Dominee in de tropen

Dominee in de tropen

Op dinsdag 8 augustus 1995, precies op de dag van mijn vijftigste verjaardag, lag er een brief op de mat in ons huis in Amersfoort met het bericht van de Zending van de Nederlands Hervormde Kerk (‘Oegstgeest’). Ik had eindelijk na drie jaar wachten een werkvergunning gekregen om te werken als docent aan de Theologische Hogeschool in Abepura, Papoea, Indonesië. We kregen vier maanden de tijd voor een intercontinentale verhuizing van ons gezin met drie tienerkinderen.

Indonesië was voor ons een onbekend land. Maar het leek me een bijzondere ervaring om dat land en dat volk beter te leren kennen. Er was nog een voorwaarde. Ik moest me binnen die vier maanden een basiskennis van het Indonesisch eigen maken. Mijn colleges waren in het Bahasa Indonesia.

Op zondag 3 december was mijn bevestiging als remonstrants predikant met als opdracht dienst aan de kerk in Papoea, Indonesië. De bevestiging vond plaats in de Johanneskerk in Amersfoort door ds. Jan-Roelof Nienhuis en ds. Herbert Marcus. Deze laatste was van 1950 tot 1961 werkzaam geweest als doopsgezind zendeling in de Vogelkop van Nieuw-Guinea. Heel bijzonder was ook de aanwezigheid van ds. Sosthenes Sumihe, de rector van de Theologische Hogeschool in Abepura, waar ik aan verbonden zou worden. Op 9 december stapten we in het vliegtuig naar Jakarta en op 17 december kwamen we aan in Papoea. Het was het begin van ons bijna zeven jaar durende verblijf in West-Papoea. We kregen spoedig een huis in Sentani, niet ver van de Internationale School van de kinderen.

Aanpakken
Ik heb mijn tijd daar steeds als heel positief ervaren, vooral ook door de hartelijkheid van mijn collega’s, van de rector en van de voorzitter van de synode. Bij het begin van mijn werkperiode heb ik tegen mezelf en tegen de rector gezegd dat ik maar één pet op heb, dat wil zeggen dat ik volledig loyaal ben aan de school en niet aan de Zending, die mij uitzond. Naarmate ik de taal beter onder de knie kreeg, kreeg ik ook meer verantwoordelijkheden.  De school had de wens om een nieuwe bibliotheek te bouwen. De Zending wilde de eerste bouwlaag financieren. De rector vroeg me om voorzitter te worden van de bouwcommissie. Deze moest een architect kiezen, over zijn ontwerp beslissen, hem een bestek laten maken en bouwondernemingen vragen om een offerte. De opdracht ging naar het bedrijf met de laagste offerte. Alles in overleg met collega-docenten en de bouwkundige van de Zending.  
De rector wilde ook dat ik een nieuwe Masteropleiding Missiologie zou opzetten. Ik kreeg de beschikking over een secretaris en over drie lokalen. Ik moest zorgen voor gastdocenten, een syllabus, een vakbibliotheek, computers en beurzen voor de studenten. Een maand of zes later kon de opleiding beginnen met vijf studenten, die de beste cijfers hadden behaald in hun Bachelor opleiding.   


Seminarreizen
In samenwerking met Marien van den Boom van de Hogeschool Holland organiseerde ik tweemaal een seminarreis voor Nederlandse docenten theologie of godsdienstwetenschap en andere geïnteresseerden. Marien gaf voorbereidingscolleges in Nederland en wierf de deelnemers. In Papoea bood ik de deelnemers excursies aan naar een dorp in het binnenland voor een ontmoeting met Papoea´s en gesprekken over cultuur en kerk. Vanzelfsprekend allemaal in de context van een feestelijke maaltijd voor de deelnemers en de mensen van het dorp. Daarnaast waren er excursies en gastcolleges over cultuur, geschiedenis, de Zending en politiek van Papoea. De opbrengst van de seminarreizen kwam ten goede aan onze school. 

Theologie
Ik gaf de vakken antropologie, sociologie, ethica en missiologie. Ik probeerde mijn colleges aan te passen aan de studenten. Ze waren niet erg gemotiveerd om dikke leerboeken te bestuderen, maar wel om op basis van eigen onderzoek of eigen ervaring korte essays te schrijven over een specifiek vraagstuk wat in de colleges aan de orde kwam.

Mijn Papoeastudenten, en ook mijn collega´s, spraken over continuïteit tussen het voorchristelijke verleden en het christendom. Jezus was er ook al voor de zendelingen kwamen, ook al noemden ze hem anders, bijvoorbeeld Koyeidaba of Manseren Mangumbi.
Ik kijk terug op een voor mij heel waardevolle werkperiode in een land wat ik nu als een tweede vaderland beschouw.

Vrouwencentrum
Mijn vrouw Mirjam Korse, kinderpsycholoog en kunstenares, gaf colleges psychologie en was ook actief in het Vrouwencentrum van de kerk. Daarnaast had ze vrij snel contact met Papoea-kunstenaars.

Voor mijn drie tienerkinderen, twee meisjes en een jongen, was achteraf gezien deze periode in Indonesië ook waardevol. Ze hebben alle drie een internationale oriëntatie en een openheid naar andere culturen. Het zijn echte Third Culture Kids. Hun vroege kindervaringen lagen in Zambia waar we tussen 1977 en 1986 in totaal zeven jaar gewoond hebben. Daar lopen kinderen op blote voeten en leren uit te kijken voor slangen in het gras. Aan het begin van de regentijd gaan ze dansen in de regen. Mijn jongste dochter van 14 zei toen we in het groene en warme Papoea aankwamen tegen mij: Nu weet ik waarom ik nooit gelukkig was in Nederland. We zijn dankbaar voor deze belangrijke, vormende periode in ons leven.    

At Ipenburg

Zie ook

Over Stille Zaterdag
11 april 2020

Over Stille Zaterdag

Het is niet gemakkelijk over Stille Zaterdag, de dag tussen Goede Vrijdag en Pasen, te schrijven. Wat valt er over deze dag te vertellen? We vroegen het Marius van Leeuwen,.. Lees verder

Dat viel best mee
27 oktober 2021

Dat viel best mee

Naar aanleiding van het onderzoek over seksisme in de kerk door Alien Boele, zie het interview met haar elders in dit blad, was de redactie nieuwsgierig naar de ervaringen van de oudste generatie vrouwelijke predikanten binnen onze kerkgenootschap. Tjaard Barnard sprak met ds. Annegien de Jonge (90)… Lees verder