Er is alleen maar buiten

Er is alleen maar buiten

Foto: Allard Willemse

Tjaard Barnard, hartelijk begroet door teckel Jasper, sprak met voormalig algemeen secretaris van de Remonstranten Tom Mikkers over kerk, wereld en het verlangen om naar buiten te gaan.

‘Dat idee van de wereld in veronderstelt eigenlijk dat er ook zoiets bestaat als een binnen. Alsof de kerk ergens is en de wereld daarbuiten ligt. Maar zo heb ik het nooit ervaren. Ik begrijp die tegenstelling ook niet zo goed. Theologisch gezien klopt die volgens mij niet. Als je kijkt naar het paasverhaal, dan zie je dat heel scherp. Jezus wordt in het graf gelegd, dat is het moment van binnen. Maar daarna is alles buiten. Het graf is leeg. De boodschap is juist: ga naar buiten, blijf daar niet zitten. Dus als het goed is, is er alleen maar buiten. Dat is voor mij eigenlijk het uitgangspunt geworden. Natuurlijk, organisatorisch bestaat die tegenstelling wel. Elke organisatie heeft een binnen en een buiten. Je hebt gebouwen, mensen, geld, structuren. Maar dat is een sociologisch gegeven, geen theologische waarheid. En als ik terugkijk op mijn eigen leven en werk, dan denk ik dat ik altijd in dat spanningsveld heb geopereerd. Maar diep vanbinnen heb ik die scheiding nooit echt gevoeld.’

Studietijd: een andere wereld

‘Toen ik ging studeren, kwam ik in een totaal andere wereld terecht. Ik wist niet eens wat het corps was in Leiden. Ik dacht dat het een zangkoor was. Dat zegt wel iets over hoe ver dat van mijn belevingswereld af stond.

Ik kwam ionder andere bij Elze Jan Kuiper (1929-2006, hoogleraar van het Remonstrants Seminarium) terecht. Dat was echt een leermeester. Hij was aan de ene kant enorm open, stond heel vrij in de wereld, maar tegelijkertijd was hij ook een heel eigenzinnige figuur. Voor mij was dat verwarrend, maar vooral heel aantrekkelijk. Het was een soort parallel universum waar ik in terechtkwam. Ik heb daar nooit het gevoel gehad dat er een binnen en een buiten was. Het was juist een plek waar van alles door elkaar liep. Die openheid sprak me aan.

Als ik er nu op terugkijk, zie ik ook hoe bijzonder die generatie was. Elze Jan Kuiper was eigenlijk een man uit een andere tijd, een beetje een negentiende-eeuwse figuur in de twintigste eeuw. Daarna kwam een andere generatie, van Marius van Leeuwen (1947-2024, hoogleraar van het Remonstrants Seminarium) en Mijnke Bosman (1944-2019, algemeen secretaris), die veel meer gericht waren op oecumene en samenwerking. Maar dat heeft mij nooit zo aangetrokken. Niet dat ik ertegen was, maar ik vond het minder interessant. Ik dacht eerder: we hebben iets eigens, iets bijzonders, waarom zouden we dat opgeven?’

Eerste jaren als predikant

Toen ik eenmaal predikant werd, merkte ik hoe groot het verschil was tussen de theorie en de praktijk. In de opleiding leerden we over de doop alsof er wekelijks groepen mensen stonden te wachten. In werkelijkheid had je misschien één dopeling. En die kreeg dan alle aandacht. Dat was wel een reality check. Ik had tijdens mijn studie het idee dat de  Remonstranten een grote rol speelden in het christendom. Maar in de praktijk bleek het een kleine wereld, een niche. Dat besef kwam pas echt toen ik werkte.

Ik ben van huis uit wel gewend om praktisch te denken. Mijn vader had een bedrijf, ze maakten Kips leverworst, dus vragen als: wie zit hierop te wachten, wat is dit waard, hoe werkt dit eigenlijk – die kende ik wel. Maar in de kerk werden die vragen niet zo vaak gesteld. Ik ontdekte dat je met religie misschien wel een nog lastiger product hebt dan met vlees. En toch moet je erover nadenken. Want als je wilt dat mensen komen, dan moet je ook begrijpen waarom ze zouden komen.’

Algemeen secretaris: de stap naar buiten

Toen ik algemeen secretaris werd, werd dat ineens heel concreet. De opdracht was duidelijk: er moeten leden bij. Maar hoe doe je dat? In het begin dacht ik vrij simpel: als we in de krant komen, dan komen er leden. Dat bleek natuurlijk niet zo te werken. Media-aandacht zorgt voor naamsbekendheid, maar niet automatisch voor betrokkenheid. Toch was het wel een belangrijke stap. We gingen nadenken over zichtbaarheid, over communicatie, over hoe je als kerk naar buiten treedt. Dat was eigenlijk een nieuwe manier van denken binnen de Remonstranten.

We begonnen met allerlei losse projecten. Dingen die opvielen, die aandacht trokken. Dat werkte op zichzelf best goed, maar het loste het grotere probleem niet op. Er kwamen niet ineens veel meer leden bij. Toen kwam het moment dat we het professioneler gingen aanpakken. Met marktonderzoek, met focusgroepen, met een reclamebureau. We gingen kijken naar naamsbekendheid, naar strategie, naar investeren in zichtbaarheid.’

De campagne: succes of niet?

Achteraf denk ik dat de campagne op een aantal punten echt geslaagd was. De naamsbekendheid ging omhoog. Mensen wisten beter wie de Remonstranten waren. En misschien nog belangrijker: er ontstond een positief gevoel bij de bestaande leden. Mensen durfden weer te zeggen dat ze remonstrant waren. Dat is moeilijk meetbaar, maar wel essentieel. Dat wij-gevoel gaf energie.

Aan de andere kant hebben we niet de aantallen gehaald die we misschien hoopten. Maar dat was ook niet realistisch. We zaten en zitten in een kleine niche en we kwamen van ver. Wat denk ik echt een gemiste kans is geweest, is dat we het niet hebben volgehouden. Zo’n campagne werkt alleen als je het langere tijd doet. Het vraagt continuïteit. Daarmee verdween ook de onderliggende strategie: dat je moet investeren in zichtbaarheid en in het werven van nieuwe mensen.’

De EO: een nieuwe wereld

De stap naar de EO kwam eigenlijk onverwacht. Het aanbod kwam en ik moest beslissen of ik dat wilde doen. In het begin was het best spannend. Er was meteen ophef, zelfs vanuit eigen hoek. Iemand die getrouwd is met een man en vrijzinnig predikant. Maar wat mij opviel, was dat de leiding van de EO achter me bleef staan. Dat gaf vertrouwen.

Wat ik bij de EO vond, was een andere manier van omgaan met geloof. Minder cerebraal, minder analytisch. Meer gericht op beleving, op warmte. Dat sprak me aan. In vrijzinnige kringen kan het soms heel kritisch worden. Altijd maar analyseren, bevragen, relativeren. Dat heeft waarde, maar het kan ook afstand scheppen. Bij de EO voelde ik meer directheid, meer eenvoud. Dat betekent niet dat alles daar vanzelfsprekend is. Er zijn zeker verschillen, ook spanningen. Maar de houding is anders. Meer luisterend, minder oordelend.’

Remonstrant en evangelisch?

Ik zie mezelf nog steeds als remonstrant, maar dat betekent voor mij niet dat ik dat voortdurend moet benadrukken. Ik heb mijn overtuigingen, maar ik hoef die niet overal expliciet te maken. Mijn achtergrond speelt daarin een rol. Ik ben opgegroeid in het katholieke zuiden, daarna terechtgekomen bij de Remonstranten, en vervolgens bij de EO. In zekere zin ben ik een religieuze migrant. Daardoor voel ik me nergens helemaal binnen, maar ook nergens helemaal buiten. En dat past eigenlijk wel bij hoe ik naar geloof kijk. Dat het niet vastligt, dat het beweegt.’

Het Songfestival en AI

‘Ik heb laatst, een beetje uit nieuwsgierigheid, met AI een eigen Eurovisie Songfestival nagemaakt. Boycot-vrij met onder andere Nederland, Israël, Noord Korea, Iran en Groenland. Dat begon als een experiment, maar het werd eigenlijk een soort project op zich. Ik dacht toen Nederland afhaakte, dan maak ik wel mijn eigen wereldwijde songfestival. Je kunt tegenwoordig met AI liedjes maken, presentaties genereren, stemmen simuleren. Het is natuurlijk nep, maar tegelijkertijd ook verrassend echt. En wat mij daarin fascineert, is dat je een wereld kunt creëren. Dat je verhalen kunt vertellen, mensen kunt verbinden, zelfs in een kunstmatige omgeving. Daar zit voor mij ook iets speels in, maar ook iets serieus. Het laat zien hoe verhalen werken, hoe mensen zich verbinden aan iets wat groter is dan henzelf.’

De dominee blijft

Uiteindelijk ben ik gewoon dominee gebleven, maar ik denk dat ik toch meer op mijn commercieel ingestelde vader lijk dan ik dacht toen ik voor de theologie koos. Ik heb er lang niet aan toegegeven, maar nu rijd ik ook in een Mercedes, het automerk van mijn – inmiddels overleden – vader. Wel een elektrische en met witte leren bekleding!

Ook al werk ik nu in een andere context, ik ben nog steeds bezig met verhalen, met betekenis, met wat mensen beweegt. Misschien is dat ook wel de kern van alles wat ik heb gedaan, het gaat steeds over verbinding.

En als je het heel eenvoudig maakt, dan kom je uit bij woorden als vrede, liefde en het menselijk tekort, ook bij mezelf. Dat klinkt misschien simpel, maar het is eigenlijk de kern. Dus ja, misschien maak ik nog steeds mijn preekjes. Alleen niet altijd meer vanaf een kansel. Maar wel met hetzelfde verlangen: om iets van die verbinding zichtbaar te maken.

En dat de wereld in gaan? Dat is nooit opgehouden. Omdat er uiteindelijk geen echte grens is. Je bent altijd al onderweg.’

Tjaard Barnard, hoofdredacteur

Wie is Tom Mikkers?

Tom (1969) groeide op in een katholiek gezin en stapte na anderhalf jaar studie rechten over naar theologie en de Remonstranten. Hier werd hij predikant in Eindhoven, Amsterdam en Delft. Van 2008 tot 2016 was hij algemeen secretaris en bekend van opvallende campagnes zoals Mijn God… Daarna ging hij werken bij de Evangelische Omroep als programmamaker. Dat heeft hij een paar jaar onderbroken voor het voorgangerschap van Vrijzinnigen Nederland (vroeger NPB) in Wassenaar. Mikkers schrijft en spreekt regelmatig over geloof, samenleving en religie, en zoekt daarbij bewust de verbinding tussen kerk en bredere cultuur. Zijn (niet zo guilty) pleasure is het Eurovisie Songfestival.

Zie ook

Het verschil tussen binnen en buiten is heel klein
28 mei 2026

Het verschil tussen binnen en buiten is heel klein

Claartje Kruijff is niet religieus opgevoed en pas op later leeftijd predikant geworden. Ze staat daarom met een been buiten de kerk en met een been erbinnen. Dat is haar.. Lees verder

Aarden is met je aandacht en lichaam op één plaats zijn
10 november 2025

Aarden is met je aandacht en lichaam op één plaats zijn

Aarden is met je aandacht en lichaam op één plaats zijn.. Lees verder