
Waar begin je een verhaal te vertellen? Dat is voor een schrijver een relevante vraag. Als mij gevraagd wordt om iets over de remonstrantse geschiedenis te vertellen begon ik vroeger altijd bij het begin, bij Arminius en Gomarus en kwam ik uiteindelijk bij de heldhaftige besluiten van de twintigste eeuw terecht. Het tweede kerkgenootschap in Nederland dat vrouwen toeliet tot het predikantschap en zelfs het eerste dat het homohuwelijk een plek gaf in de kerkorde. Het risico was natuurlijk dat men halverwege het verhaal al afgehaakt was. Tegenwoordig begin ik vandaag, vertel wat over de eigenaardigheden van de Remonstranten en probeer uit te leggen waar het allemaal vandaan is gekomen. En mijn ervaring is dat dan meer mensen de eindstreep halen en het verhaal over de predestinatie nog aankunnen.
Iets dergelijks zou je ook kunnen zeggen bij het verhaal van Kerstmis. Waar begin je? We zijn gewend om te beginnen bij het einde: het kleine, de lieve baby in de voerbak in Betlehem. Dat is het gemakkelijkste. Want wie is niet geroerd bij dit romantische plaatje? Het verhaal vertelt zich daarna vanzelf. Het onschuldige kind staat dan tegenover die merkwaardige machthebbers: keizer Augustus van de volkstelling, Quirinius, die het bewind over Syrië voert en Herodes die de concurrentie niet aan kan en de kinderen in Bethlehem allemaal laat vermoorden. De boodschap is dan een soort theologie van de kwetsbaarheid. Wat heel klein lijkt – en zomaar weggevaagd kan worden – blijkt machtiger dan alle grote heersers. Het verhaal wordt een Umwertung aller Werte. Het kerstkind, in al zijn bescheidenheid, gaat de wereld overwinnen. Daarom zingen de engelen. Niet om wat er nu gebeurd is, maar om wat er uiteindelijk te gebeuren staat. (Al blijft het elk jaar best lastig om met kerst te preken en te zien dat er – op het eerste oog – vooralsnog zo weinig van terecht is gekomen. Al is het al 2000 jaar geleden).
De evangelist Johannes begint zijn verhaal heel anders. Geen herkenbaar mensenkind in een eenvoudige stal in Bethlehem. Zijn verhaal begint in de hemel. Voor het begin van de geschiedenis, een eeuwigheid geleden. Dan is het Woord er al. Het is het allergrootste wat je kunt bedenken. In dit evangelie zijn God en Jezus vaak bijna uitwisselbaar. God zit er in elk geval direct bovenop. Jammer is dat de mensen het amper kunnen vatten. Het verhaal is te groot, te mooi. Hij heeft onder ons gewoond. Maar de mensen hebben hem niet herkend. De mensen hebben een profeet, Johannes de Doper, nodig om er iets van te begrijpen. Maar eigenlijk blijft het ongrijpbaar.
Natuurlijk is juist dit evangelie geliefd onder de theologen. Het klinkt allemaal wat dieper, wat filosofischer. Geen romantische plaatjes, maar een geloofsleer. Iets om in te duiken. Woorden als incarnatie (vleeswording) gaan klinken. Direct ligt de vraag op tafel of God en Jezus nu gelijk zijn. Was de hemel leeg toen Jezus op aarde liep? Boeiende vragen voor vakmensen, maar voor het geloof niet eenvoudig (of noodzakelijk).

Kerkvaders zullen later de vraag stellen of je je God kunt voorstellen zonder zijn zoon. De Zoon is nodig als object van de liefde van de Vader. In de Zoon verbindt de Vader zich opnieuw met de aarde. De komst van de Zoon is dus de uitdrukking van Gods liefde. God heeft de wereld lief en stuurt daarom zijn zoon. Vroeger vond je die boodschap bijna op elk treinstation (toen Remonstranten er nog niet adverteerden). Alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij zijn enig geboren Zoon gezonden heeft, opdat een ieder die in hem zou geloven, het eeuwige leven zou hebben. Nu loop ik het risico dat u, lezer, afhaakt. Dit klinkt toch niet zo remonstrants? Wat hebben wij nu met deze tekst? Maar dan wijs ik er even op dat in de eerste remonstrantse tekst (de Remonstrantie uit 1610) juist deze tekst werd aangehaald. Dit is wat die vroege voorgangers van ons geloofden. Gods liefde is er niet alleen voor de uitverkorenen, maar voor iedereen die het horen wil, die ernaar wil leven. Gods onbegrijpelijke liefde. Gods aanvaarding van alle mensen van goede wil. Gods liefde die aan alles voorafgaat en ons werkelijk leven laat. Misschien is dat iets om onze tanden in te zetten naast alle romantische plaatjes, zoetsappige kerstliedjes en heerlijke maaltijden!
Een goede kerst gewenst!
Tjaard Barnard
Tjaard Barnard is predikant te Nieuwkoop en Rotterdam

Redactielid Geertrui Meinema-Linders werkt als leerkracht in het basisonderwijs. Zij schrijft in AdRem geregeld over haar ervaringen op school en in de klas… Lees verder

Luisteren predikanten naar God, vroeg de redactie zich af? Dat zou je mogen verwachten. En hoe en waar horen ze de Eeuwige dan? Acht remonstrantse predikanten en een student aan het Seminarie geven ons een inkijkje in hun geloofsleven… Lees verder