
Sanny Broeze is 75 jaar, ze werkte veertig jaar in het primair onderwijs, waarvan de laatste dertig jaar op de Prins Willem Alexanderschool (PWA) in Amersfoort. Geertrui Meinema-Linders vroeg haar waarom ze mensen met spierziekte begeleidde en na haar pensioen doorwerkte als vrijwilliger op haar eigen school.
Voor mijn pensioen deed ik ook al wel vrijwilligerswerk. Maar altijd op een ander vlak dan mijn werk. Ik ging eens per jaar bijvoorbeeld een week als begeleidster mee op vakantie. We begeleidden mensen met spierziekten en later mensen met reuma. Dit heb ik heel lang gedaan. Ik deed het samen met 3 vriendinnen en we vonden het altijd zwaar maar ook erg leuk.
Ik had me niet echt voorbereid op met pensioen gaan, maar me wel voorgenomen om het eerste jaar niet te veel op te pakken. Gewoon kijken wat er kwam. En er kwam van alles: een nieuw kleinkind, foto’s uitzoeken, de zolder opruimen, de tuin veranderen, bij mensen op bezoek gaan. Een oppasdag, vaker weekendjes weg naar musea en heel veel wandelen. Het allerfijnste van m’n pensioen vond ik dat ik de wekker niet meer hoefde te zetten! Ik had ook reuze zin in m’n pensioen alhoewel het wennen was dat ik ineens geen baan meer had. Mensen vroegen soms: wat doe je voor werk? Ik had altijd de neiging om te zeggen ik zit in het onderwijs! Maar ik zei dan: ik ben met pensioen en dat vond ik dan heel raar klinken. Lichamelijk vond ik het ook best fijn want met kleuters werken is best zwaar.
Beperken in tijd
Toch ben ik als vrijwilligster al snel weer op m’n eigen school gaan werken. Je kunt wel zeggen dat ik er ben blijven werken. We hadden een heel fijn, hardwerkend team. En er waren heel veel achterstanden bij de kinderen dus er was genoeg te doen. Maar wel heb ik er echt vrijwilligerswerk van gemaakt door het te beperken in tijd. Eén dag in de week: dat was me genoeg. Ik was daarnaast druk genoeg met oppassen op mijn kleinkinderen en het bezoeken van vriendinnen/oud-collega’s en familieleden.
Ik heb nooit de behoefte gehad om op een andere school te gaan werken. Werken op mijn eigen school was juist fijn: ik kende de collega’s, de werkwijze en was enorm verknocht aan de kinderen en de school. Op die manier was het een ontspannen vorm van doorwerken. Ik voelde me er thuis, welkom en gezien. Ik hoefde niet meer te vergaderen. Als er dingen veranderden, dan werd ik wel geïnformeerd. M’n positie in het team bleef hetzelfde en ook de relatie met de directie.
Ik deed voornamelijk Remedial Teaching, dus werken met kleine groepjes kinderen om dingen die ze in de klas niet meteen oppikten wel echt goed aan te leren. Soms nam ik de klas over. Pleinwacht deed ik ook vaak zodat het team gezellig kon koffiedrinken. Ook ging ik wel mee als begeleider of met uitstapjes en excursies.

Je moet niks
Als vrijwilliger op de PWA werken was heel anders dan daarvoor. Je moet niks, er zit geen druk achter. Dat heb ik als heel fijn ervaren. In die zin was het niet zwaar, zoals het begeleiden van patiënten met spierziekten. Dat was superfijn om te doen voor hen. Ook hun partners of mantelzorgers gingen mee en die ontlastten we dan. Het was één week knallen, hard werken, plezier bieden, maar ik kwam er ook wel vandaan met een gevoel van dankbaarheid. Dankbaar dat ik dat mocht bieden, maar ook dankbaar dat ik in mijn eigen leven niet met een spierziekte te maken had. Op school mocht ik weer lekker met kinderen werken, zonder alle druk die hoort bij de functie van leerkracht.
Om die reden heb ik ook nooit overwogen om na mijn pensioen nog betaald werk te gaan doen. Ik heb een gevuld leven en kan veel voor anderen betekenen. Ik heb ook een groot gezin, dus de dagen vliegen om en daardoor was het fijn om de druk van het dagelijkse, betaalde werken niet meer te hebben.
Ik heb vier jaar als vrijwilligster op de PWA gewerkt. Door corona ben ik ermee gestopt. Ik heb een longziekte en op aanraden van mijn huisarts ben ik niet meer naar school gegaan. Het eerste jaar heb ik nog wel steeds ouders en kinderen telefonisch begeleid. Na twee jaar corona vond ik het eigenlijk wel genoeg. De afstand werkte daar letterlijk in door. Het team vroeg of ik weer terug kwam, maar dat heb ik dus niet gedaan. Ik vond het genoeg. Ik heb nog steeds contact met het team. We gaan twee keer per jaar uit eten en dat is heel gezellig. Ik merk wel dat met de jaren de afstand steeds groter wordt en dat is ook prima.
Geertrui Meinema – Linders

Speelt geloof een belangrijke rol in een relatie? In de rubriek ‘Twee geloven op één kussen’ vragen we stellen hoe het is om samen te leven met een partner die een andere achtergrond heeft en andere tradities kent aangaande het geloof. Dit keer: Ann de Bijll Nachenius en Moshé Liba uit Den Haag… Lees verder

Aliene Boele, journaliste bij het Nederlands Dagblad, schreef aan de Christelijke Hogeschool Ede een scriptie over seksisme in de kerk. Wat bewoog haar om over dit onderwerp te schrijven, en wat zijn haar bevindingen? Charlotte Hille vraagt het haar… Lees verder