Waar de vrede woont – Europa, tachtig jaar later

Waar de vrede woont – Europa, tachtig jaar later

Over de broze balans tussen staatsveiligheid en menselijke veiligheid in een wereld vol nieuwe stormen

Het was een heldere ochtend in San Francisco, mei 1945. Terwijl elders in de wereld nog de laatste geweerschoten klonken, liep een Nederlandse diplomaat over de marmeren vloer van het War Memorial Opera House in San Francisco, een dossiermap onder zijn arm. Buiten rook de lucht naar zee en binnen hing de spanning van dagenlange onderhandelingen in de zaal. Aan tafels, versierd met vlaggen van landen die net een verwoestende oorlog hadden overleefd, werd gewerkt aan iets wat groter was dan wie dan ook in de zaal. Met trillende handen, maar vastberaden blik, zette de diplomaat zijn handtekening onder het Handvest van de Verenigde Naties. Het voelde alsof hij een deur opende naar een toekomst die pas net durfde te bestaan — een toekomst waarin oorlog geen vanzelfsprekend lot meer hoefde te zijn.

Acht decennia later leven wij, Europeanen, in het langste tijdperk van vrede dat ons continent ooit heeft gekend. Geen generaties die elkaar opvolgen met oorlog als erfdeel, geen massagraven in de weilanden waar gisteren nog kinderen speelden, geen gesmolten huizen en scholen na het vallen van de atoombom. Maar wie goed luistert, hoort dat de grond onder deze vrede kraakt. De instituties die dit bouwwerk ooit stevig maakten — de Verenigde Naties, de NAVO, de Europese Unie, de OVSE — zijn verzwakt door politieke verdeeldheid, geopolitieke competitie en wantrouwen tussen grootmachten. Het is alsof het huis dat in 1945 werd gebouwd nog overeind staat, maar de fundering langzaam wordt ondergraven.

Tachtig jaar vrede – een ongekend experiment

Wie de geschiedenis bekijkt, beseft hoe uitzonderlijk de afgelopen tachtig jaar zijn geweest. Voor 1945 kende Europa nauwelijks decennia zonder oorlog. De Frans-Duitse oorlog, de Eerste Wereldoorlog, de Spaanse Burgeroorlog, de Tweede Wereldoorlog — telkens weer brandde het vuur op een nieuw front. Pas na 1945 ontstond een periode waarin grote Europese mogendheden hun conflicten niet meer met wapens, maar met woorden uitvochten.

De architecten van die vrede kozen bewust voor multilaterale structuren. De Verenigde Naties moesten een forum worden waar conflicten besproken konden worden voordat ze ontploften. De NAVO garandeerde dat een aanval op één lidstaat als een aanval op allen werd gezien, en de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal — later de Europese Unie — maakte oorlog economisch onaantrekkelijk door grondstoffen en markten te verweven. Het was een gedurfd experiment: in plaats van het verleden te herhalen, besloten landen elkaar vast te binden in verdragen, handel en wederzijdse afhankelijkheid.

En het werkte. Oorlog tussen grote Europese staten werd ondenkbaar. De dreiging van nucleaire vernietiging hield grootmachten in toom, maar minstens zo belangrijk waren de diplomatieke gewoonten die zich ontwikkelden: onderhandelen, compromissen sluiten, luisteren naar elkaars zorgen, en vooral: het besef dat je elkaar ook in de toekomst nodig zou hebben.

“Vrede is geen erfstuk, maar een dagelijkse keuze.”

De broze erfenis van 1945

Maar er zit een paradox in dit succes. Juist omdat vrede zo lang heeft geduurd, is ze voor velen vanzelfsprekend geworden. Een generatie is opgegroeid zonder herinnering aan puinhopen, zonder het geluid van sirenes die niet voor een oefening loeien. Daardoor verdwijnt ook het gevoel van urgentie dat de bouwers van 1945 dreef. Ondertussen is de wereld veranderd.

Toen de VN werd opgericht, bestond de internationale orde uit een handvol grootmachten die het spel bepaalden. Nu is het speelveld voller, complexer, diffuser. Opkomende machten als China en India, regionale krachten als Turkije en Brazilië en niet-statelijke actoren zoals multinationals en cybergroepen hebben het politieke landschap onherkenbaar veranderd. Tegelijkertijd zorgen klimaatverandering, migratiestromen en digitale dreigingen voor nieuwe vormen van onzekerheid die geen enkel land alleen kan oplossen.

En precies op dat moment beginnen de pijlers van het multilateralisme te wankelen. De Veiligheidsraad is verlamd door vetorechten, de WTO worstelt met handelsconflicten en zelfs de NAVO kampt met interne spanningen. Waar in 1945 een gedeelde ervaring van vernietiging landen bijeenbracht, is er nu een groeiend besef dat belangen uiteenlopen — en dat nationale soevereiniteit soms zwaarder weegt dan collectieve veiligheid.

Staatsveiligheid en menselijke veiligheid – twee gezichten van vrede

De Noorse vredesonderzoeker Johan Galtung (1930 – 2024) maakt in zijn werk een onderscheid tussen negatieve vrede — de afwezigheid van oorlog — en positieve vrede — de aanwezigheid van rechtvaardigheid, welvaart en gelijkheid. Het eerste kun je afdwingen met verdragen en legers, het tweede vraagt om diepere, vaak langzamere veranderingen.

In Europa hebben we tachtig jaar negatieve vrede gekend, maar positieve vrede is ongelijk verdeeld. In sommige delen van het continent profiteren burgers van hoge levensstandaarden, sterke rechtsstaten en sociale zekerheid. In andere regio’s blijven werkloosheid, corruptie en discriminatie sluimerende spanningen voeden.

De Copenhagen School (een denkrichting voortgebracht door het Copenhagen Peace Research Instituut “COPRI”, met vertegenwoordigers als de kwantumphysicus Niels Bohr en veiligheidsdeskundigen als Jaap de Wilde en Barry Buzan) vult dit beeld aan met het concept securitisatie: het proces waarbij politieke leiders bepaalde thema’s — migratie, klimaat, technologie — framen als existentiële dreigingen. Dit kan nuttig zijn als het mobiliseert tot actie, maar het kan ook leiden tot uitzonderingsmaatregelen die rechten inperken en groepen uitsluiten. Het risico is dat staatsveiligheid zo zwaar wordt benadrukt dat menselijke veiligheid eronder lijdt.

Organisaties als het Noorse Peace Research Institute Oslo (PRIO) en het in Stockholm gevestigde Stockholm Forum on Peace and Development (SIPRI) hebben in decennia van onderzoek aangetoond dat duurzame vrede niet ontstaat door militaire dominantie alleen. Investeringen in onderwijs, gezondheidszorg, sociale cohesie en ecologische duurzaamheid zijn net zo cruciaal als tanks en straaljagers. Toch verschuift in het huidige debat de balans weer naar het eerste — begrijpelijk gezien de oorlog in Oekraïne, maar gevaarlijk als het het tweede geheel verdringt.

“Wie alleen naar staatsveiligheid kijkt, vergeet dat staten bestaan uit mensen.”

VN hoofkantoor in New York. Foto Niels Huenerfuerst/ Unsplash

De erosie van het multilateralisme

Stel je een conferentieruimte in New York voor, eind jaren vijftig. (Mannelijke) diplomaten van vijftig landen zitten om een lange tafel, sigarettenrook kringelt omhoog, koffie pruttelt in de hoek. Men spreekt Frans, Engels, Spaans door elkaar. Er is onenigheid, maar ook de wil om elkaar te vinden. De VN fungeert als een smeltkroes van belangen, waar zelfs vijanden elkaar aan tafel ontmoeten.

Fast forward naar 2025. Dezelfde zaal is strakker, moderner, er zitten meer vrouwen aan de tafels maar de sfeer is koeler. Waar vroeger urenlang werd gezocht naar consensus, nemen nu nationale woordvoerders stellingen in die vooral voor het eigen thuispubliek bedoeld zijn. Vertrouwen is vervangen door strategisch wantrouwen.

De vraag is hoe we in deze nieuwe wereld de vrede van de afgelopen tachtig jaar kunnen behouden. Moeten we multilaterale instellingen hervormen, vetorechten beperken, regionale samenwerkingen versterken? Moeten we naast staatshoofden en ministers ook burgers, steden, bedrijven en universiteiten een structurele plaats geven in besluitvorming over vrede?

De remonstrantse stem in een verdeelde wereld

In dit krachtenveld kan de remonstrantse traditie — klein in aantal, maar rijk in geschiedenis — een onverwacht betekenisvolle rol spelen. Sinds hun ontstaan in 1619 hebben de Remonstranten geloofd in gewetensvrijheid, in het recht om vragen te stellen, in het weigeren van dogmatisch denken.

Die houding is zeldzaam in een tijd waarin polarisatie toeneemt en morele complexiteit vaak wordt gereduceerd tot zwart-witkeuzes. In internationale verhoudingen kan een dergelijke geesteshouding helpen bruggen te bouwen: tussen staten en burgers, tussen verschillende visies op veiligheid, tussen de logica van macht en de logica van menselijkheid.

Het is verleidelijk te denken dat kleine stemmen weinig invloed hebben, maar geschiedenis laat zien dat morele tegenstemmen soms het verschil maken. De stem die herinnert aan de menselijke dimensie achter de statistieken, die pleit voor (ook) dialoog waar anderen roepen om (enkel) sancties, die vraagt naar de lange termijn waar anderen enkel de volgende verkiezing zien — dat is geen luxe, maar noodzaak.

“De geschiedenis leert dat kleine stemmen groot kunnen klinken in de stilte na het geweld.”

De komende tachtig jaar

We staan nu op een kruispunt. De vrede die in 1945 werd ontworpen, is geen vanzelfsprekendheid. Ze kan behouden blijven, maar alleen als we bereid zijn haar te onderhouden, te vernieuwen, en uit te breiden met nieuwe vormen van samenwerking.

Dat vraagt moed: de moed om macht te delen, om te investeren in mensen naast grenzen, om te luisteren naar verhalen die niet in ons eigen narratief passen. Het vraagt ook verbeeldingskracht: het vermogen om een wereld voor ons te zien waarin niet angst, maar hoop het kompas is.

Misschien moeten we weer terug naar dat moment in San Francisco, tachtig jaar gelden, toen de handtekeningen nog nat waren, de wonden nog vers, maar de wil om samen iets te bouwen groter dan ooit. We hoeven de oorlog niet opnieuw te beleven om de vrede te koesteren — maar we moeten ons wel herinneren dat vrede geen erfstuk is, maar een dagelijkse keuze.

Caecilia van Peski

Caecilia Johanna van Peski (1970) is lid van de Remonstrantse Gemeente Rotterdam-Breda en dochter van een remonstrantse predikant. Zij studeerde psychologie aan de Universiteit van Tilburg, en later civiel-militaire interactie aan de Duitse Bundeswehr-universiteit Helmut-Schmidt in Hamburg. Zij werkte voor verschillende (inter-)gouvernementele, multilaterale organisaties. Sinds 2021 is zij werkzaam voor de Koninklijke Marine.  www.vanpeski.org

Zie ook

Het gezicht van Klaas Stoter
16 oktober 2025

Het gezicht van Klaas Stoter

Michel Peters reisde af naar Doorwerth voor een gesprek met Klaas Stoter (1953), voorzitter van de Remonstrantse Gemeente Oosterbeek. Voorbereidingen worden getroffen voor de verbouwing van de consistorie van de.. Lees verder

Kerst, dat is Gods liefde
11 december 2025

Kerst, dat is Gods liefde

De evangelist Johannes begint zijn kerstverhaal niet bij de kribbe. Geen herkenbaar mensenkind in een stal. Zijn verhaal begint in de hemel… Lees verder