
Willem van Reijendam (1966) is de zoon van Lenie van Reijendam – Beek (1937-2020) die als VVH-predikant heeft gestaan in de Prinsesselaankerk in Beverwijk en in Vrijburg in Amsterdam. Hij studeert inmiddels zelf theologie.
Zoontje van de dominee was, naast bril, professor, Willempie (met dank aan André van Duin) en slaat altijd mis bij slagbal, één van de labels die ik op de lagere school in Beverwijk van mijn klasgenootjes opgeplakt kreeg. Ik was daar trots op.
Het was alsof ik toegang had tot een geheim, een voorhof van het Heilige, waar de buitenwereld niet kon komen, en al helemaal mijn klasgenoten niet. Hoe konden zij weten hoe het was dat je moeder het ene moment nog in de kerstnachtdienst met een steengoede preek een stampvolle kerk in haar ban had en een uurtje later thuis gezellig de zelfgebakken appeltaart aansneed. Hoe het was om haar zondagochtend vroeg nog aan de preek te zien werken, de toga klaarhangend in de studeerkamer. Hoe het was om ingeschakeld te worden als besteller van pastorale post, voor een tarief dat kon concurreren met dat van de PTT, als invalkracht op de zondagschool en incidenteel als stoelenklaarzetter voorafgaand aan de dienst. Hoe het was om na de dienst (die ik vaker niet dan wel bijwoonde) te horen wie er allemaal waren geweest met niet altijd even vleiende karakteriseringen. Mijn broertje Jaap en ik ervoeren de moeder achter de dominee en dat was een machtig privilege.
Ik geloof niet dat ik vaak heb opgeschept dat mijn vader scheikundige was, maar met een moeder als dominee overtroefde ik iedereen die over het onbeduidende beroep van zijn ouders begon.
Verwend en onbezorgd bestaan
En dan woonden wij nog in een echte pastorie aan de Prinsesselaan 9, die er ook uitzag als een pastorie, gebouwd in de jaren twintig, met meer kamers dan we nodig hadden, en een grote centrale hal, waar ik met mijn basketbal speelde tot mijn vader een basketbalring aan een buitenmuur ophing (het geluidsprobleem werd niet opgelost maar verplaatst…). In plaats daarvan kwam er een luid rinkelende flipperkast te staan die ik van mijn spaargeld had gekocht. Een pastorie waar mijn vrijzinnige moeder unverfroren het spandoek Highway to Hell ophing als thema van een catechesantenfeest, naar de gelijknamige LP van AC/DC die ik net had gekocht. De pastorie waar zowel Jaap als ik ieder jaar (!) een klassenfeest mochten geven in de huiskamer, waarbij de servieskast vervaarlijk heen en weer schommelde bij het dansen van de pubers op de parketvloer.
Een verwend en onbezorgd bestaan dus. Ik ging familiair om met de vrijzinnige kerkbestuurders, kocht veel speelgoedbeesten die door de dameskrans ter verkoop op de jaarlijkse bazar waren gefabriceerd en voelde me daar reuze belangrijk.
Mijn moeder had zich voorgenomen altijd thuis te zijn, met thee en koekjes, als we uit school kwamen, en in mijn lagere schooltijd maakte ze dat ook waar: ik hoefde geen sleutel van het huis. Eenmaal op het gymnasium kreeg ik, geloof ik, wel een sleutel. In elk geval merkten Jaap en ik wel dat ze, ook ’s avonds, veel de deur uit was en dat was zo erg nog niet want ik las me suf en ik speelde graag buiten. We werden geheel vrijgelaten.

Moraal
Dat wil niet zeggen dat moraal geen rol speelde in ons gezin, integendeel: ik leerde al vroeg dat het van het grootste belang was om een goed mens te zijn, maar dat je zelf maar moest uitvinden wat dat inhield. Er werd ons niets voorgeschreven, je kon de gebruiksaanwijzing althans niet letterlijk uit de bijbel overnemen.
Ik kreeg veel mee van haar werk. Weinig van de organisatorische kant, maar wel van het pastoraat. De wederwaardigheden van haar gemeenteleden, bezoekjes van andere dominees, mensen over wie zij zich een beetje had ontfermd die kwamen lunchen (en waar ik jaloers op was, omdat er dan ineens allemaal lekkers ter tafel kwam) en de bezoeken van de vele vrienden die zij er in de gemeente maakte.
Met de theologie kwam ik tot ver in de puberteit nauwelijks in aanraking. Ik las tot verdriet van mijn moeder liever in de loodzware kinderbijbel van W.G van der Hulst, waar woorden als Zonde, Schuld en Berouw cursief waren afgedrukt, dan in de kinderbijbel waar mijn vader ons uit voorlas. En ik sloeg nooit een grotemensenbijbel open. Pas toen ik wat ouder werd, de leeftijd die ik op bijgaande foto heb, had ik wel eens een theologisch gesprek met mijn moeder.
Verhalen
Vertrouwdheid met het woord is wat mij als domineeskind het meest heeft gevormd. Mijn moeder zien en horen preken leerde me de macht en ook wel de techniek van het gesproken woord (ik had natuurlijk wel geluk met zo’n goed voorbeeld), maar meer nog zijn verhalen een rol gaan spelen in mijn leven. Er werden thuis altijd verhalen verteld, waarbij het er niet vreselijk veel toe deed of ze waar gebeurd waren (mijn moeder dikte verhalen graag een beetje aan), als ze maar bijdroegen aan de waarheid. En daar werd heel veel bij gelachen, op het blasfemische af.
De liefde voor het verhaal, decennialang als journalist, straks hopelijk weer als theoloog, is de voornaamste erfenis die ik als domineeszoon heb meegekregen. Daarnaast de altijd aanwezige behoefte een goed mens te zijn, zonder precies te weten hoe. Ik voel de ogen van mijn moeder in mijn rug. Een domineeszoon blijf je voor altijd.
Willem van Reijendam (1966)
lid van de Remonstranten in Vrijburg Amsterdam, student aan het Remonstrants Seminarie
Ds. Lenie van Reijendam – Beek (1937-2020) was VVH-predikant en heeft gestaan in de Prinsesselaankerk in Beverwijk (1974-1983) en in Vrijburg in Amsterdam (1988-1999) Daarna ging zij met emeritaat.

– Genesis 2: 7 en 3: 7-10 (vrije vertaling Petra Galama)Zo vormt de Eeuwige de mens,uit de klei van de aardeen blaast in onze neusgatenadem van leven. Dan gaan de.. Lees verder

Waarom stelt een kleuter dezelfde vraag steeds opnieuw? Waarom krijg je van zesjarigen vaak waarom-vragen? Hoe stimuleer je een kind om meer te vertellen? Waarom lijken kinderen naarmate ze ouder.. Lees verder