
Dat de huidige remonstrantse belijdenis twintig jaar geleden het licht zag is in grote mate te danken aan de inzet van Johan Goud. Samen met een aantal collega-theologen en in samenspraak met gemeenten, kerkenraden en gespreksgroepen, kwam de tekst met grote zorgvuldigheid tot stand. Ik bezoek Johan Goud in zijn sfeervolle woning in Den Haag, we wonen praktisch bij elkaar om de hoek. Zijn huis ademt liefde voor kunst en literatuur. Een gesprek over de Belijdenis en hoe deze tot stand kwam. Een zoekend gesprek, in zekere zin, misschien wel in de geest van de Belijdenis zelf die in voorzichtigheid blijft cirkelen om een geheim.
Johan, waarom is een belijdenis eigenlijk belangrijk?
‘Dat is nog helemaal niet zo eenduidig. Voor veel mensen is geloof iets wat zwijgend beleefd wordt. Of via beelden of rituelen. Maar het is typisch voor de protestantse traditie dat er ook een behoefte wordt gevoeld om in woorden uit te drukken wat men gelooft. Want taal is nu eenmaal het beste, of het minst slechte, communicatiemedium dat we hebben. En zo is dat ook bij de Remonstranten gegaan. Naast de behoefte om uit te drukken wat men geloofde, was er ook de behoefte om taal te geven aan wat ons verbindt. Zo’n belijdenis heeft als het goed is ook een samenbindend effect.’
In 1621 en in 1940 hadden de Remonstranten al eerder hun geloofsverwantschap in een belijdenis tot uitdrukking gebracht. Waarom juist in 2006 zoeken naar nieuwe woorden? ‘Ergens rond 2000, ik was toen voorzitter van de theologische commissie, stelden we vast dat veel mensen niet meer goed wisten wat ze moesten zeggen als hun gevraagd werd waar de Remonstranten nu voor stonden. De belijdenis van 1940 werd als gedateerd ervaren, de opbouw en de formulering ervan. Neem bijvoorbeeld de eerste regels van die belijdenis: Wij geloven in de heilige, almachtige God, onze Schepper en Heer, wiens wijsheid ondoorgrondelijk is, wiens oordeel gaat over alles. Iemand die in de protestantse traditie is grootgebracht snapt wel ongeveer hoe deze woorden opgevat moeten worden. Maar uit de belijdenis sprak een nogal massief godsbeeld, dat niet meer als passend bij de tijd ervaren werd. Er was een sterke behoefte om de belijdeniswoorden te verbinden met onze eigen ervaring, om daaruit het geloof te laten opkomen in minder stellende en meer tastende bewoordingen. We kozen dus voor een antropologische inzet en keerden de traditionele opbouw (God, Jezus Christus, Heilige Geest) radicaal om. De huidige belijdenis begint dus met ons eigen bestaan. En met de aard van de zekerheid, die in de verwondering ligt. En dan als eerste de Geest, omdat deze het dichtstbij komt bij wat in onszelf leeft. Dat is dus niet per se een christelijke God. Eerder een expressie van de grond van het bestaan zoals de Belijdenis het verwoordt. De formulering is poëtischer, en minder stellig.’

Wat maakte dat jij de wegbereider werd van dit project?
‘Dit vind ik een ingewikkelde vraag. Het makkelijkste antwoord is dat ik een theoloog ben die heel erg in taal is geïnteresseerd. De wisselwerking tussen taal, poëzie en geloof heeft me altijd erg beziggehouden. In die tijd schreef ik samen met Koen Holtzapffel, Marius van Leeuwen, Heine Siebrand, Eginhard Meijering en Han Adriaanse het boekje Wij geloven-wat geloven wij? Dit was de weerslag van een discussie in de theologische commissie, die als het ware de aanloop naar de nieuwe belijdenistekst vormde. In die commissie werd de urgentie voor een andere belijdenis niet onverdeeld gevoeld. Dat ik die urgentie wel voelde, heeft misschien te maken met de verdeeldheid in mijzelf die ik altijd al ervaarde, die ik later mijn ongelovige alter ego ben gaan noemen. Ik voelde in mezelf de eis om recht te doen aan al die uit elkaar strevende motieven in een mens. Dus aan de ene kant de keuze voor het christelijk geloof en wat daar essentieel aan is, aan de andere kant allerlei andere vormen van gerichtheid, religieus of niet. Ik wilde een tekst schrijven waarin dat allemaal verweven was. Dus inclusief de nog niet gelovige kant.’
Hoe is het toen verdergegaan?
‘In 2005 werd de nieuwe tekst, die uit het beraad van de theologische commissie kwam,voorgelegd aan de Alegemene Vergadering. Deze werd toen geaccepteerd als uitgangspunt voor verder gesprek. Het stuk is gaan circuleren binnen verschillende gemeentes. Kerkenraden en gespreksgroepen bespraken het en ook individuele gemeenteleden gaven hun reactie. Delen van de tekst werden door sommigen te klef of te uitvoerig gevonden. Dit leidde uiteindelijk tot zo’n veertig wijzigingsvoorstellen, waarmee Marius van Leeuwen en ik uiteindelijk de definitieve tekst hebben geformuleerd. Het was een heel interessant proces, wie hierover meer wil weten kan het proefschrift van Martijn Junte, De moeite waard om door te geven, erop nalezen. De uiteindelijke tekst is korter en bondiger geworden. Het poëtische karakter is gebleven – in de geest van de dichter Les Murray die zowel in God als in de poëzie een wet tegen afbakeningen vond. Beide geven ruimte om grenzen te overschrijden, in plaats van ze in te stellen.’
Hoe werd de nieuwe belijdenis uiteindelijk ontvangen?
‘Voornamelijk heel positief. Tijdens een vergadering van de Nederlandse Raad van Kerken klonk in het bijzonder veel lof uit de hoek van de Oosterse Orthodoxie. Daar bestond veel waardering over het vooropplaatsen van de Geest. In de gemeentes van Twente, Den Haag en Schoonhoven is de belijdenis op muziek gezet. In Schoonhoven werd de tekst gezongen door een koor. In veel gemeentes hangt de belijdenis aan de muur en wordt hij afgedrukt in een jaarboekje. Kerkgangers die zelf hun belijdenis schrijven refereren er soms aan.’
De aanzet voor de belijdenis werd destijds vooral gegeven door een gezelschap van hooggeleerde heren. Waren er geen hooggeleerde dames? Zou het verschil gemaakt hebben?
‘Ik vind het achteraf, nu je het me zo vraagt, best bedenkelijk dat we over dat verschil toen niet hebben nagedacht. De Theologische Commissie telde overigens wel degelijk vrouwelijke leden. Maar wat de nieuwe belijdenis betrof, waren we bovenal bezig met de vraag: doet de tekst recht aan de geschiedenis, aan wat typerend is voor gelovigen in het algemeen en remonstranten in het bijzonder? Met diversiteit waren we toen niet bezig. Ik vermoed dat in dat geval een nog wat kritischer, verontrustender tekst geformuleerd zou zijn.’
We leven inmiddels in een wereld waarin erg veel is veranderd sinds 2006. Vind je de belijdenis nog steeds passend?
‘Ik ben de laatste tijd veel politieker geworden. De enorme verdeeldheid, de schending van mensenrechten, de verachting ervan door de heersers van dit moment, dat schreeuwt om een reactie. Twee jaar geleden heb ik met Antje van der Hoek en Joost Röselaers de kerken opgeroepen om ons als kerk uit te spreken tegen rechts-radicalisme. Want dat is onverenigbaar met waar het in het christendom om gaat. Inmiddels heeft de Paus zich uitgesproken. De anglicaanse bisschoppen wezen het af, de Franse en Duitse protestantse kerken hebben zich klip en klaar uitgesproken. Maar in Nederland is er stilzwijgen op dit punt. Als ik nu de vraag zou krijgen om de belijdenis te herschrijven, dan zouden er wat mij betreft explicietere bewoordingen in te vinden zijn. Daar zijn wel voorbeelden van, zoals de Barmer Verklaring uit 1934, van de Bekennende Kirche in Duitsland. Dat was een heel fundamenteel christelijke belijdenis, maar voor de toehoorders van toen was volstrekt duidelijk waartégen deze gericht was, namelijk tegen het nationaalsocialisme in de kerk. In onze huidige belijdenis zit zeker ook een appèl om wakker en waakzaam te zijn, in verbondenheid met al wat leeft. De gebruikte taal is dichterlijk van aard, maar je kunt zeker lijnen trekken. Dit is een heel essentiële regel voor mij: Jezus, het gelaat van God dat ons aanziet en verontrust. Daar zit de uitdaging die in het geloof ligt. Geloof is niet alleen een zaak van troost, maar ook een uitdaging tot verantwoordelijkheid, tot verzet, tot een keuze voor het recht, voor de ander. Onrust is een centraal begrip, zoals ik vooral van Emmanuel Levinas heb geleerd. Ik vind dat het in de kerk van nu te vaak om rust en troost draait, in plaats van om verontrusting.’
Rachel Adriaanse

Mensen Susanne van der Sluijs is per 1 januari 2021 aangesteld als ambulant predikant in de Parkstraatgemeente in Arnhem voor 0,2 fte, voor zolang de gemeente vacant is. Elly van.. Lees verder

Aarden is met je aandacht en lichaam op één plaats zijn.. Lees verder