
De mens is als gras
en zijn schoonheid als een bloem in het veld:
het gras verdort en de bloem valt af,
maar het woord van de Heer houdt eeuwig stand.
Dit woord is het evangelie dat u verkondigd is.
1 Petrus 2: 24v
Aan de hand van mijn vader liep ik door het dorp waar ik opgroeide. We gingen ter kerke. Het was donker, we spraken over de sterren. Hij hield het eenvoudig. Je mocht niet willen, zei hij, om van de ene naar de andere ster te moeten fietsen. Nog steeds kijk ik naar de sterren. Hoe lang heeft het licht erover gedaan om mij te bereiken? Staan ze er nog, op dit moment? Een zinloze vraag begrijp ik inmiddels. Een universeel nu bestaat niet.
Eerder dit jaar verscheen het intrigerende boek van de sterrenkundige Margot Brouwer. De titel luidt Sterrenstof zijn wij. Ontzagwekkende inzichten uit de wetenschap die hoop geven. De schrijver doet een poging om aan de hand van haar vakkennis en met behulp van de filosofie van Spinoza een persoonlijke vraagstelling uit te werken. Eén van haar vragen luidt: En wat gebeurt er met me als ik sterf? Hierbij brengt zij God ter sprake. Spinoza’s God, zegt zij telkens. Het gaat om de God van deze kosmos, de God die deze kosmos is. Je kunt ook zeggen de God van de filosofen. Een heel persoonlijke God lijkt hij niet te zijn. Kun je bij zo’n God je vragen kwijt, je zorgen?
Een helder geschreven boek, maar zeer pittig voor iemand als ik die niet vertrouwd is met natuurwetenschappen. Tegelijkertijd voel ik de drang om het betoog te willen volgen. Ik word er grenzeloos door geboeid en val van de ene verbazing in de andere, ervaar ook ongeloof. Leven wij in een eindeloos multiversum van oneindig veel universa, waarvan het onze er maar één is? En is ons universum precies zo ingericht dat er sterren met planeten konden ontstaan waarop zich leven kon ontwikkelen? Een universum dat dit leven wel moest voortbrengen?
Al lezend voel ik me de kleine jongen die naar de sterren ziet, die beseft dat er dingen zijn die zijn voorstellingsvermogen te buiten gaan. Later volgden meer van zulke ervaringen. De kennismaking met de evolutietheorie, met de niet-bijbelse verhalen uit Sumerië van het Gilgamesj-epos. Ontdekkingen die mijn zicht op de wereld veranderden. Nu opnieuw. Sterrenstof.

Dan speelt dat zinnetje door mijn hoofd tot stof zult ge wederkeren, een flard van een overgeleverde traditie, bij begrafenissen uitgesproken, een wijsheid die de mens zijn plaats wijst. Een vloek bijna. Zo wordt het ook bedoeld de eerste keer dat het in de bijbel verschijnt in Genesis 3: 19. Het bestaan is niet paradijselijk. Het is vol moeiten en zorg. De menselijke conditie. Alles is uit stof ontstaan en alles keert terug tot stof, zegt het boek Prediker in vers 3: 20. Het is het lot van mens en dier. Prediker kon niet voorzien dat heel veel later de strekking van zijn woorden verder werd opgerekt. Ook sterren en sterrenstelsels worden geboren en sterven. Uiteraard op andere wijze dan mensen en dieren. Veel dramatischer. Sterren branden op en schrompelen ineen of spatten uit elkaar. Zelfs het universum als geheel lijkt hieraan niet te kunnen ontsnappen. Het wordt kouder en kouder, tot het niet kouder kan worden, the big chill. Wat theologen ook mogen inbrengen, dit is de richting die de tijd gaat zoals deze in de moderne natuurwetenschap wordt begrepen. Stof en kou.
Maar hiermee is het verhaal niet af. Er is een tegenkracht werkzaam. In dit uitdovende universum gebeurt iets bijzonders. Het evolueert. Er ontstaan materiële structuren van een steeds grotere complexiteit. Zware elementen ontstaan, ook het leven verschijnt. Margot Brouwer beschrijft dit proces uitvoerig. Die geeft er, als ik het goed zie, geen naam aan. Een andere kenner van Spinoza’s werk, Maarten van Buuren, gebruikt hiervoor het woord vormkracht (Quantum, de oerknal en God. Filosofische perspectieven van de quantummechanica. Rotterdam 2021). Inherent aan energie en materie is er een kracht werkzaam die zich in het zich ontwikkelende universum ontplooit. Van Buuren aarzelt niet om van God te spreken. Maar deze God is niet een principe buiten de schepping, zoals een pottenbakker zijn klei bewerkt, merkt hij op. De schepper is werkzaam in de schepping. Spinoza’s God.
Welke plaats nemen wij hierbij in? Terwijl Van Buuren spreekt van een vormkracht, spreekt Margot Brouwer van bewustzijn dat zich ontwikkelt. Het heelal is niet alleen een zaak van stof, van energie en materie, maar hoe elementair dit aanvankelijk ook is, tevens van bewustzijn. Een wonderlijk fenomeen, zegt die. Alles wat we waarnemen, denken, fantaseren of berekenen gaat met bewustzijn gepaard. Daarin ziet Brouwer het eigene van levende wezen. Nu het opmerkelijke. Wat wij waarnemen, wat in deze spiegel van het bewustzijn verschijnt, is aan verandering onderhevig, maar het bewustzijn verandert niet. Mijn bewustzijn toen ik kind was, is nog steeds hetzelfde bewustzijn als dat van mij nu. Het kent geen tijd; het is in die zin iets eeuwigs, aan de tijd ontheven, iets van God. Grote stappen worden hier gemaakt. Maar ziet ook Spinoza de menselijke geest niet als deel van het oneindige verstand van God? De vraag is nu, hoe moeten we dit inzicht waarderen?
Laten we teruggaan naar Prediker. Hij schetst het aardse bestaan als een leven vol moeiten en zorg. In reactie daarop geeft hij zijn leerlingen raad. Geniet van het leven, geniet van alles wat je zo moeizaam hebt verworven, schrijft hij (Prediker 2: 24v). Spinoza zou daarmee kunnen instemmen. Ook hij spreekt van het genieten van de mooie dingen in het leven. Maar hij spreekt vanuit een heel andere geestesgesteldheid. Het genieten van het leven is geen medicijn tegen de eindigheid, zoals Prediker lijkt te zeggen. Het berust op een veel dieper ervaren geluk. Spinoza herinnert ons aan het diepste wezen van een mens. Dit is op God betrokken. Zijn uitnodiging houdt in: richt je geest op Gods geest. Het maakt daarvan deel uit. Daardoor kun je een geluk ervaren dat niet vergankelijk is. Een geluk dat anders is dan alle kortstondige, voorbijgaande gevoelservaringen die wij zo goed kennen, gevoelens ingegeven door de drang tot overleven. Dit geluk biedt weerstand daartegen. Het gaat Spinoza om een levenskunst.
Mijn indruk is dat Margot Brouwer een stap verder wil gaan. Die is geïnspireerd door de boeddhistische leraar Thich Nhat Hanh. In dit spoor ziet die Spinoza. Wanneer Spinoza van geest spreekt, leest Brouwer bewustzijn. Terwijl bewustzijn een fenomeen is waarop tijd niet toepasbaar is, leest die onsterfelijkheid. Maar zijn dit niet geheel verschillende zaken? Gaat Brouwer door de nadrukkelijkheid van diens woorden jij gaat niet dood, je bent puur onsterfelijk bewustzijn niet de strijd aan tegen de eindigheid van het bestaan? Op zoek naar een medicijn?
Mijn vraag is, of niet juist bewustzijn, het fenomeen dat zich aan de tijd onttrekt, een hulp kan zijn om het sterven en de dood – het uittreden uit de tijd – te aanvaarden? Kan dit niet de betekenis zijn van bewustzijn voor een sterfelijk wezen: stil staan bij wat je overkomt om zo tot een dieper verstaan te komen?
Binnenkort worden de gestorvenen herdacht tijdens Allerzielen. Met woorden, met muziek, in stilte. We noemen dit inkeer. We maken contact met de diepste lagen van ons innerlijk. Op deze wijze kunnen wij met de ander zijn, ook als die is gestorven.
Pieter Korbee
emeritus-predikant bij de Remonstranten
Lees ook het interview met Margot Brouwer in de AdRem van februari 2024 met de titel Misfits.

Hugo de Kraaij (1972) is uit zichzelf niet zo’n prater, maar hij vertelt Michel Peters openhartig zijn levensverhaal. Gereformeerd opgevoed, maar sinds zijn puberteit deed hij een hele tijd niks aan het geloof. Zes jaar geleden ging hij weer naar de kerk bij de Federatie in Gouda, waarin ook de Remonstranten deelnemen. Een oase van verdraagzaamheid. .. Lees verder

Niet lang geleden reed ik mee met iemand die ik niet kende. En die mij ook niet kende. En daar gaat het nu even om… Lees verder