Een tekst die ruimte schept

Een tekst die ruimte schept

Wij beseffen en aanvaarden dat wij onze rust niet vinden in de zekerheid van wat wij belijden, maar in verwondering over wat ons toevalt en geschonken wordt, zo opent de belijdenis van 2006. Met rationaliteit heeft het allemaal niet veel te maken, citeerde ik Marjoleine de Vos in mijn afsluitend essay voor de predikantsopleiding, waarin ik een passage wijdde aan de belijdenis van 2006. Daar kreeg ik direct commentaar op: waarom had ik de andere schrijvers in Een weg van vrijheid: reflecties bij de nieuwe remonstrantse geloofsbelijdenis niet aan het woord gelaten? Want die hadden er toch wel iets rationeels over te zeggen?

De Vos’ opmerking lees ik niet als diskwalificatie. Hoewel er zinnige en ook rationele dingen over geloof en kerk te zeggen zijn, vind ik het een waardevol inzicht dat het domein van religie juist reikt daar waar de ratio het nakijken heeft. Dat betekent niet dat de ratio moet wijken. Integendeel, het lijkt me heel verstandig om dat wat je gelooft ook te toetsen aan de waarneembare werkelijkheid. Maar als het gaat om morele waarden, als het gaat om een verlangen naar verbondenheid, dan staat die ratio niet op nummer één. Om geloof onder woorden te brengen past beter de taal van de poëzie, in plaats van juridische of wetenschappelijke taal. En dat is precies waarom de remonstrantse belijdenis van 2006 mij dierbaar is: het gaat hier om poëzie. Het is een tekst die met haar eerste zin zichzelf direct ondermijnt en daarmee tegelijkertijd haar kracht toont. Een tekst die ruimte schept.

Geroepen in teken van hoop

Na de poëtische disclaimer kun je evenwel struikelen over grote woorden. God, Geest, eeuwige liefde. Die staan toch op afstand van mijn beleving. Dat hoor ik ook van deelnemers aan de gesprekskring in een van mijn gemeenten, waar ik de geloofsbelijdenis bespreek. Een van de deelnemers heeft een groot deel – ongeveer driekwart – van de woorden gemarkeerd: die mogen wat mij betreft weg. Iemand anders zegt niet uit de voeten te kunnen met het woord heilig. Een derde persoon geeft aan dat de passage over het leven […] sterven en […] op te staan, in het koninkrijk dat is en komen zal, waar God voor eeuwig zijn zal: alles in allen hem wat te optimistisch in de oren klinkt: zolang er mensen zijn, blijft het aanmodderen. We zijn het er wel over eens dat je zo’n passage dan vooral kunt lezen als visioen, als ideaalbeeld om naartoe te werken, maar ik krijg ook de indruk dat deze groep meer ziet in iets menselijker, iets minder grootse woorden. Soms kun je je aan grote woorden optrekken, zeg ik, maar ze kunnen ook afstand scheppen, vult iemand aan.

Zelf spreekt het geroepen worden om […] kerk te zijn in het teken van de hoop me aan. Dit biedt een heldere missie. We hoeven geen optimisten te zijn, maar ik zie het wel als opdracht om op zoek te blijven naar dat wat hoop geeft, inspiratie biedt of troost. Dat geldt voor mij als predikant, maar zoals de remonstrantse uitzendingswoorden aan het einde van de kerkdienst aangeven: we hebben allemaal onze levensopdracht die ook verantwoordelijkheid inhoudt. Vrijzinnig betekent niet vrijblijvend, stemt een gemeentelid in. 


Christiaan Wolff Mitchell – van Dijk

Christiaan Wolff Mitchell – van Dijk (1991) is remonstrants predikant in Leiden en Alphen a/d Rijn

Zie ook

Het is waar, de hemel bestaat!
6 november 2019

Het is waar, de hemel bestaat!

Stel jezelf een plek voor waar je tot in de eeuwigheid mag verblijven. Hoe dat eruit ziet zal ik proberen te beschrijven. Er zijn geen gouden straten, maar het ruikt er altijd naar pas gemaaid gras. Vlinders vliegen er vrij rond met de bijen. Wespen zijn er ook, maar ze prikken niet… Lees verder

September 2026: De vrijwilliger
8 september 2026

September 2026: De vrijwilliger