
Ons verhaal speelt zich af in het midden tot het einde van de negentiende eeuw. Een periode waarin vele Westerse reizigers een rondreis maakten door de Oriënt. Een hoogtepunt was Constantinopel, de prachtige, cultureel interessante hoofdstad van het Ottomaanse Rijk.
Vrouwen in het Ottomaanse Rijk hadden hun eigen vertrekken in huis, de harem, waar alleen de heer des huizes als man welkom was. Westerne mannen waren gefascineerd door die gesegregeerde maatschappij waar mannen bovendien op grond van hun geloof recht hadden op vier vrouwen.
Harem
Reina Lewis, gespecialiseerd in oriëntalisme, vertelt ons dat de realiteit was dat tussen 1885 en 1907 slechts drie procent van de mannen meer dan één vrouw had. Vrouwen woonden in dat deel van het huis dat speciaal voor hen was, de harem. De harem als instelling, zoals die in Westerse literatuur en schilderijen werd afgebeeld, bestaande uit meer dan één vrouw, raakte in de loop van de negentiende eeuw in verval. Tegen het midden van de negentiende eeuw bestonden harems uit één en hooguit twee vrouwen met hun eigen woonruimten en personeel. Een echtgenoot werd door zijn vrouw sterk ontmoedigd om meer dan één vrouw te nemen. De sultan was de uitzondering: hij had soms meer vrouwen, hoewel niet meer dan vier. Daarnaast had de sultan concubines, wanneer deze hem een kind hadden geschonken. In 1909 werd de harem bij wet afgeschaft.
Theophile Gautier, de Franse, negentiende-eeuwse schrijver die Constantinopel bezocht, vertelt ons dat het hebben van een harem met meerdere vrouwen alleen haalbaar was voor welgestelde mannen. Immers, elke vrouw die de man een kind gebaard had, had recht op een eigen huis en haar eigen personeel.

Schilderij: Henriette Brown
Rechtspersoonlijkheid
Een man moest rijk genoeg zijn om twee of meer vrouwen te kunnen onderhouden. Zijn echtgenotes hadden recht op kleding en voedsel, geschenken, voldoende woonruimte en de mogelijkheid om af en toe hun vrienden te bezoeken, zowel in Constantinopel als daarbuiten. Soms werd één vrouw gehuisvest in de stad en één buiten de stad. De vrouwen woonden dus doorgaans niet onder hetzelfde dak om jaloezie te vermijden. Deze rechten golden ook voor de vrouwen in de harem van de sultan, waar iedere vrouw haar eigen vertrekken had. Was een vrouw niet tevreden, dan kon zij naar de rechter stappen en haar man laten veroordelen tot een hoger bedrag aan leefgeld en meer aandacht. Vrouwen in het Ottomaanse Rijk hadden in de negentiende eeuw dus rechtspersoonlijkheid, terwijl vrouwen in Nederland dit pas in 1956 kregen.
Het huishouden werd geleid door de vrouw. Ze ontving geen vast bedrag voor het huishouden, zoals in Europa gebruikelijk was in de negentiende eeuw, maar had de volledige vrijheid om over het vermogen van haar man te beschikken. Wanneer een man twee vrouwen had die apart van elkaar woonden, werd zijn inkomen gelijkelijk tussen hen verdeeld.
Eerlijk delen
De conclusie is dat vrouwen heel goed een man konden delen, zolang hij maar in staat was het hen naar de zin te maken en problemen op te lossen. Eerlijk delen stond centraal. En de Westerse man die dacht dat iedere man in het Ottomaanse Rijk aan veelwijverij deed zat ernaast.
Deze informatie komt uit een boekmanuscript van mij over Tsjerkessische vrouwen in Ottomaanse harems, dat in het najaar van 2027 gereed zal zijn.
Charlotte Hille
Internationaal jurist en politiek wetenschapper, werkzaam als universitair docent aan de Universiteit van Amsterdam. Expert op het gebied van staatsvorming en conflictbeheersing in de Kaukasus.

Niet iedereen is zich ervan bewust een held of heldin te hebben, al kan er bij enig nadenken vaak toch wel iemand naar boven komen. Opvallend is de grote diversiteit in helden. Waarom hebben we helden? En wat zeggen onze helden over ons?.. Lees verder

Wat doet een dominee de hele dag, zeker in deze coronatijden? Kim Magnée – de Berg, remonstrants predikant van de samenwerkingsgemeente Gouda (Do, Re en VVP), laat het ons zien en wijdt er enige tekst aan… Lees verder