
– Genesis 2: 7 en 3: 7-10
(vrije vertaling Petra Galama)
Zo vormt de Eeuwige de mens,
uit de klei van de aarde
en blaast in onze neusgaten
adem van leven.
Dan gaan de ogen van de mensen open.
De mensen horen de stem van de Eeuwige
in de avondwind van die dag.
En ze verschuilen zich
voor het aanschijn van de Eeuwige.
Dan spreekt de Eeuwige de naam van de mensen en vraagt aan hen: waar ben je?
En ze antwoorden:
Uw stem hebben we gehoord
en we werden bevreesd omdat we naakt zijn
en we verscholen ons.
– Irenaeus van Lyon (ca. 130-202)
Adversus Haereses 4: 39,2
(vrije vertaling Petra Galama)
Gods ambachtelijke werk
heeft de zachte klei in jou verborgen.
Laat je klei vochtig zijn,
anders word je hard
en verdwijnt de indruk
van de ambachtelijke vingers.
Door jouw oorspronkelijke
zachtheid te behouden
ben je ontvankelijk voor
jouw mysterie.
Wacht dan op de hand van
de Boetseerder die alles op Gods tijd doet;
op de juiste tijd
om jouw vorming te voltooien.
En moge jij aan God geven wat van jou is,
vertrouwen en overgave,
om het mysterie te leven,
zoals God in jou verborgen heeft.
———————————————————————————————-
Het thema van dit artikel beweegt zich in het spanningsveld tussen de angst om jezelf te laten zien, het jezelf willen verbergen, en het je openstellen voor de hand van de goddelijke Boetseerder.
Genesis opent met een vraag die ons tot op vandaag raakt: durven wij de angst los te laten om onszelf werkelijk te laten zien? Durven wij maskers af te leggen, ons te ont-verbergen, naakt te staan en het onvermoede van onszelf naar buiten brengen?
Irenaeus van Lyon stelt eenzelfde vraag; durven we zacht te blijven als klei in Gods hand? Zolang de klei zacht blijft, kan de boetseerder haar vormen. Waar klei verhardt – zoals we in onze samenleving zien – ontbreekt ontvankelijkheid om onszelf en een ander mens werkelijk te zien, en kan de hand van de boetseerder ons niet meer aanraken. Gelukkig kan klei verzachten; zodra water onze klei bevochtigt, wordt ze soepel en laat zich plooien naar haar oorsprong: geschapen in Gods beeld.
Mystagogie, het ambacht dat Irenaeus verbeeldt, is het ambacht om in ons mysterie begeleid te worden. Het woord zegt het zelf: agogie betekent begeleiden, mysta betekent mysterie. Het mysterie is niet zomaar een vraagteken – het mysterie draagt Gods beeld in zich. God is wijs. Gods wijsheid kent mij dieper dan ik mijzelf ken, en wil mij op mijn levensweg begeleiden: Gij kent mij ten diepste. Nog voor ik geweven werd in de schoot van mijn moeder, hebt Gij mij gekend. God weeft de levensweg van ieder mens, ook in de rafelranden van ons bestaan. In ieder van ons boetseert God onze uniciteit.
Zachtheid is een innerlijke houding van ons toevertrouwen aan het mysterie dat in ieder van ons verborgen is. Het is ontvankelijkheid voor de goddelijke wijsheid die alles doet op de juiste tijd, in het mysterie van onze vorming. Ontvankelijkheid vraagt om een houding van verwondering: Wat is in mij verborgen wat ik nog niet ken? Het vraagt om een houding van niet-weten: want wie al denkt te weten wat verborgen ligt, hoeft niet meer op zoek te gaan. Ontvankelijkheid is niet eenvoudig. Het zijn intense zoektochten die door diepe dalen kunnen gaan met verdriet en pijnlijkheden. Toch leeft in ons een verlangen om de weg te gaan. Zoals zachte klei verlangt naar de aanraking van de boetseerder, zo verlangt ons innerlijk naar ontvouwing in Gods hand.
Een libelle kan ons dit mysterie leren. We zien de goddelijke Wever in de omvorming van een larve tot een libelle. Lang leeft zij onder water als larve. Ze heeft geen haast; haar ontplooiing laat zich niet versnellen. Op het juiste moment voelt zij een verlangen omhoog te kruipen langs de rietstengel, zonder te weten wat daarboven wacht. Daar, boven water, ontvouwt zich een nieuwe levensvorm, volkomen afgestemd op het leven in de lucht met zuurstof en met vleugels. Eens zag ik hoe een libelle met hele kleine vleugeltjes haar larvenhuid losliet. Alles was in aanleg aanwezig. Langzaam werd vloeistof in de vleugels gepompt om ze te laten ontvouwen. Niet door eigen inspanning, maar door een organisch proces dat haar vleugels vulde met het vermogen om te vliegen.
De libelle heeft een diepe mystagogische wijsheid die wij in onze samenleving vergeten zijn en wetenschappelijk hebben verklaard. Toch zien we hier een wijsheid die diep in het unieke DNA van de libelle is ingeweven. Zo mogen ook wij naar ons eigen leven kijken: er is een wijsheid in ons geweven die ons wil ontplooien. Dat hoeft niets groots te zijn; jouw wijsheid mag klein en eenvoudig zijn. Ze kan zich uitdrukken in de manier waarop jij liefhebt, en in de talenten die je gegeven zijn.
Mystagogie nodigt ons uit om zacht te worden en te vertrouwen dat de wijsheid die ons wil ontplooien al in ons aanwezig is. Kunnen we dit zelfbeeld aan onze kinderen aanreiken? Dat wij mogen vertrouwen op ons werkelijke verlangen, om ons te laten begeleiden in onze unieke ontvouwing? Dit organische groeien verschilt radicaal van het maakbaarheidsideaal in onze samenleving. Waar we voortdurend worden beoordeeld aan de hand van meetlatten, jonge mensen keuzes moeten maken om hun carrière te plannen. We raken er somber en uitgeput van omdat we denken tekort te schieten. Laten we elkaar leren vertrouwen: ik mag mezelf zijn. Ik ben goed zoals ik ben. Jij mag jezelf zijn. Jij bent goed zoals je bent. Dat is ware liefde: ruimte geven aan de ander – en aan onszelf – om niet iemand anders te hoeven zijn. Alleen in het ontvangen van vertrouwen en liefde kunnen we verzachten en ontvankelijk blijven voor ons diepste mysterie.
Soms vragen mensen mij: Wat hebben we nu aan deze mystagogie, juist nu in onze verharde samenleving waar we somber van worden? Reflecterend op die vraag kijk ik naar het mysterie in mijzelf en in mensen om mij heen.
Ik zie verharde wereldleiders, die mensen beoordelen naar normen en eisen en geen aandacht hebben voor hun innerlijk. Zij verwonderen zich niet over ieder mens zoals iemand van binnenuit is.
Ik zie Marianne Budde, bisschop in Washington, die aan wereldleiders durft zeggen: Op minachting kunnen we geen natie bouwen. We moeten muren van haat afbreken en barmhartig zijn voor allen die in angst leven – ook voor de vreemdelingen, want ooit waren wij zelf vreemdelingen in dit land. Marianne vond het spannend om zich uit te spreken. Zij bleef ontvankelijk in haar taak als bisschop. Zo zie ik de hand van de boetseerder in een vrouw die haar beklemming overwint en zegt: Hier ben ik. Naakt en kwetsbaar.
En ik zie Anas al-Sharif, de jonge journalist in Gaza die wist dat trouw aan zijn roeping hem het leven kon kosten. Hij wist: ik moet bij de mensen blijven en getuigen van wat er gebeurt. Ondanks dit onnoemelijk lijden, vermoed ik dat hij zichzelf kon zijn en daarin dankbaarheid voelde. In de Arabische symboliek; hij vertrouwde zich toe aan de hand van Allah die de pen van zijn leven vasthoudt.
Gods hand voelen is een diep mysterie – en precies daarom noemen we dit ambacht mystagogie. Het is een mysterie dat ieder van ons in zich draagt.
Petra Galama
Remonstrants predikant, docent bij opleidingen tot geestelijke begeleiding aan de PThU en de Academie voor Geesteswetenschappen en eigenaar van bureau Spiritwijs (www.spiritwijs.eu). Zij is gepromoveerd in de mystieke theologie met een dissertatie over de mystica Juliana van Norwich.
Dit artikel is een bewerking van een overweging die Petra Galama gehouden heeft op 24 augustus bij de Remonstranten in Den Haag. Deze overweging is hier te beluisteren: [invoegen qr code]

Claudia Rumondor is onder meer componist en musicoloog. Juist zij kent het belang van stilte in de muziek… Lees verder