De belijdenis van Madzy van der Kooij

De belijdenis van Madzy van der Kooij

GELOOFSBELIJDENIS

Tot een christelijke kerk treed ik toe, omdat ik Christus als voorbeeld in mijn leven wil stellen. Nadat ik door de doop in de algemene kerk van Christus ben opgenomen, wil ik nu bewust tot de Remonstrantse Broederschap als lid toe treden.

Mijn keuze is op de Remonstrantse Broederschap gevallen, omdat dit een vrijzinnige kerk is. Het lid zijn van een vrijzinnige kerk is natuurlijk moeilijker dan lid zijn van een orthodoxe kerk, omdat er niet ‘voor je geloofd’ wordt, maar je zelf meer over belangrijke geloofsvragen moet nadenken.

Ik ben het volkomen eens met de beginselverklaring en dan vooral met de punten ‘vrijheid en verdraagzaamheid, al zijn deze punten – gelukkig – niet meer typisch remonstrants.

De vrijheid moet natuurlijk niet verslappen tot onachtzaamheid, zodat men zich niet meer bekommert om het geloof, omdat men toch niet verplicht is iets bepaalds te geloven. 

Evenzo is het met de verdraagzaamheid, die niet moet verslappen tot onverschilligheid jegens anderen. Verdraagzaamheid is echter beslist noodzakelijk omdat zonder geen goed functionerende maatschappij mogelijk is.

Ook zeer belangrijk vind ik, dat de Broederschap open wil staan voor oecumenische gevoelens, waaraan de laatste tijd steeds meer behoefte blijkt te bestaan. Zeer verheugend is de al goed gevorderde samenwerking die er tot stand is gebracht tussen Remonstranten en Hervormden, b.v. de Pelgrimagediensten.

De Remonstrantse Broederschap heeft een zeer aangenaam karakter, en ik voel me er zeer in thuis. Daarom wil ik tot deze Broederschap toe treden om God ook samen met de andere leden te eren en te dienen.

Hoe het vroeger ging

Zo’n zestig jaar geleden ging het toetreden tot de Remonstrantse Broederschap heel anders dan tegenwoordig. In Den Haag hadden we twee Vrijzinnig Christelijke Lycea, waar – ik meen begin vierde klas – de dominees van de vrijzinnige kerken kwamen vertellen over catechisatie: Doopsgezinden, Remonstranten en Vrijzinnig Hervormden. Klinkt nu misschien vreemd, maar ik heb dat destijds niet ervaren als zieltjes winnen. Lang niet iedereen ging naar catechisatie, maar ik wel. Gebruikelijk was om op je achttiende aangenomen te worden aan de hand van de zelf geschreven belijdenis. De term belijdenis doen was uit den boze, want te hervormd of te gereformeerd – al heetten we toen nog Remonstrants Gereformeerd.

Ik wilde op mijn zeventiende al lid worden, reden voor de dominee om aan mijn moeder te vragen, wat zij daar nu wel van vond. Vrijzinnig als zij was, vond ze dat niet haar zaak en als ik dat wilde, was dat wat haar betreft natuurlijk goed.

Zo geschiedde. Ik schreef mijn belijdenis. Die besprak ik eerst met de dominee; na goedkeuring werd er waarschijnlijk overlegd met de kerkenraad. Ook daar had je mee te maken. Eerst een bijeenkomst met veel aanstaande aannemelingen bij een kerkenraadslid thuis. Ik kan me niet herinneren, of dat iemand was, die min of meer in de buurt woonde en dat andere catechisanten bij een ander samen kwamen – allemaal in één huiskamer was onmogelijk – of dat het iemand was, die met jeugdzaken was belast.

Het aannemen vond op Palmzondag plaats. In de week daarvoor werden we ontvangen in Kamer 1 van de imposante Kerk aan de Laan – voor zover ik mij herinner, gingen de catechisanten per dominee bij de kerkenraad op bezoek. Daar kreeg je een zakformaat van de bijbel, NBG 1951.

Op Palmzondag zat de kerk bomvol: we waren met 43 aannemelingen, waarbij het aantal per predikant nogal kon verschillen. Eén voor één werd je naar voren geroepen en kreeg je een bijbeltekst mee. Het voorlezen van (een stuk van) de belijdenis was toen nog volstrekt niet aan de orde. Dat zou ook een marathon-kerkdienst zijn geworden met zoveel nieuwelingen.

In de week daarop – de Stille Week – ging je dan ook voor het eerst aan het avondmaal, hetzij op Witte Donderdag, hetzij op Goede Vrijdag. Uiteraard was er toen ook al een open avondmaal, maar het was hoogst ongebruikelijk om voordat je aangenomen was, daaraan deel te nemen. Ik ging wel al jaren met mijn moeder mee, maar bleef dan in de kerk zitten.

Ouderen traden toe op beginselverklaring en dat was met Pinksteren – dat waren trouwens ook nog behoorlijke aantallen.

Vrijheid en verdraagzaamheid

En nu de belijdenis zelf. Ik hamerde op vrijheid en verdraagzaamheid en dat vind ik nog steeds belangrijk. De verdraagzaamheid koppelde ik ook aan het maatschappelijk leven, waar ik verdraagzaamheid toen al ook erg belangrijk vond. Later meende een predikant dat het uitsluitend over theologische verdraagzaamheid zou gaan. Zo had ik het nooit gelezen en zo lees ik het ook nu nog niet. De theologische vrijheid en verdraagzaamheid zijn ook steeds meer in andere kerken te vinden – er is soms nauwelijks verschil tussen een PKN-dienst en een remonstrantse. De maatschappelijke verdraagzaamheid staat wél sterk onder druk, dus ik vind nog steeds, dat ik dat toen goed heb gezien. (Tja, ik ben ook sociologe geworden, wat ik in 1967 nog zeker niet had voorzien!) Zeker nu de sociale cohesie afneemt, mede door de ontkerkelijking, blijft die verdraagzaamheid van het grootste belang. Zelfs atheïsten betreuren momenteel de ontkerkelijking – ze zijn natuurlijk van harte welkom in de nog bestaande kerken!

Sta ik er nog achter mijn belijdenis van toen? Ja zeker! Zou ik hem nu nog zo schrijven? Nee, zeker niet. Waarschijnlijk zou ik dezelfde thema’s belichten, maar een 17-jarige in een relatief rustige tijd, schrijft nu eenmaal anders dan een 76-jarige in de wereld, die voor je ogen wordt afgebroken en waarvan niemand weet, waar het heen gaat. Als 17-jarige schreef ik nogal betweterig en betuttelend; nu zou een meer gematigde toon passender zijn. En ik zou zeker het woord Broederschap minder gebruiken!

Madzy van de Kooij
remonstrant in Den Haag

Zie ook

Recensie De leegte voorbij?
21 december 2023

Recensie De leegte voorbij?

Als er één verhaal is waarvan je zou kunnen vermoeden dat het samenbindende kracht heeft, dan is dat het kerstverhaal. Inclusief de roep om vrede en betrokkenheid op elkaar. Of…is.. Lees verder

13 mei 2020

Ervaringen van een organist 

Musicus Jos van der Kooy is de nieuwe organist in gemeente Rotterdam. Hij schrijft over stilte in de muziek en over zijn eerste ervaringen in Rotterdam… Lees verder