
Tussen 2000 en 2018 maakte ik deel uit van een oecumenische leefgemeenschap op de Wallen in Amsterdam. Hoewel ik in de loop van de jaren meer dan me lief was kennis maakte met wat ik de achterkant van het gemeenschapsideaal noem, komt het samen leven en bidden met allerlei verschillende mensen in mijn beleving nog steeds het dichtst bij – zoals de Remonstrantse Geloofsbelijdenis van 2006 het noemt – kerk zijn in het teken van de hoop. Door op deze ervaring ook academisch te reflecteren, ontdekte ik dat leefgemeenschappen relevant zijn, omdat ze inzicht geven in wat nieuwe generaties beweegt en hoe de toekomst van het christendom in onze (post-)seculiere context eruit zou kunnen zien.
Uit een survey onder de vijfenzeventig christelijke leefgemeenschappen in Nederland in opdracht van de Vereniging Religieuze Leefgemeenschappen blijkt namelijk dat ongeveer de helft van deze gemeenschappen de afgelopen tien jaar is opgericht en dat er een oververtegenwoordiging is van leden in de leeftijd tussen de 18-45 jaar. Dé grote gemene deler is dat deze leefgemeenschappen de nadruk leggen op het praktisch handen en voeten geven van geloof, dat zich uit in drie vormen van gastvrijheid: tijdelijke opvang (zoals in de Timon-huizen), buurtgerichte activiteiten (maaltijden, spelinloop, koffieochtenden, zoals bij de Elthetoleefgemeenschap) en programma’s voor zinzoekers (spirituele retraites en gebedsmomenten, zoals bij de Hooge Berkt en Nieuw Sion).
Praktisch geloven
De behoefte om geloven praktisch te maken, verbinden leefgemeenschap-bewoners aan de grote maatschappelijke uitdagingen waar we voor staan. En die – zoals we uit trendonderzoeken naar Millennials en Gen-Z-ers weten – nieuwe generaties in toenemende mate bezighouden. Hoewel een zichtbaar onderdeel van de heropleving van religie samengaat met conservatievere waarden van nieuwe generaties – denk aan copycats van het conservatieve vertoog in VS – laat de opkomst van christelijke leefgemeenschappen in Nederland zien dat er ook in meer oecumenische, progressieve context sprake is van een voorzichtige opleving. Er gaan dan ook stemmen op dat dit soort gemeenschappen wel eens een cruciale rol zouden kunnen spelen in het christendom van de toekomst.
Zo betoogt Paul van Tongeren: Wat met woorden (voorlopig?) niet (meer?) gezegd kan worden, kan en moet wellicht meer dan ooit, metterdaad getoond worden in een wijze van leven. En: Als we iets nodig hebben in ons zinzoeken, is het wel de aandacht voor het leven dat we leiden terwijl we op zoek zijn. Religieus leven kan daarom zo’n krachtige boodschap zijn, omdat het niet in woorden zich vervreemdt van wat het wil zeggen, maar de aandacht richt op dat leven zelf. Juist nu, aldus van Tongeren, in tijden van meervoudige crises, economisch, democratisch, klimatologisch, is het gemeenschapsleven als toegangsweg tot de spirituele kracht van de hoop waar het christendom voor staat relevant. Het gemeenschapsleven met bijbehorende, op een brede christelijke traditie gestoelde spirituele en gastvrije praktijken, maakt het mogelijk om alledaagse ervaringen die het goddelijke insluiten te duiden. Zo vertelt een van de tafelgenoten in de Podcast Leefgemeenschappen dat het ontvangen van gasten niet alleen de gemeenschap versterkt, maar dat al die verschillende verhalen van de mensen die te gast zijn hem ook iets van Gods oneindige diversiteit laten zien.

Kleinschalig en laagdrempelig
Op de vraag naar de toekomst van het christendom in Nederland antwoordde wijlen Peter Nissen in dit kader dan ook niet verwonderlijk: (S)amen met de Tsjechische theoloog Tomáš Halík geloof ik dat de toekomst is aan spirituele centra met kloosterlijke kenmerken, kleinschalig en laagdrempelig en met weinig organisatie en hiërarchie. Plekken van aanbidding en contemplatie, maar ook van gesprek en ontmoeting en van inzet voor een humane wereld. Het maakt dat ik meer dan belangstellend kijk naar initiatieven die verwant zijn aan christelijke leefgemeenschappen, zoals de ontwikkeling van de Knarrenhof in Oude Wetering of het Simonshuis in Utrecht. En naar wat zij ons vertellen over de vitaliteit en de toekomstige vormen van christendom en spiritualiteit in Nederland.
Referenties:
-Anna van Veelen-Blomgren en Herman van Veelen, Rapport Leefgemeenschappen, 2021
-De Groene Amsterdammer Podcast, God is back and he is trending, 17 december 2025
-Paul van Tongeren Religieus leven met toekomst, 2022, 208 en 2010
-Podcast Leefgemeenschappen, Spiritualiteit: hoe geef je dat vorm als leefgemeenschap?,
6 december 2021
-Peter Nissen in Volzin, november 2023.
Rosaliene Israël (1977)
predikant van Vrijburg en rector van het Arminius Instituut. Zij is als PhD-student verbonden aan de Protestantse Theologische Universiteit en doet onderzoek naar het Jeannette Noëlhuis, een leefgemeenschap in de Bijlmer. In 2023 begon zij een fietspelgrimage langs de Catholic Worker gemeenschappen in Europa. Samen met Johannes van den Akker en Suzan Dodeman maakte zij de Podcast Leefgemeenschappen.
Dit artikel is een bewerking van de lezing die Rosaliene verzorgde op 9 februari jl. ter gelegenheid van de studiedag Vrijzinnige Vitaliteit voor vrijzinnige voorgangers.

Marie van der Gaag is student aan het Remonstrants Seminarie en werkt een dag per week als straatpastor in Leiden. Dat lijkt al een statement op zich. Ben je van.. Lees verder

Tjaard Barnard, hartelijk begroet door teckel Jasper, sprak met voormalig algemeen secretaris van de Remonstranten Tom Mikkers over kerk, wereld en het verlangen om naar buiten te gaan. ‘Dat idee.. Lees verder