liepen. Bands als Over the Rhine en The Violet Burning gaven het laatste zetje. Zij verwoordden die twijfel aan het geloof in hun songteksten. Theologie stond daarna op een laag pitje, ik concentreerde me op de sociologische en antropologische studie van religie. Al tijdens mijn studie ben ik aangehaakt bij de Nicolaïkerk in Utrecht, in een nieuwe hang naar het liturgische, het mooie gebouw, de goede preek en de esthetiek. In Schoonrewoerd ben ik een tijd betrokken geweest bij de plaatselijke PKN-kerk, vervolgens was ik een tijdje kerkloos en heb ik me later bij de Geertekerk aangesloten. Toch weer terug naar de kerk, omdat ik het simpelweg ging missen. Toen deze vacature bij de Remonstranten werd opengesteld hoefde ik niet lang na te denken. De functie past bij mijn  hernieuwde interesse in de theologie.  Ik ben immers niet de enige gelovige en niet de enige theoloog bij wie de religieuze biografie getekend wordt door twijfel en het gevoel van verlies, om vervolgens te ontdekken dat er zoiets is als faith after doubt – om een boek van een voor mij inspirerend theoloog te citeren.’

2023. Adrem magazine. september 2023. Johan Roeland. Photo: Allard Willemse
2023. Adrem magazine. september 2023. Johan Roeland. Photo: Allard Willemse

Traditie of innovatie?
‘Allebei! Lange tijd heb ik verkeerd aan de kant van het postkerkelijke christendom en daar ook veel onderzoek naar gedaan. Nadat ik was vastgelopen in de evangelische wereld, heb ik mij heel lang thuis gevoeld op plekken als het Graceland-festival, een jaarlijks religieus festival waar veel zoekers, twijfelaars en mensen die zijn vastgelopen in de kerk op af komen. Ik denk dat dit soort plekken voor veel kerkverlaters en gelovigen die vastlopen in hun kerkelijke context een aantrekkelijk alternatief is. Noem het de festivalisering van religie. Tijdelijke, lichte gemeenschappen dus, waarin de continuïteit met de christelijke traditie gezocht wordt, maar dan in een fluïde vorm. Ook was ik betrokken bij het journalistieke project van Pauline Weseman over nieuw christendom, waarin zij met name keek naar wat er aan de randen van de kerk gebeurt. Fluïditeit is één van de kenmerken van deze postchristelijke initiatieven. Daar moet je dus niet een permanente vorm aan willen geven, alhoewel Graceland in zijn terugkerende vorm wel een soort instituut aan het worden is.’

‘Een kerk in deze tijd kan zeker niet zonder een innovatief spoor. Ik wil daar in de opleiding ook uitdrukkelijk aandacht aan besteden, in samenwerking met de mensen die bij ons met innovatie bezig zijn. Maar het is tegelijkertijd goed om scherp te zijn op dat concept van innovatie: innovatie is immers de taal van een neoliberale, kapitalistische cultuur. Veel mensen lopen daarin vast. Een kerk die de tand des tijds heeft overleefd, met oude tradities en waarden, is een ankerpunt voor veel mensen. Ik zie zo links en rechts, ook onder de evangelicalen waar ik mezelf een tijdje toe gerekend heb, ook wel zoiets als een herwaardering daarvan. Het trekt mensen die de waarde en de kracht en de rijkdom van het oude weer zien. Dat zie ik ook wel een beetje in de bloeiende Geertekerk. Het Utrechtse succes is overigens lastig kopieerbaar. Vaak gaat het bij bloeiende initiatieven, activiteiten en gemeenschappen om redelijk unieke constellaties van gebouw, bestuur, predikanten, de energie die in een gemeente aanwezig is en de moed en lef om dingen aan te pakken. En de specifieke plek. Utrecht is anders dan Schoonhoven. De kerk is geen bedrijf waar je vaste modellen op kunt loslaten.’

Wat zijn je eerste ideeën voor onderzoek en onderwijs bij de Remonstranten?
‘In de sollicitatieprocedure heb ik wat gedachtenspinsels op papier gezet over religious ‘othering’ in de social media. Dus onderzoek naar de manier waarop de sociale media mensen tegen elkaar opzetten door stereotypering, aandacht voor het spectaculaire en door het secularisme van de media zelf. Dat gaat dus over (on)verdraagzaamheid in een modern jasje. Ik ben nu bezig met het schrijven van mijn lezing voor de opening van het academisch jaar, waarin ik stel dat verdraagzaamheid geholpen is met een gezonde omgang met twijfel en met relativeringsvermogen. Dit zijn thema’s die ook terug kunnen komen in het onderwijs, maar zoals gezegd hoop ik in het onderwijs ook aandacht te besteden aan religieuze innovatie. Ik ben gecharmeerd van  community service learning, een onderwijsmethode waarin studenten aan de slag gaan met vraagstukken die aangedragen worden vanuit de samenleving. Ik kan me voorstellen dat we in één van de modules met een dergelijke methode gaan werken, zoekend naar oplossingen voor innovatievraagstukken die we landelijk bij de Remonstranten aantreffen. Studenten maken zich op die manier niet alleen de uitdagingen van deze tijd eigen. Ze ontdekken ook het plezier van met elkaar aan oplossingen werken. Ze gaan de waarde zien van verschillende disciplinaire benaderingen, waaronder die van de theologie. Ze leren hoe je dit soort vraagstukken enkel en alleen door samenwerking met anderen oplost.’

2023. Adrem magazine. september 2023. Johan Roeland. Photo: Allard Willemse

Waar haal je jouw inspiratie vandaan?
‘Theologisch gezien ben ik groot fan van John Caputo en zijn doorwerking van de negatieve theologie. Caputo wil God thematiseren na de dood van God. Alle door ons gecreëerde beelden van God en alle theologieën zijn in onze tijd van hun voetstuk gevallen. We kunnen bijna alleen nog ontkennend spreken over God en alles wat God niet is ter sprake brengen: een spoor (Derrida), een luchtvlaag (Mozes), een lege plek. Caputo ziet God meer als event, als gebeurtenis. Dat klinkt remonstranten natuurlijk niet onbekend in de oren. En verder: Pádraig Ó Tuama. Voor Ó Tuama is geloof primair een manier om een thuis te creëren in de wereld: voor de ander en voor jezelf. Wat ik ook aantrekkelijk vindt aan Ó Tuama: hij werkt op een hele narratieve manier en theologiseert vooral aan de hand van verhalen en gedichten.

Over muziek hebben we het al gehad. Ik ben groot fan van Nick Cave. Ik bestudeer zijn Red End Files, brieven van fans die hij beantwoordt. Die files blijken heel erg religieus van aard te zijn. Ik heb wel eens mijn eigen religieuze biografie in een playlist op YouTube gezet  (ook een interessante werkvorm om met studenten te doen overigens). Dat loopt dan van psalm 25 in de versie van Willem Hendrik Zwart, via tegendraadse evangelicals als  Larry Norman en de band The Prayer Chain, via Nick Cave, naar Bach en Franck en bands als Over the Rhine en The Innocence Mission.

Maar inspiratie haal ik vooral uit het samenwerken met mensen. Met Goos Minderman, Elza Kuyk en Bert Dicou op het Seminarie heb ik een uitstekende start gemaakt. Juist in de samenwerking met anderen weet je je beperkingen en tekortkomingen te overstijgen en kunnen je kwaliteiten tot bloei komen.’

Uitsmijter
‘In onze tijd slaat optimisme bij veel mensen om in pessimisme. De toekomst is onzeker en donker. We moeten diverse crisissen het hoofd zien te bieden: onze instituties worden als uitgehold ervaren, we ervaren de grenzen van een ongebreideld individualisme, we worden geconfronteerd met de gevolgen van onze hang naar groei voor onze planeet. De kerk is iets om te koesteren omdat daar hoop en gemeenschap kan worden beoefend. Daar kunnen we zin ervaren en ons leven in een breder verband zien en beleven.’

Michel Peters

Wie is Johan Roeland?

Johan Roeland is theoloog, socioloog en antropoloog. Hij is werkzaam als Hoofddocent ‘Media, Religie en Populaire Cultuur’ aan de Faculteit Religie & Theologie van de Vrije Universiteit Amsterdam. Daar is hij ook projectleider bij het VU Expertisecentrum voor Religie en Samenleving. Op zijn woonadres in Schoonrewoerd begeleiden hij en zijn vrouw drie jong volwassenen met een (lichte) verstandelijke beperking en/of autisme (verwante problematiek) die willen leren zo zelfstandig mogelijk te wonen. Dit z.g. woontrainingshuis is een tussenstap van thuis wonen naar een zo zelfstandig mogelijke woonvorm.

Zie ook

In de naam van de Zoon
11 mei 2023

In de naam van de Zoon

O Jezus hoe vertrouwd en goed klinkt mij uw naam in ’t oor, het is de beginregel van een kerklied dat in remonstrantse kerken vermoedelijk zelden gezongen wordt. Geschreven door.. Lees verder

Redactioneel Naar elkaar luisteren
30 juni 2022

Redactioneel Naar elkaar luisteren

Verstaan staat centraal met Pinksteren. Iedereen begreep het zomaar, toen de eerste leerlingen spraken over de grote daden van God. Elkaar verstaan is in de praktijk wat weerbarstiger… Lees verder