
Jan Berkvens is predikant in Hoorn en Oude Wetering en geestelijk verzorger in Hospice Bardo in Hoofddorp. In het voorjaar van 2026 liep hij in vijfendertig dagen de Franciscaanse Voetreis van Florence naar Rome.
Terwijl de trein de nacht inrijdt, lees ik The uncontrollability of the world van Hartmut Rosa. Het is lang geleden dat ik de nachttrein nam, maar het geluid van de trein is vertrouwd. Ik ben op weg naar Florence, waar mijn pelgrimstocht naar Rome begint. In vierendertig dagen en één rustdag heb ik besloten dit pad te gaan lopen, in de voetsporen van Franciscus, Francesco in het Italiaans. Ik heb alle overnachtingen van tevoren geboekt. En nu lees ik daar in de trein dat we geen ruimte maken om ons te laten verwonderen. Vrij vertaald zegt hij: Zelfs als we op pelgrimage gaan, verwachten we dat de verwondering ons ten deel valt binnen de dagen die we daarvoor hebben gepland, de accommodaties geboekt. Er mag tenslotte niets misgaan. Ik voel me betrapt: Rosa beschrijft exact wat ik gedaan heb. Ik wil gaan pelgrimeren omdat ik mijn eigen spiritualiteit verder wilde ontdekken en beleven, maar ik heb zo veel mogelijk onzekerheid eruit gesloopt. Daarnaast verwacht ik nogal wat: Ik wil God of Het Grotere tegenkomen.

Dat valt nogal tegen: de eerste dagen gebeurt er NIETS. Ik loop en ik loop, ben bezig met mijn rugzak en mijn schoenen die bij de eerste regenbui zo lek als een mandje blijken. Schuilend voor regen en onweer in struikgewas op een heuvelkam bedenk ik dat als dit het is, ik die vijfendertig dagen niet ga afmaken. Maar ik loop door en op dag vijf gebeurt het: ik was in alle vroegte vertrokken en moest die ochtend flink stijgen. Toen ik de boomgrens passeerde, werd ik overvallen door het landschap: ik werd omgeven door twee lange, gebogen groene bergkammen die mij als natuurlijke armen leken te omvatten. Het was alsof ik in mijn nietigheid onderdeel was van Het Grotere. Ik moest lachen en huilen tegelijk, er waren geen woorden, alleen maar zijn. Dit hier, was God. Alles klopte: in mij, om mij heen, en ook in de zin van volmaaktheid. Het Grotere had ik al wel eens eerder ervaren, maar nooit zo intens en volledig als daar op die berg. Ik was sprakeloos.
Daarna kwamen de woorden. Ik dacht aan een gedicht dat een vriendin mij toestuurde: Leven in een onbegrensd mysterie van Anton Ent. Ik ervoer dat God er altijd is, maar dat we tijd en ruimte moeten maken om het te kunnen laten gebeuren. Het is aan onszelf of we ons ontvankelijk maken en of Het Grotere zich wil laten kennen. Het is er niet op afroep, in de lijn van wat Hartmut Rosa beschrijft: we leven zo onder de druk van tijd, presteren en verwachtingen, dat resonantie met Het Grotere nauwelijks nog mogelijk is.
Na die vijfde dag ervaar ik God nog verschillende keren, soms intens, soms klein. Het is niet alleen in de natuur, ik ervaar het ook door mensen. In de oude Benedictijner kloosterkluis van San Pietro in Vignieto zorgen vrijwilligers voor het pelgrimsonderkomen. Die avond kan de lokale pater niet komen voor de pelgrimszegen en mag ik die als protestantse dominee doen. Ik zing een zegen die in de zestiende eeuw door Maarten Luther is geschreven in de oude kapel uit de twaalfde eeuw. Het raakt iedereen diep. De volgende ochtend na het ontbijt krijg ik buiten zelf een zegen, door dezelfde vijf vrijwilligers. Het is zo intiem, zo mooi en zo betekenisvol, dat ik de eerste uren in stilte en diep geraakt mijn tocht vervolg: Ook dit is God, God in mensen.
En Francesco? Francesco is elke dag aanwezig op mijn pad. Hij heeft in zijn tijd het Tau-teken gemaakt, wat ons pelgrims nu de weg wijst, langs al die kloosters, kerken en kapelletjes die door de Franciscanen van vandaag levend worden gehouden. Ik word stil als ik in de rotsspleet waar hij zijn kloosterregel heeft geschreven ben en huil. Francesco leefde volgens zijn eigen regel van armoede. Een ander deel van zijn regel is toewijding. Die toewijding herken ik en ik besef op die plek dat wat ik nu aan het doen ben, als dominee en geestelijk verzorger, is wat ik hier op aarde te doen heb.
De laatste vijf dagen verandert er iets in de cadans van de dag: het besef dat ik richting het einde van de tocht loop. Elke dag kom ik dichter bij Rome. De een-na-laatste dag loop ik de eerste buitenwijk van Rome binnen. Binnen een paar minuten lukt het niet meer om de mensen en de voertuigen die ik op mijn weg tegenkom te groeten: het zijn er te veel. Onderweg praatjes maken zit er niet meer in. De Sint-Pieter, mijn eindpunt, is te groot, te vol, te ver verwijderd van mijn mystieke ervaringen. Ik keer terug naar het gedicht van Anton Ent. Het Grotere zit in de verwondering, in het geheimenis, waar je je ontvankelijk voor kunt maken. En dan nog kent zij haar eigen cadans. Als het samenvalt mogen wij het ervaren en is het even stil.
Jan Berkvens
De Franciscaanse voetreis is een bestaande route. Lees er alles over via: www.franciscaansevoetreis.nl
Vertelvoorstelling
Jan heeft samen met pianiste Tonnie Meinhart en fluitiste Marja van Heelsum een muzikale vertelvoorstelling gemaakt over zijn ervaringen op het pelgrimspad.
Speeldata:
9 september 2026 20.00 uur Foreestenhuis Hoorn
27 oktober 2026 19.30 uur Remonstrantse Kerk Oude Wetering
4 februari 2027 20.00 uur Vrijburg Amsterdam
17 maart 2027 15.00 uur Remonstranten Leeuwarden, Lutherse Kerk
23 mei 2027 10.00 uur Koorkerk Middelburg
Als uw gemeente geïnteresseerd is in het naar uw gemeente halen van deze voorstelling, neem dan contact op met Jan Berkvens, email: jan@domineeberkvens.nl

Pinksteren is het feest van het luisteren. De eerste leerlingen zijn bijeen, voor het eerst zonder hun Heer. Even daarvoor is hij ten hemel gevaren, wat dat ook moge betekenen… Lees verder

Luisteren predikanten naar God, vroeg de redactie zich af? Dat zou je mogen verwachten. En hoe en waar horen ze de Eeuwige dan? Acht remonstrantse predikanten en een student aan het Seminarie geven ons een inkijkje in hun geloofsleven… Lees verder