Zichtbaar en toch vrij

Zichtbaar en toch vrij

Ik ben de jongste dochter van ds. Adriaan Mari van Peski (1925–2002) en Klasina Arina van Peski – van der Hucht (1937–2008). Mijn vader was fulltime predikant in de Remonstrantse Broederschap, mijn moeder fulltime domineesvrouw. In een pastorie is dat geen rol, maar een levenswijze: werk en privé vallen samen, zeven dagen per week. Als kind besefte ik dat nauwelijks. Pas later zie je hoe bijzonder die jeugd eigenlijk was.

Van Rotterdam naar de wereld
Mijn vader werd geboren in Rotterdam als jongste zoon van Willem Adriaan Hendrik, havenbaron, en diens half-Schotse vrouw Margaretha Veder. Hij groeide op in Kralingen, doorliep het Erasmiaans Gymnasium en studeerde theologie in Leiden. Daarnaast studeerde hij aan het Union Theological Seminary van Columbia University in New York. Daar kwam hij in contact met ds. Martin Luther King en in de zomer van 1963 liep hij mee in de Freedom March naar Washington DC. Terug in Leiden promoveerde hij in 1968 op de dissertatie The Outreach of Diaconia.

Standplaatsen en gemeenschappen
Het predikantschap bracht ons langs verschillende gemeenten: Groningen, Friedrichstadt (DEU), Alkmaar, Breda, Thusis (CHE), Amersfoort en Tilburg. Elke gemeente had een eigen karakter, van historisch gewortelde gemeenschappen tot warm vrijzinnig betrokken kerken. Voor ons kinderen betekende dat telkens opnieuw beginnen, maar het leerde ons flexibiliteit, oog voor diversiteit en een groot aanpassingsvermogen.

In 2002 werkte ik mee aan het Trouw-onderzoek Domineeskinderen. Daarin werd beschreven dat veel predikantskinderen hun jeugd ervaren als intens. Ze voelen zich vaak vroeg verantwoordelijk en ontwikkelen een sterk gevoel voor rechtvaardigheid en empathie. Dat herken ik.
Wij maakten van dichtbij mee hoe mensen vreugde en verdriet beleefden, hoe mijn ouders zich met toewijding inzetten voor de gemeenschap en hoe er nauwelijks scheiding was tussen werk en privé. Die voortdurende betrokkenheid vormde ongemerkt het ethos binnen ons gezin.

foto: Ivo van der Bent, Naamsvermelding verplicht. Caecilia Johanna van Peski

Het glazen huis
Opgroeien in een pastorie is leven in een glazen huis: iedereen weet wie je bent en let op je gedrag. Tegelijk bood de pastorie, vaak groot en oud, een wereld vol ontdekking en spel.

Naar de kerkdiensten gingen we als kinderen altijd mee. Ik vond het zielig voor papa als we dat niet zouden doen. In het kerkgebouw was van alles te beleven terwijl hij nog met de ouderlingen sprak en zijn toga opborg. Dan maakten wij de grabbelton van de zondagsschool open, bekeken zorgvuldig elk cadeautje en stopten alles weer terug, zodat we de volgende zondag zonder verrassing konden grabbelen. Met een magneet haalden we muntjes uit de grote stalen collectebus, om ze daarna met een plons terug te laten vallen – een spel zoals het vissenhengelspel Aquarium dat we thuis hadden.

Thuis speelden we kerkje, waarbij onze konijntjes en poedels plechtig werden gedoopt, soms meerdere keren per week. Overleden guppies kregen een uitgebreide begrafenis. De weg naar de hemel zal voor hen zonder obstakels zijn geweest.

Catechisatie legt het af tegen televisie
Niet alles aan het domineesgezin was vanzelfsprekend leuk. Catechisatie bij je eigen vader viel op woensdagavond samen met de uitzending van Dallas, en ik kon me niet voorstellen dat ik J.R. en Sue Ellen daarvoor zou missen.

Midden in mijn dertiger jaren werd ik op een zondagmorgen teruggetrokken naar de Cimburgalaan in Breda. Het voelde meteen vertrouwd, alsof de tussenliggende jaren niet hadden bestaan. De warme ontvangst door Christiane Berkvens-Stevelinck maakte het compleet, en kort daarna deed ik alsnog belijdenis, op pinksterdag. Het was een terugkeer uit herkenning.

De predikant als leraar

Voor veel gemeenteleden was mijn vader meer dan predikant; hij was een leraar. Iemand die ruimte gaf om zelf te denken en te formuleren wat je geloof voor je betekende. Hij kon iets aanstippen zonder het op te dringen, zodat je zelf kon kiezen of je erop in wilde gaan.

Zijn manier van werken, geworteld in de remonstrantse traditie, moedigde aan tot een persoonlijke geloofsbelijdenis en tot zelfstandig nadenken. Hij wist een evenwicht te bewaren tussen intellect, geloof en betrokkenheid bij mensen.

Muziek en veelzijdigheid

Naast zijn predikantschap was mijn vader een veelzijdig intellectueel en musicus. Hij speelde piano op hoog niveau en componeerde muziek, onder meer op gedichten van J.H. Leopold. Hij was leerling van Willem Pijper en bleef zijn leven lang intens met muziek verbonden. Zijn exlibris symboliseerde zijn leven: het vroegste Christusmonogram Chi-Rho, een tandrad voor maatschappelijke betrokkenheid, een harp voor de muziek en een eenvoudige lijn als kader.

Internationale inspiratie

De jaren in Amerika hadden blijvende invloed. De ontmoetingen met vernieuwende theologen en de deelname aan de Freedom March van 1963 maakten sociale betrokkenheid tot een vanzelfsprekend onderdeel van zijn denken. Later bleef hij zich inzetten voor kerk en samenleving, steeds vanuit de overtuiging dat geloof en verantwoordelijkheid voor de wereld bij elkaar horen. Als kind leer je zulke dingen niet uit woorden, maar uit wat je dagelijks ziet. Nieuwsgierigheid, betrokkenheid en openheid waren vanzelfsprekend in ons huis. Dat werd het fundament van ons eigen morele kompas.

Wat domineeskind zijn mij gaf

Als kind besef je niet dat je jeugd anders is. Later zie je hoe rijk die was.
We leerden luisteren, observeren, aanpassen, soms op de voorgrond treden en soms bescheiden zijn. In een pastorie leer je dat je zichtbaar bent, maar ook dat ieder mens zijn eigen verhaal heeft.

Het belangrijkste wat ik heb meegekregen is het voorbeeld van mijn ouders: compassie, inzet en een vanzelfsprekende bereidheid er te zijn voor anderen. Dat voorbeeld, meer dan woorden, leerde mij wat rechtvaardigheid en betrokkenheid betekenen.

Een geschenk

Domineeskind zijn was soms lastig, maar bovenal een geschenk. Het gaf mij een jeugd vol ervaringen, mensen, verhalen, vragen en muziek. Het gaf mij een moreel kompas dat mijn leven nog steeds richting geeft. Mijn ouders en de remonstrantse kerk hebben mij daarmee iets blijvends meegegeven: openheid, nieuwsgierigheid en de bereidheid om in gesprek te gaan met de wereld.

Caecilia van Peski (1970),
lid van de Remonstrantse Gemeente Rotterdam

Ds. Adriaan van Peski (1925-2002) was remonstrants predikant in Friedrichstadt (1955-1958), Groningen (1958-1964) / tevens Leeuwarden (1958-1962), Alkmaar (waarnemend, 1964-1966)en Breda 1968-1974). Daarna niet-dienstdoend wegens overgang naar de Evangelische Kirche des Kantons Graubünden met standplaats Thusis per april 1974.

Zie ook

Remonstrantse visies op de politiek
1 maart 2022

Remonstrantse visies op de politiek

In dit blad spreken dertien remonstranten over de toekomst. Wat een verscheidenheid! Maar is er ook eenheid? Wibren van der Burg (1959), hoogleraar aan de Erasmus School of Law, las alle bijdragen in de serie over ‘Visie op de toekomst’ en trekt in dit artikel conclusies… Lees verder

Verandering vraagt om verinnerlijking
22 februari 2024

Verandering vraagt om verinnerlijking

Onze samenleving heeft nood verinnerlijking van mensenrechten en van waarden zoals solidariteit en medemenselijkheid.. Lees verder