Mijn moeder die is dominee…

Mijn moeder die is dominee…

Mam! Weet je wat iemand vandaag tegen me zei: Hoe kan het nou dat jij niet in God gelooft! Je moeder is toch dominee? Verbijsterd over deze vraag kwam mijn zoon thuis. Voor hem was het volslagen vanzelfsprekend dat een kind ook over geloofszaken een eigen mening mag hebben. Zijn teamgenoot – afkomstig uit een wat zwaarder kerkelijk milieu – was waarschijnlijk net zo verbaasd. Want hoe kan een dominee haar eigen kind zo van het rechte pad hebben laten afglijden?!

Verwachtingen, vooroordelen en fascinatie kenmerken blijkbaar nog steeds de kijk op domineeskinderen. Al was het vroeger natuurlijk nog wel een tikkeltje erger. Toen dagblad Trouw ruim twintig jaar geleden een onderzoek liet doen onder deze doelgroep gaf 84% van de respondenten (en dat waren er meer dan 2000) aan dat het een speciaal gevoel gaf om domineeskind te zijn. Dat gevoel was bepaald niet altijd positief. Er werd extra op je gelet, je leefde in een glazen huis en er werd nogal eens van je verwacht een voorbeeldfunctie te vervullen. In het boekje dat Trouw uitgaf over dit thema (Land van domineeskinderen) zijn hier hilarische en schrijnende voorbeelden van te vinden. Zo vertelt de bekendste domineeszoon van Nederland, cabaretier Freek de Jonge, hoe zijn vader voortdurend bezig was met zijn positie als predikant en de mening van anderen over hem. En hoe dat vervolgens zijn eigen karakter beïnvloed heeft. Mijn vader had het niet gemakkelijk in zijn eerste gemeente. Mijn moeder zat in een Maria-situatie: zwanger voordat ze getrouwd was. Laatste hadden we het erover, en toen bleek dat het bij haar nog steeds een ongelooflijk tere plek is. Mijn vader moest op de fiets alle gemeenteleden af om te vragen of er bezwaar was tegen dit huwelijk. Later heeft hij nog eens zo’n ronde gemaakt. In de oorlog kreeg je dispensatie om wittebrood te gebruiken voor het Avondmaal. Eén keer was er toch bruinbrood. En het gerucht ging dat de dominee het wittebrood zelf had opgegeten. Toen is mijn vader weer de hele gemeente afgegaan: of ze deze roddel beaamden. Die manier van doen herken ik. Altijd maar verantwoording afleggen, altijd alles maar uitleggen.

Verantwoordelijkheidsgevoel, het besef (of het idee) dat wat je doet onder een vergrootglas ligt, proberen om conflicten te vermijden. Veel predikantskinderen hebben het bewust of onbewust overgedragen gekregen. Althans, dat geldt voor de respondenten uit het onderzoek. Grotendeels geboren voor 1970. Ik weet niet in hoeverre mijn kinderen exemplarisch zijn voor hoe dit tegenwoordig is, maar zij zijn in elk geval niet behept met het gevoel dat er extra naar hen gekeken wordt. Integendeel, het lijkt eerder of ze er door anderen soms aan herinnerd moeten worden wat hun moeder ook alweer doet. Andersom vraag ik me weleens af of ik mijn vak niet iets meer onder hun aandacht had moeten brengen. Bijvoorbeeld die keer dat een van mijn dochters thuiskwam met de vraag waar het met Pinksteren eigenlijk over gaat. Zo’n vraag zou voor het gemiddelde predikantskind van vroeger ondenkbaar zijn. Zelf ben ik – al was geen van mijn ouders dominee – zo gevoelig voor de mening van anderen, dat ik onmiddellijk de schaamte voelde opkomen en hartstochtelijk hoopte dat dochterlief niets aan haar christelijke juf had laten blijken van dit gemis aan geloofsopvoeding.

Maar toch altijd nog liever een kind dat frank en vrij deze vraag stelt, dan een zoon of dochter die gebukt gaat onder de ballast van het leven in een glazen huis. Wanneer ik Land van domineeskinderen lees, ben ik blij dat ik vrijzinnig predikant ben in een geseculariseerde omgeving. Mijn jongste zal het domineeszoonsyndroom (een term van klinisch psycholoog Hilwerda) bespaard blijven. Dochters liepen sowieso al wat minder risico (meer mannelijke predikanten betekende dat vooral de jongens worstelden met identificatieproblemen), maar ook mijn meiden gaan lichter door het leven dan hun voorgangsters van een paar decennia terug. De meeste van hun vrienden weten niet eens wat hun moeder doet en als het toevallig ter sprake komt, wordt het vooral exotisch gevonden.

En stiekem hoop ik toch ook een beetje dat mijn kinderen op zeker moment de schoonheid van het beroep zien en ontdekken dat ze er zelf op een positieve manier iets van meegekregen hebben. Zoals domineesdochter, schrijfster en dichteres Mischa de Vreede zei: Domineeskinderen pik ik er altijd uit. Een zekere verbaliteit, een vanzelfsprekend gezag – kijk maar naar de cabaretiers en schrijvers. Je hebt het natuurlijk in de genen. Het is toch waanzinnig dat je vader in een zwarte jas op de kansel staat, zijn armen omhoog doet en zegt: genade zij u en vrede. Hij mág die zegen doorgeven. Dat moet net zo voelen als het schrijven van een gedicht.

Kim de Berg

In 2002 organiseerde dagblad Trouw – na een voorstel van Freek de Jonge – een dag voor domineeskinderen. Aan dat initiatief werd ook een sociologisch onderzoek gekoppeld, uitgevoerd door prof. dr. Hijme Stoffels van de VU. De resultaten van dat onderzoek zijn, samen met een aantal portretten van bekende domineeskinderen, terug te vinden in het boekje waaruit hier geciteerd wordt. ‘Land van Domineeskinderen’ heet deze uitgave, die verscheen in de reeks Trouw Dossier.

Zie ook

Dominees graven zich autobio
9 juli 2020

Dominees graven zich autobio

Elf remonstrantse voorgangers gingen aan de slag met ‘autobiografisch bijbellezen’. Ze kozen elk een bijbelse held die hen raakte en vroegen zich af of dat personage hen kon helpen bij het beter begrijpen van hun eigen levensverhaal. En of ze door het koppelen van hun eigen verhaal aan het bijbelse verhaal de gekozen held ook beter gingen snappen… Lees verder

4 juni 2020

De dag van de dominee: Ik Jitsie, jij Jitsiet

Wat doet een dominee de hele dag, zeker in deze coronatijden? Jan Berkvens, remonstrants predikant in Hoorn en Oude Wetering en predikant van jongerengemeente Arminius, doet verslag… Lees verder