
Harry Hummels is hoogleraar ethiek, organisatie en maatschappij aan de Universiteit van Maastricht. Zijn aandachtsgebied is filosofie en ethiek van het bedrijfsleven. Hij publiceert over agapè. Eerder werkte Hummels bij ING, SNS Reaal en ACTIAM.
Hoe definieert u agapè?
Ik zie agapè als commitment aan de bloei en het welzijn van de ander. Dit bekijk ik vanuit het gezichtspunt van de filosoof Emmanuel Levinas. In zijn werk staat verantwoordelijkheid centraal. Het gaat om het appèl dat de ander op ons doet en hoe wij daarmee omgaan. Het gaat niet om het resultaat, maar om de wijze waarop je hier invulling aan geeft. Het gaat erom de ander recht te doen.
Er is een directe relatie tussen tevredenheid van mensen bij de uitkomst van een besluit als ze actief betrokken zijn geweest. Als je mensen meeneemt in het proces om tot een besluit te komen bezie je de mensen ook als uniek, met een eigen waarde, en niet als een ding dat onderdeel van een proces is. Levinas betoogt dat het erom gaat open te staan voor de ander. De ander doet een appèl op je en de uitdaging voor jou is daar open voor te staan. In termen van bedrijven zou je kunnen zeggen: verdiep je je ook in de ander of gaat het alleen maar om het meten van succes? Dat laatste is instrumenteel, niet oprecht en authentiek. Levinas zegt: stel je open. Laat de ander jou de kans geven om je verantwoordelijkheid te nemen.
Het gezicht van de Ander
Hummels geeft een voorbeeld van agapè, dat hij agapé noemt (è duidt op sluiten, é is meer open, en allebei de uitspraken in het Grieks zijn geoorloofd) uit zijn eigen leven. Als hij in Nijmegen, waar hij woont, uit het treinstation kwam, stond daar bij de ingang van het station een vrouw die mensen aankeek. Ze sprak niet, maar haar blik werd door hem ervaren als een moreel appèl. Hummels gaf haar regelmatig wat, waarbij hij zich niet afvroeg waar ze dat geld voor nodig had. Dit is een mindset volgens Hummels. Haar blik gaf aan dat ze een beroep op hem deed. Natuurlijk had hij dagen waarin hij geen zin had om haar appelerende blik te zien. Dan kon hij een andere uitgang nemen om haar te ontwijken, maar dit voelde laf, ongemakkelijk. Terwijl Hummels ook deze vrouw had kunnen erkennen in haar behoefte en kunnen zeggen Nee, nu even niet. Het gaat bij agapè om de beweging naar de ander te maken en niet zelf te internaliseren, want wij weten niet hoe een ander zich voelt of denkt. Het gaat erom het commitment aan bloei van de ander op een bepaalde manier in te vullen, om het erkennen van deze vrouw als iemand met eigen waarde en persoonlijkheid. Je wilt iets realiseren, een wederzijdse dialoog.
Harry Hummels heeft eind jaren ‘90 van de vorige eeuw samen met een vriend ING Bank Duurzaam Beleggen opgezet. Hierin participeerden onder andere goede doelen en kerken. Binnen een organisatie wil je de eigen identiteit waarderen, niet alleen financieel en organisatorisch. Je wilt de ander respect en erkenning geven als uniek individu. Binnen een organisatie krijgt dit vorm in de wil om te luisteren en daar iets mee te doen, om vervolgens terug te koppelen wat je ermee gedaan hebt, een dialoog. Agapè heeft zo een positieve connotatie.
Hummels heeft samen met een collega van Harvard Business School een business case gemaakt met het bedrijf Interface, dat vloeren maakt. Al in 1994 besloot het bedrijf om in 2020 klimaatneutraal te werken. Dit is vrijwel gelukt. In Australië heeft het bedrijf zich ook met sociale duurzaamheid bezig gehouden door via scholen contact te zoeken met de oorspronkelijke bewoners (Aboriginals). Het bedrijf wilde weten wat de binding van de oorspronkelijke bewoners met de natuur, die zij simpelweg moeder noemen, inhield. Daarbij richtte het bedrijf zich in het bijzonder op kinderen.
Ook leerde het bedrijf over de acht manieren van leren in de cultuur van de Aboriginals. Onderdeel daarvan is storytelling, learning maps – een visuele manier van leren -, en niet verbale manieren van leren door middel van symbolen. Aboriginals hebben bovendien een andere verhouding tot het begrip tijd. Interface heeft een tapijtcollectie ontworpen die wat Hummels noemt Aboriginality verbeeldt. Tapijten verbeeldden verschillende typen land, zoals zout-water land, zoet-water land, tropisch woud, woestijn en hard gras. Deze samenwerking is een voorbeeld van co-creatie, waarbij verbinding wordt gezocht en bloei met de gemeenschap waarmee het bedrijf werkt.
Neighbourly love
Het Engelse thema neighbourly love, een vorm van agapè die door Hummels geïnterpreteerd wordt als naast je staan, is niet gelijk aan wat we in Twente als noaberschap kennen, omdat het niet die normativiteit heeft. Bij noaberschap gaat het om kleine hechte gemeenschappen met gedeelde waarden. Vaak zijn de groepen christelijk. Je helpt elkaar in tijden van nood. Uit zulke principes is bijvoorbeeld ook de Rabobank ontstaan.
Levinas kijkt juist met open blik naar iemand anders, met mogelijk andere waarden. Hierbij moeten we ons realiseren dat Levinas dit idee van agapè ontwikkelde na de Tweede Wereldoorlog. Hij was een Frans-joodse filosoof uit Litouwen die gedurende de oorlog als krijgsgevangene vast zat in een Duits kamp. In de oorlog verloor hij een groot deel van zijn familie. Het gaat er bij Levinas om dat de ander een beroep op je doet en hoe jij daarvoor open staat.
Intergenerationaliteit
In 1987 publiceerde de Brundtland-commissie haar rapport over duurzame ontwikkeling. Huidige generaties voorzien daarbij in hun behoeften zonder het vermogen van toekomstige generaties aan te tasten om in hun behoeften te voorzien. Dit is lastig, want we weten niet wat volgende generaties belangrijk zullen vinden. Een voorbeeld waar men heeft geprobeerd die intergenerationaliteit te laten samenvallen met agapè is te vinden in Nieuw Zeeland. Daar heeft de Whanganui rivier rechtspersoonlijkheid gekregen. Omdat een rivier niet voor zichzelf kan opkomen, is representatie vereist. Daarom zijn er twee wachters aangesteld. De ene wachter namens de regering, de andere wachter namens de oorspronkelijke bewoners, de Maori.
Ook binnen bedrijven wordt gekeken naar de verantwoordelijkheid die het bedrijf heeft voor volgende generaties. Een jongerenraad wordt bijvoorbeeld ingesteld. Het doel is van te voren na te denken over de potentiële gevolgen van je handelen.
De Iroquois, Amerikaanse oorspronkelijke bewoners, hanteren het zeven generatieprincipe. Dit betekent dat ze voordat ze beslissen, overwegen wat de consequenties van een handeling of beleid voor de komende zeven generaties zullen zijn. Bij besluitvorming mag je alleen spreken als je de talking stick hebt. De eerste die mag spreken is de stamoudste. De volgende vat samen wat de eerdere spreker heeft gezegd en voegt daar zijn visie aan toe. Dit is een procedure waarbij je je verantwoordelijkheid pakt. Het verwijst ook naar het idee van Hannah Arendt om de toekomst naar vandaag te halen, nativiteit, de voortdurende geboorte van nieuwe mensen en ideeën en de verbinding met de volgende generatie. Je creëert een teken.
De oorsprong van het idee van Levinas is het appèl dat de ander op mij doet. Het gaat in het ultieme geval om mijn verantwoordelijkheid de ander niet te doden. De vraag die hieruit voortvloeit is erken mij in mijn bestaan. Het gaat om medemenselijkheid, de ander als uniek wezen te zien en te erkennen.
Charlotte Hille
redactie AdRem

Wat doet een dominee de hele dag? Florus Kruijne, predikant in de Geertekerk in Utrecht, gaat in juni met emeritaat, maar laat ons op de valreep nog even meekijken in zijn actieve predikantenleven. .. Lees verder

Johan Goud schrijft in AdRem een negendelige serie over de vraag wat geloven nu eigenlijk is. In dit nummer zijn laatste bijdrage, deel 9… Lees verder